Nachtmerrie

Vandaag twee jaar geleden schrok ik wakker uit een droom die zo vriendelijk begon. Op visite bij familie, zelfgemaakte stroopwafels mee en de anekdote dat ik het eens gewaagd had de ongeschreven regel te schenden om niets lekkers in huis te halen als de familie op visite komt. De stemming zit er meteen goed in. Ik sta naast iemand die commentaar geeft op de vitrine van een biologische slagerij. Om een breed publiek te trekken is de helft van het assortiment ‘ready to eat’ en naast vlees zijn er vishapjes en vegetarische versnaperingen in filodeeg. Ik vind het er aantrekkelijk uitzien allemaal, begrijp de kritiek niet op zijn marketingkeuze en toch voel ik dat er iets niet helemaal klopt. Maar ik kan geen woorden vinden om het uit te drukken.

Het volgende moment ben ik ineens bij een bijeenkomst van een adviesbureau die voedingsexperts bij elkaar gehaald heeft om te praten over de toekomst van onze landbouw en voeding. Het blijkt dat ik een van de sprekers ben. Twee vriendelijke dames ontfermen zich over mijn computer om de presentatie klaar te zetten. Ik barst van de presentaties, maar hiervoor heb ik niets voorbereid. Ik word begeleid naar de ruimte waar de gasten zich ophouden. Er zijn vier zaaltjes met een lange tafel waar men druk in gesprek is met elkaar. In het middenruim staan tafels met overvloedig eten. Van broodjes kaas tot enorme bakken met kipsateh en varkensmedaillons. Gasten stouwen hun bord vol. Ik weet me in de droom te beheersen bij het vlees. Dat is bij nader inzien het beste moment: ik herinner mij de afspraak met mijn vrouw om gezamenlijk niet meer dan 8 kilo vlees te eten per jaar, 4 kilo per persoon, het landelijk gemiddelde van de 1,2 miljard Indiërs op aarde. Gemiddeld ruim 10 gram per dag. Ik heb mijn quotum niet verkwanseld in de droom, dat was zonde geweest. Nog vier dagen sparen en ik heb mijn eerste lamsstukje van dit najaar verdiend. Ik keer me af van de vetpotten, kijk naar de geëngageerd pratende gasten en vraag me af wat ik hier in hemelsnaam moet gaan zeggen. Deze mensen zijn niet bijeen om te luisteren, ze willen zelf gehoord worden. Ze zijn allemaal lekker bezig met het praten over wat er anders moet, beter kan en wat ze er zelf aan doen. Er vormt zich in mijn hoofd een heel persoonlijke speech.

Vanuit mijn biografie vertel ik hoe ik als vers afgestudeerde drs. in de Letteren via mijn schoonvader bij een groothandel in biologische producten terecht ben gekomen. Dat was pas een nachtmerrie in het eerste jaar; de schrijver die het woord van een commercieel bedrijf moet gaan verkondigen. Wat een kniebuiging… Toen begreep ik al wel dat als je het woord verkondigt, je het ook moet naleven. Geen grap! Ondanks de afwijkende smaken en torenhoge prijzen begon ik biologisch te eten. Gelukkig smaakte juist het brood, vlees en de kaas juist heel goed, veel beter dan de zielloze hamburgers en nepkaas uit de supermarkt en snackrestaurants. Later ben ik dat woord gaan verkondigen voor de biologische sector. Geen eenvoudige opgave, want de boodschap van de biologische sector is toch wat ongemakkelijk voor de overgrote meerderheid van de artificiele vullingsmiddelensector en haar toeleveranciers tot aan de boze boeren toe. De groene raaigras woestijnen, de uitpuilende stallen met 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen koeien, de oranjebruine glyphosaatvelden in het voorjaar, de noodlijdende biodiversiteit, de vervelende dierziektes die overspringen op mensen, van Q-koort tot Corona, en weer terug naar de nertsen, de welvaartsziekten, de overgewicht epidemie, de Parkinson pandemie, de torenhoge ongezondheidskosten, de veel te lage prijzen voor de zogenaamde commodities uit de landbouw waardoor boeren gedwongen zijn om op te schalen en te investeren of te stoppen, de supermarktschappen waar 75% van de producten niet aan de norm van een gezond product voldoet… Als dat je normen zijn, het landschap en de biodiversiteit ondergeschikt maken aan efficiënte en goedkope productie, dieren doorfokken op eindeloze vlees- en melkvermeerdering en ze zo min mogelijk energie te laten verspillen in gesloten stalsystemen, de volksgezondheid ondergeschikt maken aan het verleiden van de smaakpapillen met zoete, zoute en vette vulmiddelen, dan kan ieder woord uit de biologische landbouw en de daarachter liggende natuurvoedingsvisie als een directe aanval ervaren worden. Die betweters met hun mooie verhalen over bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit, dierenwelzijn en gezondheid, moet je ze zelf zien. Die natuurlijke middelen zijn echt niet zo onschuldig. En als iedereen biologisch wordt dan stort de prijs daar ook in elkaar. En met zo weinig opbrengst per hectare kan je de wereld natuurlijk niet voeden, dan heb je drie wereldbollen nodig… Allemaal schijnbewegingen, weet ik, trap er niet in, concentreer je op de bal. Als we wereldwijd de dierlijke consumptie halveren, dan vermeerdert de hoeveelheid plantaardige eiwitten zich met een factor 4 a 5. En als het obese westen haar eetverslaving en voedselverspilling van 30% halveert, dan levert dat meer dan voldoende voeding op voor de miljard mensen die honger lijden. Maar dat is helemaal niet wat nagestreefd wordt door mensen die deze tegenwerpingen maken. Het is alleen de bedoeling dat hun eigen nering blijft doordraaien. En je verdient je geld niet in de dorre woestijn, maar bij de groene oase waar mensen met geld zich laven.

Mijn droomtoestand is langzaam overgegaan in een bewuste toestand. Ik lig in mijn bed te oreren voor… Ja, voor wie eigenlijk? De praatsessie tijden zijn voorbij, de tijd is gewoon op. Kijk naar buiten, kijk naar binnen, neem een besluit wat je vandaag gaat veranderen in je eigen gedrag en leef dat na. Leg de wapens neer, halveer je voetafdruk, maak ruimte voor elkaar, voor de aarde, voor je kinderen. In liefde. Amen.

Naschrift:

Vandaag, een dag na de lancering van de vleesindustrie om ‘het eten van vlees te depolariseren’, en ‘vanuit het ambacht weer lekker te maken’, popte bovenstaande tekst ineens naar boven in mijn telefoon. Dat kan bijna geen toeval zijn.

Petrischaal

In mijn vakantie heb ik eindelijk het monumentale boek The wizzard and the prophet van Charles Mann gelezen. Op hoofdlijnen was de inhoud mij bekend via recensies en reacties: natuurwaarnemer Voigt versus wetenschapper Borlaug als spil van de ideeenoorlog tussen de holistische en de reductionistische wereldbeschouwing in de landbouwontwikkeling van de afgelopen honderd jaar. Vertrouwen op de heelheid van de natuur waar we deel van uitmaken of vertrouwen op het verstand van de mens die de natuur haar wil oplegt en modelleert naar eigen believen? De een bestudeerde ineenstortende ecosystemen op locatie in opdracht van de guanowinning op de eilanden voor Peru en de ander bestudeerde de schimmelinfectie ‘stem-rust’ op tarwe en startte een veredelingsprogramma om resistente tarwegewassen te creëren die in combi met kunstmest en bestrijdingsmiddelen hoge opbrengsten opleverden. Ecologisch systeemdenken tegenover high-tech eco-modernisme.

In eerste instantie heeft de geschiedenis ruim baan verleend aan high-tech ecomodernisme. De combinatie van succesvolle veredeling, kunstmest en bestrijdingsmiddelen heeft de wereldvoedselproductie vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw tot begin deze eeuw een enorme boost gegeven. Gelabeld als de “green revolution” heeft ze de geschiedenisboeken gehaald. Die naam zegt wel iets over de toen heersende perceptie van de overwinning van de wetenschap op de vermaledijde natuur die altijd roet in het eten gooit. Na tienduizend jaar geploeter in de landbouw eindelijk de schimmels, bacterien en insecten de baas dankzij veredeling, kunstmest en chemie. In your face, nature!

Er waren ook andere inzichten, zoals de pioniers van de biologische landbouw die de aandacht op de bodem vestigde als startpunt van duurzame en gezonde landbouw en voeding. Maar hun stem was zwak in vergelijking met de triomferende wetenschappers die op het schild gehesen werden door de voedingsindustrie en de politiek. De naoorlogse jaren vanaf ‘45 zijn toch vooral de gloriejaren van de steeds verder intensiverende landbouw. De protagonisten van de biologische beweging werden weggezet als geiten-wollen-sokken en zweefteven die een appel deden op vage termen als ‘levenskracht’, ‘heelheid’ en ‘organisch groeien’. Met doorbraken in de veredeling van grote commodity-teelten als graan, rijst en mais, in combi met kunstmest en bestrijdingsmiddelen, schoten de oogstopbrengsten omhoog en nam de afhankelijkheid van vruchtbare bodems juist af. In Europa was Mansholt de protagonist en politiek wegbereider voor de groene revolutie. Al snel vormden zich enorme overschotten en kwam de boer meer op de wind te staan toen de garantieprijzen werden omgezet in hectaresteun. Alleen door groei en kostpprijsverlaging kon de boer blijven verdienen. Banken financierden maar al te graag en de rest van de keten was verzekerd van lage grondstofprijzen en hoge winsten. Nederland was de beste leerling van de Amerikaanse klas.

En ja, er bleef een tegenbeweging in tact die heel geleidelijk aan kracht won, omdat een betrekkelijk kleine, maar kritische groep intellectuelen, boeren en burgers zich steeds sterker afkeerde van chemische landbouw. Het boek Silent Spring van Rachel Carson, dat op 27 september 1962 verscheen, wordt gezien als het startschot van de milieubeweging en leidde ertoe dat de politiek kritischer ging kijken naar de wildgroei aan pesticiden. De beoordelingssystematiek en maximum toelaatbare restanten in levensmiddelen zoals we die vandaag de dag kennen zijn daar uit voort gekomen. Het invloedrijke boek heeft de groei-explosie van de chemisch-synthetische landbouw niet kunnen voorkomen. Net zo min als het rapport van de Club van Rome dat in 1972 verscheen het tij heeft kunnen keren. Integendeel, de verslaving aan oogst- en opbrengstvermeerdering door middel van mechanisatie, chemie, kunstmest, veredelingstechnieken, stalsystemen, fokprogramma’s, voedingsschema’s en wat er nog meer bij komt kijken is groter dan ooit. De boerenstand is gedecimeerd, terwijl de opbrengsten verveelvoudigd zijn in zestig jaar. Sinds een jaar of tien is de groei aan het stagneren. Er wordt door middel van genetische manipulatie naarstig gezocht naar nieuwe superrassen die de volgende oogstverdubbeling moeten gaan bewerkstelligen. We zijn immers op weg naar 10 miljard monden in 2050 die gevoed moeten worden…

Mann besteedt heel weinig aandacht aan het achterliggende mechanisme dat de triomf van de “groene revolutie” heeft voortgestuwd. Om met oud-president Clinton te spreken: ‘It’s the economy, stupid!’ De levensmiddelenindustrie is dankzij de bevolkingsexplosie na de Tweede Wereldoorlog heel groot geworden. En ze is enorm geconsolideerd geraakt door niet aflatende overnamegolven. De Bayers, Syngenta’s, de 4Farmers en de John Deers domineren de inputs, hulpmiddelen en data voor intensief boeren, de ADM’s, Bunge’s, Cargills en Louis Dreyfusen domineren de grondstofstromen, de Unilevers, Nestle’s Danone’s, Arla’s, Friesland Campina’s en hun nog grotere evenknieën in de VS, Japan en China domineren de merken en de supermarktketens in grote en minder grote landen domineren de afzet naar de consument, steeds meer bedreigd door de Amazons en Alibaba’s die alle consumentenverkoop in handen willen krijgen en dus ook de verkoop van voeding. Consolidatie betekent macht en macht betekent veel winst. En veel winst betekent aantrekkelijkheid voor beleggers, institutioneel en particulier. Als een onderneming veel waarde heeft, zijn er veel beleggers die er belang bij hebben dat die waarde toeneemt. Wat is een mooier vooruitzicht dan groei naar 10 miljard mensen die allemaal moeten eten? En straks ook nog pensioen willen ontvangen via de beleggingen van hun pensioenfondsen. Iedereen heeft belang bij het doordraaien van deze molen. En wie de trechterhalzen in zijn portefeuille heeft, zoals de veevoergiganten, zaadgoed- en pesticidereuzen, oliecrushers, de wereldmerken, netwerk van (digitale) verkooppunten met miljoenen trouwe klanten die bij jou hun voeding kopen en hun financiers, zijn gegarandeerd van veilige inkomsten en groeiende afzet. Die eenmaal verworven posities consolideren is een doel op zichzelf, dat zich door niets of niemand laat afstoppen.

Maar de weerstand tegen de praktijken van de agro-chemische voedingsmolen is de afgelopen decennia steeds verder toegenomen. In de jaren zeventig ontstonden de eerste knullige structuren voor de verkoop van biologische producten. In de jaren tachtig kregen die een impuls vanwege toenemende zorg om het milieu en de gezondheid. De jaren negentig en het eerste decennium van deze eeuw waren de jaren van de grote calamiteiten en schandalen, zoals de gekke koeien ziekte, de varkenspest, de vogelgriep en Q-koorts. De silent spring is de afgelopen decennia werkelijkheid geworden in de groene woestijn van de groene revolutie; 70% van de biodiversiteit is verdwenen sinds het boek van Rachel Carson verscheen. De gezondheidszorg is onhoudbaar als gevolg van het overaanbod van goedkoop ongezond eten waar de meeste winst mee te behalen valt. En toen verscheen het Coronavirus, dat misschien niet een op een toegeschreven kan worden aan een individueel ‘bedrijfsongeval’, maar wel aan de wijze waarop we onze voedingsvoorziening hebben ingericht ten koste van natuur en biodiversiteit. De bufferzone tussen opeen gehokte dieren en dichtbevolkte steden en landen is te smal geworden. En net als in de Bijbel komen de plagen nooit alleen. De grootste bedreiging van dit moment is de klimaatverandering door menselijke invloed. De enorme hoeveelheden energie die de groeiende wereldbevolking door groeiende economische activiteiten verbruikt en de daarmee gepaard gaande stikstof uitstoot in de atmosfeer, gaat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid leiden tot 2 a 6 graden temperatuurstijging met grote gevolgen voor de mensheid.

Waar is hier de nooduitgang? Waarom haasten overheden zich niet om de door de wetenschappers van IPCC geadviseerde noodscenario’s uit de kast te trekken? Waarom reageert Rutte met de populistische woorden dat het wel gezellig moet blijven en we lekker moeten kunnen blijven barbecuen? Omdat kinderen beter dan premiers begrijpen wat er moet gebeuren en zij geen rekening hoeven te houden met de belangen van hun ‘old school network’ en de stem van de kiezer.

Mann vertelt in zijn proloog dat hij in zijn geboortedorp af en toe de beroemde microbiologe Margulis tegen het lijf liep. Ze informeerde of hij zich nog steeds bezig hield met bedreigde diersoorten. Hij verzwijgt dat hij zich op het duo Voigt en Borlaug heeft gestort, want hij weet wel hoe zij erover denkt. De menselijke soort is exceptioneel succesvol en ‘it is the fate of every successful species to wipe itself out. Niet perse uitsterving, maar iets onversneden vervelends waardoor de menselijke onderneming schipbreuk leidt.’ (Vert. BvdI) Noch terug naar de natuur, noch vooruit met techniek gaat de oplossing brengen. Soorten die te succesvol zijn wacht het lot van de bacteriestam in het petrischaaltje van de bioloog; exponentiële groei totdat het schaaltje in de laatste tien seconden volloopt en ineenstort door gebrek aan voeding.

Mann heeft de moed nog niet opgegeven. De idealist Voigt en de vooruitgangsdenker Borlaug geloofden allebei in het vermogen van de mensheid om uit te stijgen boven het natuurlijke mechanisme en er niet door vermorzeld te worden. Zonder het expliciet uit te spreken spreekt hij vertrouwen uit in mensen om, eenmaal doordrongen van de noodsituatie, alle kennis en middelen in te zetten om ons als collectief aan te passen en te overleven.

Het voorbije jaar ontneemt de optimisten onder ons de zuurstof om te blijven dromen van een snelle ‘global awakening’. Overstromingen, bosbranden, hitterecords op vele continenten en het voortwoekerende Coronavirus heeft weinigen ervan weerhouden om weer ‘van de vrijheid te genieten’ en de oververhitte toeristenoorden te bezoeken. We laten onszelf niet graag inperken en vinden dat vooral anderen verantwoordelijk zijn en er wat aan moeten doen. En de mondiale elite van miljardairs, de groep die het zich kan permitteren om zich uit de problemen te kopen, heeft het drukker met de continuïteit van vermogensgroei dan de continuïteit van onze soort op de razendsnel opwarmende aarde. Ook de regeringsleiders, afgelopen najaar bijeen in Glasgow, blijven zich herhalen met holle frasen en loze beloften. Rutte die ‘actie, actie, actie’ roept in de camera van de NOS. Ongeloofwaardiger is nauwelijks denkbaar en toch volop steun, want de barbecue kan gezellig doorgaan tijdens de Indian summer die tot ver in november(!) heeft aangehouden. Weg optimisme. Het is realistischer om tot de conclusie te komen dat het probleem ons boven het hoofd gegroeid is en wij niet in staat zijn om het op te lossen. Net als het relatief kleine probleem van Corona. De korte termijn impulsen winnen het meestal van het vermogen om behoeften uit te stellen. Ik nu, wij later. Degenen die het probleem veroorzaakt hebben, kunnen het zelf niet oplossen. Vrij naar een van de grootste wetenschappers die de mensheid voortgebracht heeft: Albert Einstein. Ik betrok dat altijd op de Wizzards die met nieuwe technieken problemen te lijf gaan die ze zelf met een eerdere vinding veroorzaakt hebben. Wrijven in een vlek. Daarom kon ik optimist zijn, omdat ik via mijn werk een groeiend bewustzijn heb gediend om zonder chemie en andere onnatuurlijke kunstgrepen landbouw te bedrijven die gezonde en eerlijke producten voortbrengt met respect voor de natuur. Ik vrees dat ik te optimistisch ben geweest. We zijn allemaal onderdeel van het petrischaaltje Aarde, waarop we overleven zolang de voedingsbodem ons voldoende blijft geven. Met de groeiende wereldbevolking is er meer voedsel nodig om alle monden te voeden. Alle middelen daarvoor zijn geoorloofd, ben je geneigd te zeggen, en daarom zouden tovenaars en profeten eendrachtig moeten samenwerken om dat doel te bereiken. Dan moet je gezamenlijk eerst de vraag beantwoorden of de oplossing in aanpassing aan en optimale coëxistentie met het ecologische systeem ligt (profeten), of in het beheersen en naar de hand zetten van dat systeem door middel van technieken, zoals chemie en genetische manipulatie (tovenaars). Je zou zeggen dat met name de razendsnelle klimaatverandering door menselijk handelen en de enorme bedreiging daarvan voor iedereen, genoeg urgentie heeft gekregen om tot gemeenschappelijk perspectief te komen. Zolang we op twee benen blijven hinken, onszelf niets willen ontzeggen en blijven gokken op de toverstaf, zetten we alles in de waagschaal. Alles vanuit menselijk perspectief, want het overige leven op aarde kan prima zonder ons.

Willen is doen

Zet biologisch centraal in nieuw landbouwbeleid

Naarmate de biologische landbouw terrein wint in de EU, duiken reeds lang ontkrachte mythes over biologisch hardnekkig op in de (social) media. Er zit een patroon in de wijze waarop tegenstanders van biologische landbouw deze sleetse mythes opdienen om het weg te zetten als onrealistisch, duur en zelfs onverantwoord. Achter deze protagonisten van de verbleekte mythes gaat een wereld van gevestigde agrochemische belangen schuil die vast houdt aan het productie- en businessmodel dat hen zoveel profijt heeft gebracht ten koste van klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn, gezondheid en natuur. Om de vernietiging van ons natuurlijk kapitaal te stoppen moet biologische landbouw en voeding de spil worden in de Nederlandse transitie naar duurzame landbouw.

Eerst de sleetse mythes.

Biologisch is een mooi streven maar ongeschikt om straks 10 miljard monden te voeden.

We gooien mondiaal 30% van ons voedsel weg, we zetten 70% van de plantaardige teelt in voor de vleesproductie, dat 5 tot 10 kilo plantaardig eiwit vereist voor 1 kilo dierlijk eiwit en hebben 50% overgewicht in het Westen vanwege teveel en verkeerd voedsel. Het wereldvoedselvraagstuk is vooral een verdeelvraagstuk. Kijk naar de vaccinatie: die begint -hoe gebrekkig ook- in het Westen, Rusland en China, gevolgd door opkomende landen en eindigt in arme landen. De reden is economisch; wie kan investeren en betaalt zit op de eerste rij, de rest moet wachten. Zo werkt het ook in de distributie van voeding; in Europa en de VS eten we ons obees, in arme landen wordt honger geleden terwijl er nu genoeg is.

Biologisch neemt veel meer grond in beslag die anders voor natuur gebruikt kan worden.

De gemiddelde opbrengst van de plantaardige biologische teelt is 20% lager dan gangbaar. Dat is een feit. Maar die lagere opbrengst levert veel op: geen behoefte aan kunstmest en pesticiden, 30% meer biodiversiteit, een gezonde bodem met een hoger organisch gehalte en dus meer CO2 opname in de bodem en dus beter voor het klimaat, beter waterbergend vermogen en een gezonder product, want minder pesticiden en meer voedingsstoffen. Als je deze opbrengsten optelt bij het 20% hogere landgebruik dan is de totaaloogst nu al veel rijker dan wat intensieve gangbare landbouw te bieden heeft. En die balans wordt alleen maar positiever omdat biologisch zich verder ontwikkelt, zoals met de innovaties strokenteelt, klimaatboeren en veganistische landbouw zonder mest, terwijl gangbare bodems uitgeput raken en de opbrengsten onder druk staan. Voorstanders van intensieve agrochemische landbouw proberen hun externaliteiten omlaag te rekenen door ze om te slaan per kilo product en roepen dan dat ze minder vervuilend zijn dan biologisch omdat ze minder grond nodig hebben. Het sluitstuk van hun argumentatie is dat op de vrijgekomen grond ‘elders’ natuur kan verrijzen. Als je vraagt waar ‘elders’ ligt, kijken ze je niet begrijpend aan. Want zorg dragen voor natuur is uiteraard hun probleem niet. Ze willen alleen iets weg rekenen wat hun bedrijfsmodel bedreigt zonder enige verantwoordelijkheid ervoor te nemen.

Biologisch is te duur en alleen weggelegd voor mensen met geld.

Ja, biologische producten zijn gemiddeld 30% duurder dan gangbare, dat is een feit, maar dat komt voornamelijk omdat gangbaar eten te goedkoop is. Als je daar de kosten voor verlies aan biodiversiteit, CO2 en stikstof uitstoot, achteruitgang lucht- en waterkwaliteit en de schade voor onze gezondheid bij optelt, is gangbaar nu al veel duurder. Als je vervolgens kijkt naar de subsidiestroom dan is er nog iets schokkends aan de hand: 99% van de landbouwsubsidies in de EU, ruim 56 miljard Euro, gaat naar de gangbare landbouw op dit moment. Van alle investeringen en nationale subsidies op investeringen in Nederland zal de verhouding ook in de richting van 99% voor gangbare landbouw liggen. Daar zijn ook vele miljarden aan subsidies en investeringsaftrek mee gemoeid. En dan hebben we het nog niet aan de miljardensteun voor calamiteiten en uitkoopregelingen.

Het probleem van de biologische landbouw is dat het bedrijfsmodel nog niet rond is.

Pardon? Biologisch is het enige systeem dat over de volle breedte inclusief produceert, dus met zorg voor biodiversiteit, vruchtbare bodems, klimaat, schoon water, dierenwelzijn, gezondheid en eerlijke prijzen. True pricing dus! Op eigen kracht is biologisch in 40 jaar tijd uitgegroeid van bijna 0 naar 8,5% areaalaandeel in de EU. Vooral Nederland loopt daarin achter omdat hier de voorkeur is gegeven aan exportgerichte agrochemische landbouw die decennialang kosten heeft afgewenteld op klimaat, natuur, bodem, dierenwelzijn en gezondheid. Alleen dankzij die onrechtmatige afwenteling van kosten op de samenleving en torenhoge landbouwsubsidies vanuit Brussel heeft dat systeem zich zo goed rond gerekend. Maar als je die kosten nu doorbelast is dit systeem failliet. Alleen biologisch rekent zich echt rond. En dat wordt zelfs niet begrepen door de topman van de Rabobank die 85% van de investeringen in de Nederlandse landbouwsector in portefeuille heeft.

In dat licht mag het een wonder heten dat in 2019 al op 8,5% van het EU landbouwareaal biologisch wordt geteeld. En dat is in het achterliggende Coronajaar weer 0,5 tot 1% toe genomen.

Nederland blijft met 3 tot 4% areaalaandeel ver achter bij het Europees gemiddelde omdat wij, afgezien van een paar convenanten in de periode 2004-2011, geen biologisch landbouwbeleid hebben gekend. En daar was een heel logische reden voor; het intensieve en zogenaamd ‘kosten-efficiente’ landbouwmodel van schaalvergroting en veel chemische inputs, is nergens zo succesvol uitgerold als in Nederland. In 60 jaar tijd is het veelzijdige polderlandschap met 400.000 boerengezinnen vlak gestreken tot een groen industrieterrein met nog maar 53.000 boerengezinnen, waar miljoenen liters landbouwgif, miljoenen kilo’s kunstmest en drijfmest over uitgereden worden tussen overbevolkte megastallen met 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen koeien. In dat systeem worden miljoenen tonnen veevoer van 5 miljoen hectare landbouwgrond uit het Amazonegebied geïmporteerd. In dat systeem zijn tientallen miljarden geïnvesteerd om onze Nederlandse producten op de wereldmarkt te verkopen. Per saldo geen winstgevende onderneming, maar niemand wil het verlies nemen en daarom volhardt Nederland in het in stand houden van een failliet landbouwsysteem dat roofbouw pleegt op biodiversiteit, bodem, water, gezondheid en het klimaat. En dat is geen mythe als je de overstelpende hoeveelheid onderzoeken en rapporten van het afgelopen jaar leest.

En nu de toekomst.

Gelukkig zitten er een paar verstandige Nederlandse politici in Brussel en hebben zij de sloophamer geïnstalleerd om een einde te maken aan het niet meer zo kosten-efficiënte landbouwsysteem waarin successen uit het verleden geen enkele garantie bieden voor de toekomst.

Als voormalig directeur van Bionext, de brancheorganisatie voor de biologische sector, weet ik als geen ander hoe het is om jarenlang tegen de bierkade van gevestigde belangen te vechten. Tegen de verdrukking in heeft biologisch zich verder ontwikkeld en zich bewezen als robuust en weerbaar landbouw- en voedingssysteem voor een duurzame toekomst. En steeds meer mensen zijn bereid in die toekomst te stappen; 25% van de boeren in Gelderland wil omschakelen naar biologisch als ze daarvoor de kans krijgen. Een ruime meerderheid van de consumenten geeft de voorkeur aan biologisch als het prijsverschil met gangbaar kleiner zou zijn.

Nu Nederland snakt naar bestuurlijke vernieuwing, lijkt ook het klimaat rijp om ruimte te geven aan de omslag naar volledig duurzame landbouw en voeding. De Van boer tot bord doelstellingen van 25% biologisch, halvering van chemische bestrijdingsmiddelen en 20% reductie van kunstmest in 2030 bieden een mooi vertrekpunt voor het nieuwe kabinet, maar gaan feitelijk nog lang niet ver genoeg. Ecorys heeft vorig jaar in opdracht van Greenpeace berekend dat een volledige omslag naar biologische landbouw in Nederland de grootste stikstofreductie realiseert tegen het hoogste rendement op de investering die het vergt. De duurzame toekomst ligt binnen handbereik als nu de juiste keuzen worden gemaakt. En die keuze voor volledig duurzame biologische landbouw en voeding past perfect in het reinigen van het verstikte bestuurlijke klimaat in Nederland (en veel andere landen), waar burgers in de kou staan en multinationals en banken het economische beleid bepalen. De schreeuwende behoefte aan bestuurlijke vernieuwing gaat hand in hand met een omslag naar een duurzaam biologisch landbouw- en voedingsbeleid.

Willen is doen.

De nieuwe norm

Vaak schrijf ik door een externe prikkel, zoals verschijnende glyphosaat velden in het voorjaar of nieuwe cijfers over de obesitas epidemie, een nieuwe blog in een opwelling van ergernis en boosheid. Dat overkwam me ook na de uitzending van Zembla over het belang van de bodem en het schrijnende gebrek aan investeringen van de Rabo in biologische landbouw omdat het te weinig financiële winst oplevert. Deze keer heb ik mezelf beheerst en de blog niet gepost. Hoe kijk je er met enige afstand naar, na de eerste opwinding?

De laatste tijd verdiep ik me wat meer in de veranderingen in de landbouw en voeding sinds mijn geboortejaar en wat die ontwikkeling tot op heden voortstuwt. Ik heb het voornemen daar nog dieper in te duiken, want de eerste feiten zijn al opmerkelijk. In 1960 telde Nederland nog meer dan 400.000 boerenbedrijven, bijvoorbeeld. Daar zijn er nu nog maar 53.000 van over, ruim eenachtste. De hongersnood moet toegeslagen zijn, denk je dan, maar het tegendeel is waar. Dankzij alle technische ontwikkelingen en innovaties, denk aan kunstmest, chemisch-synthetische bestrijdingmiddelen, veredeling van plant en dier, melkrobots, gps-systemen, steeds zwaardere machines en steeds grotere stalsystemen met steeds hogere aantallen dieren, is de productie juist tientallen keren toegenomen. Het is een mirakel. Nederland is dankzij de gespecialiseerde kostenefficiente landbouw tot tweede voedingsexporteur ter wereld uitgegroeid. Zelfs tijdens het afgelopen Coronajaar groeide de export nog met ruim een procent tot het duizelingwekkende bedrag van 95 miljard Euro. Bijna net zoveel als de Rabo wereldwijd in dat landbouwsysteem belegd heeft. ‘Stranded assets’ hoorde ik iemand vorige week die investeringen brandmerken; gestrande beleggingen.

Daarmee zitten we meteen in de kern van het probleem. Ook al begrijpt (bijna) iedereen dankzij de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis, de stikstofcrisis en de gezondheidscrisis dat het einde van het kostenefficiente landbouw- en voedingssysteem met zijn grenzeloze afwenteling van kosten op onze gezamenlijke balans nabij is, niemand die zijn ziel en geld daaraan verpand heeft, wil zijn verlies nemen. Daarom blijft het systeem van goedkope voedselproductie ten koste van klimaat, biodiversiteit, bodem en gezondheid nog gewoon doordraaien. Boer, bank, multinationals, pensioenfondsen en overheid, niemand kan ongestraft uit het systeem stappen. Het uitkopen van een klein deel van de varkensboeren kost de overheid (lees; wij de belastingbetaler) alleen al miljarden, dat grotendeels bij de banken terecht komt om de leningen af te lossen. Een recente toekomstverwachting van Friesland Campina geeft ook geen blijk van veranderingsnoodzaak: FC verwacht dat het aantal melkveehouders met 10% krimpt, maar dat het productieverlies bij de overblijvende melkveehouders wordt gecompenseerd door koeien die nog meer dan de huidige 9.000 liter per jaar gaan produceren. Nog efficienter dus, met risico op gelijkblijvende kostenafwenteling, want de melk mag niet duurder worden. Anders komt de export in gevaar…

En dan zwijg ik over de kosten van Covid, ‘veroorzaakt door het duurste stukje vlees ter wereld’, zoals Sheila Sitalsing onlangs de oorzaak en de gevolgen kernachtig duidde.

De show must go on, dat is het adagium, tegen beter weten in. Het is een potje poker tussen de hoofdrolspelers overheid, multinationals, supermarktgiganten, banken en boeren wie de roetpiet trekt en zijn faillissement kan aanvragen. Misschien is het tijd om een bad bank in het leven te roepen waar de riskante investeringen in worden ondergebracht, om de druk van het financiele systeem te halen. De overheid gaat deze bank beheren. De bank die zijn stranded assets heeft geparkeerd mag alleen nog in echt duurzame en gezonde landbouw en voeding (lees biologisch) investeren. De boer die overschakelt wordt van zijn oude schuld verlost. Nieuwe belastingmaatregelen zorgen ervoor dat de vervuiler nu echt gaat betalen en dat geldt ook voor de multinationals en supergiganten. Wie de gemeenschappelijke waarden niet respecteert wordt van de weg gehaald.

En dan accepteren we ook geen schijnbewegingen meer van supermarktorganisaties en multinationals die het met hun zoveelste zogenaamde duurzaamheidsconcept in eigen beheer proberen. AH adverteert al wekenlang in de zaterdagkranten met haar duurzame landbouwverhalen. De tranen schieten mij in de ogen en niet van ontroering, helaas. Dat de grootgrutter een beperkt korte termijn geheugen heeft blijkt uit hun duurzaamheidszeperd in 2008, toen zij ‘AH biologisch’ inruilde voor ‘AH puur&eerlijk’, een vergaarbak voor alles wat iets duurzamer, fair trade en biologisch was. De klant begreep er weinig van. Na 7 jaar verdween het merk en kwam AH biologisch weer terug op schap. Maar het is geen keuze uit overtuiging, want aan de gewone gangbare producten, de niet-duurzame producten, valt meer te verdienen. Daarom liever een slap duurzaam programma, met een paar kleine stapjes in de betere richting, dat AH zelf dicteert qua inhoud en prijs, dan op volle kracht vooruit met biologisch, dat wettelijk geborgd is. Zo blijft biologisch in Nederland dankzij de marktleider steken op 3 tot 4 procent marktaandeel en maken we geen meters ten gunste van klimaat, stikstof, biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en gezondheid. Supermarkten in Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland laten zien dat het 6 tot 20 procent kan zijn. Alleen al in Duitsland steeg de biologische consumptie vorig jaar met 17% naar ruim 14 miljard.

Het eerder genoemde Friesland Campina is ook net terug van een mislukt alternatief voor biologisch: er is weinig vraag naar de net geïntroduceerde Planetproof zuivel en dus worden de cooperatieleden met Planetproof afgeschaald en komt er meer ruimte voor biologisch. Logisch, want daar is wel behoefte aan en maakt zijn meerprijs waar.

Tenslotte. Tijdens de rijpingstijd van deze blog, is het initiatief van de Rabo voor een klimaatbank onder leiding van mevrouw Baarsma bekend gemaakt. Is dit een afleidingsmanoeuvre van de bank om haar met de dag onzekerder worden investeringen in de kostenefficiente landbouw te redden? Immers, als de wankele leningen aan een noodzakelijkerwijs aflopende vorm van bedrijfsvoering, gesteund worden door beloningen voor opslag van CO2 in de bodem, dan vallen ze te redden als ze maatregelen in de goede richting nemen en daar geld voor krijgen om het hoofd boven water te houden. Zo maak je business van CO2 en red je de grootste vervuilers, want zij kunnen de meeste CO2 reduceren en dus het meeste verdienen. Geen slecht idee. Een beetje teleurstellend dat het begint met een project ver weg van het CO2 rampgebied Nederland, in Afrika, met de aanplant van bomen waar de bank CO2 besparing mee reduceert en klanten in Nederland CO2 credits kunnen kopen om hun eigen uitstoot mee te compenseren. Nederland moet dus nog even wachten en al helemaal mijn vraag hoe dit uitpakt voor de biologische boeren met leningen bij de Rabo? Krijgen zij een bonus voor wat ze al jaren bespaard hebben op de CO2 uitstoot? Of kan je alleen CO2 rentenieren als je veel CO2 uitstoot en dat reduceert? In dat geval wordt de vervuiler beloond en grijpt de biologische boer opnieuw achter het net omdat hij zijn CO2 uitstoot al verkleind heeft. Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking van de reddingsoperatie van Klimaatbank Rabo in Nederland om te kunnen beoordelen welk business model hiermee ondersteund gaat worden; de oude of de nieuwe? En waarom niet meteen de biodiversiteit meenemen die al 65% tot 75% is afgenomen in de afgelopen decennia dankzij de kostenefficiente landbouw? En de effecten op de gezondheid?

In het nieuwe normaal, waarin alle negatieve impacts op natuur en mens worden afgerekend, is geen plaats meer voor kostenloze afwenteling op de gemeenschappelijke balans. Bankieren volgens de nieuwe norm wordt een veelzijdig vak voor boeren, bedrijven en burgers zonder een beperkte winst-verlies opvatting.

Lichtpunten voor een nieuw jaar

Lichtpunten voor een nieuw jaar

En wat voor een jaar… Ondanks de Corona pandemie, de aanval op de democratie in de VS en nog een paar handenvol angstaanjagende gebeurtenissen, zijn er gelukkig ook voldoende lichtpunten zichtbaar geweest. En daar richt ik me op, want na de Zonnewende krijgt het licht weer langzaam de overhand. 

Een grote verrassing dit voorjaar was de publicatie van de Green Deal Farm to Fork en Biodiversity strategies door de EU Commissie. Eindelijk urgente en ambitieuze doelen om de agrochemische landbouw een halt toe te roepen ten gunste van biologische landbouw voor herstel van de biodiversiteit, voor het klimaat en voor onze gezondheid. Jammer dat de landbouwministers ook voor de komende 7 jaar 70% van de 370 miljard aan belastinggeld verkwanselen aan een platte hectaresteun voor de agrochemische landbouw die al zoveel kosten afwentelt op de gemeenschap. Business as usual, waar de protesterende boer in die kostenefficiente keten kennelijk niet veel beter van wordt. Gelukkig hebben zij het Malieveld verruild voor de distributiecentra van het grootwinkelbedrijf dat altijd voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. Als boeren een normale prijs betaald krijgen, hoeven ze natuur, klimaat, dierenwelzijn, water, lucht, het landschap en de gezondheid niet meer te belasten en kunnen de belastingen omlaag omdat er veel minder schade hersteld hoeft te worden. Stel je voor: 20 miljard bezuiniging op ongezondheidskosten (nu 100 miljard!) omdat er overwegend biologische voeding te koop is die wel past binnen de gezonde voedingsrichtlijnen van de overheid. 

Het Questionmark rapport van dit najaar dat tweederde van de voeding in de gewone supermarkt niet past in een gezond voedingspatroon is schokkend. Maar positief is dat de meerderheid van de producten in Ekoplaza en andere biowinkels wel passen in een gezond voedingspatroon. Er zijn dus kleine vrijplaatsen waar gezonde voeding nog steeds de boventoon voert. En nog mooier is dat de biologische speciaalzaken dankzij Corona een sterke groei doormaken dit jaar. De aanleiding is triest, maar een goede crisis schrikt mensen wakker en brengt ons tot een heroriëntatie. Gezonder eten en biologisch eten komen duidelijk als winnaars uit de bus, samen met het kopen van meer lokaal geproduceerd voedsel bij kleinere winkels, rechtstreeks bij de boer en natuurlijk de thuisbezorging. Het maakt een wereld van verschil, biologische teelt en de plek waar je je voeding koopt. 95% van de voedselverkoop is in handen van enkele reuzen, die veel te weinig verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van hun klant en toeleveranciers, de boeren. Alles draait om hun winst en dat gaat al veel te lang ten koste van alles wat van grote waarde is, maar geen prijs heeft in ons failliete economische bestel. 

Klimaat, biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, dierenwelzijn, gezondheid, als je de schade die daaraan wordt toegebracht meerekent in de prijs is biologische voeding al veel goedkoper dan de gangbare vulling, omdat ze veel minder kosten afwentelt. De Farm to Fork strategie benoemt de hoge waarde van biodiversiteit voor het klimaat en onze gezondheid en de schade die chemische pesticiden, kunstmest en antibiotica daaraan toebrengen. Ze wil de chemie in de landbouw halveren en kunstmest met 20% verlagen. En ze benoemt dat de Corona crisis alleen nog maar duidelijker maakt dat het systeem om moet. Er wordt zelfs gezinspeeld op fiscale maatregelen. En ja, die zijn noodzakelijk, want daarmee verander je het speelveld. Wat bij roken is gelukt, lukt ook bij voeding: beprijs de schade aan de gezondheid, maak het duur en minder mensen zullen het aanschaffen. Bij voeding zal dat nog veel effectiever zijn: als biologisch goedkoper is, wordt dat de norm. Bedrijven moeten verantwoordelijk worden gesteld en daarom is het proces van Milieudefensie tegen Shell, nog zo’n mooi lichtpunt. Het wordt tijd dat het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ consequent wordt toegepast in een nieuw fiscaal Trueconomy systeem dat boeren en bedrijven stimuleert om zo inclusief mogelijk te produceren, omdat afgewentelde kosten alsnog boven op de prijs terecht komen. In dat model is biologisch al veel goedkoper dan gangbaar, zoals een zeer recent onderzoek in Nature, nog zo’n mooi lichtpunt, laat zien. Vleesconsumptie is het meest belastend, dus dat zal drastisch minder worden, maar wel van veel betere kwaliteit. 

Biologische landbouw en voeding is in dit afgelopen jaar van gezondheids- en klimaatcrisis dus een groot lichtpunt geworden. Het zal niet voor niets geweest zijn dat zo’n 13 jaar na data de achtergrond van het kippenonderzoek onder leiding van Machteld Huber boven tafel gehaald zijn door Zembla. Ze moest destijds onder druk van de WUR en TNO haar conclusie intrekken dat biologische kippen die biologisch gevoerd worden een gezondere afweerreactie vertonen op een virale besmetting. Want ‘er zijn gigantische belangen mee gemoeid’, zoals oud WUR bestuursvoorzitter en oud minister Veerman het uitdrukte. En de gigantische belangen van de ‘gangbare onderzoekers’ zaten nu eenmaal in de gangbare levensmiddelenhoek. Deze gezondheidsconclusie ten gunste van biologische voeding moest van de weg gereden worden. Gelukkig liet Machteld Huber zich niet ontmoedigen en publiceerde zij enkele jaren later een proefschrift waarin zij tot een vernieuwde definitie komt van het begrip gezondheid: de mate van alertheid waarmee een immuunsysteem kan reageren op aanvallen van bijvoorbeeld virussen. Heel actueel in deze Corona crisis. Jammer dat haar onderzoek destijds niet voortgezet is, maar mogelijk dat dit alsnog gaat gebeuren. Alweer een lichtpunt. 

En dan was er nog de uitspraak dit voorjaar van professor Bas Bloem, die onomwonden de olifant in de kamer benoemde: chemische pesticiden verhogen de kans op de neurologische ziekte Parkinson. Bij muizen is dit het geval en bij boeren en mensen in regio’s waar veel chemie bespoten wordt, is dit het geval. Ergo; chemische pesticiden zoals glyphosaat veroorzaken ook de wereldwijde epidemie aan Parkinson. En waarschijnlijk veel meer ziektes. Niet om vrolijk van te worden, maar het lichtpunt is dat iemand die er verstand van heeft, het durft te zeggen. En dat we die troep niet nodig hebben en de EU Commissie onderkent dat met het doel om de chemische middelen in de EU-landbouw met 50% te halveren. 

Ook een groot lichtpunt is dat dit najaar de Nederlandse Bank en het Planbureau voor de Leefomgeving in een gezamenlijk rapport tot de conclusie komen dat eenderde van de onderzochte beleggingen van totaal 1.400 miljard Euro sterk afhankelijk is van klimaatverandering en biodiversiteit. Zonder snelle aanpassingen zijn dit in feite risicovolle investeringen waar lange termijnbeleggers, zoals pensioenfondsen rekening mee moeten houden. Zij pleiten voor een CO2-tax en zo dringen het klimaat en de biodiversiteit de Trueconomy binnen. Zoals David Attenborough met zijn testament heeft laten zien is de afbraak van natuur weliswaar dramatisch geweest tijdens zijn leven, maar kan het tij nog altijd gekeerd worden. Beetje jammer dat hij de intensieve Hollandse substraatteelt als een oplossing toont, maar dat is hem vergeven. Hij heeft nu eenmaal meer verstand van de natuur dan van de landbouw. 

En dan zijn er nog hele hordes die de corona, klimaat, water, bodem, biodiversiteit en gezondheidscrisis ontkennen of zelfs als een complot bestempelen. Om met dr. Fauci, de Amerikaanse Van Dissel, te spreken: leg een arm om hun schouder en zeg ‘laten we samen naar de feiten kijken’. Dat lijkt me een mooi instelling voor 2021. Met Biden gloort er ook weer hoop in de VS, ook voor het klimaat. Wat een groep goed geïnformeerde burgers in Frankrijk aan groene voorstellen heeft voortgebracht is ook hoopgevend met als voorlopig hoogtepunt dat er zeer waarschijnlijk een referendum komt om het klimaat in de grondwet op te nemen. 

En dat brengt me bij het lichtpunt van de Nederlandse verkiezingen en de samenstelling van een nieuw kabinet. Het huidige begon vier jaar geleden zo voortvarend voor het klimaat en heeft ook wat stappen gezet, maar de uitvoering blijft wankel. Vooral op landbouw is een surplace ontstaan. Iedereen begrijpt dat die niet kan blijven voortduren. De goedwillende minister Schouten heeft in haar eentje de omslag naar biologische kringlooplandbouw niet kunnen bewerkstelligen. De grote jongens, gesteund door het militante boerenprotest, willen er nog niet aan, want dan verliezen ze hun goedkope grondstoffen. Nu de protesterende boeren voor de poorten van de distributiecentra staan in plaats van op het Malieveld, dringt hun noodkreet de eigen keten binnen, wat een groot lichtpunt is. Het enige succes van vier jaar Schouten is de magere stikstofwet die er onlangs op de rand van haar ministerschap door heen gekomen is. Het is welbeschouwd vooral een luxe uitkoopregeling voor boeren die goed gecompenseerd met pensioen willen gaan. Nee, er is veel meer nodig, een echte systeemverandering. Het lichtpunt is dat het ministerie van LNV hiervan doordrongen is en de plannen voor de volgende kabinetsformatie aan het smeden is. Om die te realiseren zal een groene verkiezingsuitslag met veel druk op de klimaatagenda nodig zijn. Vaak is een stevige crisis nodig om het roer om te gooien. De crisis is er, dus er komt verandering. Ik zie uit naar de nieuwe lente van 2021.

Voer voor complotdenkers

Voer voor complotdenkers

Ik heb er niet veel mee op, met de woeste complottheorieen over Democratische kindermisbruikers, overheden die de bevolking onderdrukken met covid, of nog erger, de vaccinatie aangrijpen om een chip te implanteren waarmee ze hun slachtoffers kunnen manipuleren. Dat kan eenvoudiger, als een overheid haar bevolking in bedwang wil houden. In China doen ze het met camera’s en data-analyse, net als Facebook en Google in feite, maar dat weet iedereen en dan kan je het geen duister complot meer noemen. We accepteren de manipulatie van de algoritmen gewoon en raken opgesloten in onze eigen bubbel.

Als ik een complot over geheime manipulatie van mensen zou moeten bedenken voor een spannend verhaal, zou ik kiezen voor voeding. Waar mineralen en chloor mag worden toegevoegd aan water, moet het een koud kunstje zijn om het met andere stoffen te vermengen. Als je chemische smaakversterkers mag toevoegen waarmee je de hersenen misleidt, dan is het peuleschil om er een stofje in te stoppen waar iedereen gehoorzaam van wordt. Als je mensen mag vetmesten, met obesitas, hart- en vaatziekten en kanker als gevolg, dan kan je ze toch net zo goed meteen vergiftigen. Als je weet wat er al wordt toegevoegd met vaak nare gevolgen, dan begrijp je niet dat de complotdenkers nooit hun fantasie hebben losgelaten op de duistere kanten van de voedingsmiddelen industrie. De kelder van de New Yorkse pizzeria buiten beschouwing gelaten.

Ik kan u meteen gerust stellen. Hoeveel gif, chemie, gentech en lege vullingsmiddelen er ook verwerkt worden in ons dagelijks eten, van een complot is hier geen sprake. Hooguit van een vorm van misleiding, waar grof geld aan verdiend wordt. De ‘deep state’ in de agrofoodsector zijn de banken, de merkenfabrikanten, de supermarkten, de chemiereuzen met veredelingstakken, de veevoergiganten, de conservatieve boerenlobby en delen van de academische en bestuurlijke wereld, die er samen alles aan doen om het lucratieve businessmodel in stand te houden. We zijn er tenslotte voedingsexporteur nummer twee van de wereld mee geworden. De banken financieren de boeren en de bedrijven. Daar zit veel kapitaal in en als de boeren en bedrijven ineens biodiversiteit, klimaat en gezondheid moeten dienen, dan zijn die investeringen in energieverslindende kassen, overbevolkte kippen- en varkensstallen en de immer opschalende koeienstallen op slag waardeloos. Voor de foodindustrie betekent het verlies van goedkope grondstoffen dat ze hun verkopen zien instorten. En dus wordt er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat het leeuwendeel van EU landbouwgelden (370 miljard gemeenschapsgeld in 2021-2027) beschikbaar blijft voor een platte hectare steun zonder milieu, bodem, dierenwelzijn of gezondheidseisen. De dominante conservatieve cultuur van de Wetenschap buigt mee met de belangen van onze multinationals, niet toevallig giganten met een eigen onderzoekscentra. En het Bestuur buigt eveneens mee, want dat is de uitkomst van het polderen met boeren en bedrijfsleven en het verdedigen van bestaande economische belangen. De landbouw ligt niet alleen aan een kunstmest en chemie infuus, maar ook aan een geldinfuus. En daarom buigt iedere minister van landbouw in Nederland vroeg of laat mee met het hogere economische belang van de machtige agrofoodlobby. Zelfs minister Schouten, die de strijd is aangegaan ten gunste van kringlooplandbouw waar biologisch en natuurinclusief de hemel ingeprezen worden, toont zich nu tevreden met voortzetting van de platte hectaresteun in het GLB voor de komende zeven jaar. Terwijl ze het anders zou willen.

Kan het anders? Het moet anders, want zonder de noodzakelijke landbouw- en voedingstransitie worden de klimaatdoelen niet gehaald, blijft de massa-uitsterving van biodiversiteit voortgaan, neemt de epidemiologische druk van zoonossen nog verder toe, gaat de bodemvruchtbaarheid verder achteruit, gieren de ongezondheidskosten nog meer omhoog en komt de voedselvoorziening wereldwijd onder hoge druk te staan binnen 30 jaar.

Als je het systeem wilt veranderen, moet je de spelregels aanpassen. De eerste nieuwe spelregel: de vervuiler betaalt. Dat betekent het einde van het gratis afwentelen van geexternaliseerde kosten op de samenleving. Want als je de kosten voor afbraak biodiversiteit, grondwatervervuiling, bodemverarming, dierenleed, klimaatopwarming en ongezondheid optelt bij het gangbare levensmiddel, dan is het nu al veel duurder dan een biologisch product. Binnen het model van een ‘echte prijs’ berekening, valt het product dat nu nog kosteloos mag afwentelen op natuur en gezondheid snel van het schap, omdat het te duur wordt. De tweede spelregel: producten die externe afwenteling zoveel mogelijk voorkomen, zoals biologisch, worden vrijgesteld van BTW. Deze producten leveren hun toegevoegde waarde in natura. En natuurlijk valt te voorzien waar de strijd in dit model losbarst: wie berekent de echte prijs? Wat zijn de parameters en welke kosten zijn daarin meegenomen? Over de definitie van gezondheid valt veel te twisten en nog meer te misleiden. Het is Monsanto met vervalste onderzoeksdata gelukt om glyphosaat als onschadelijk voor de gezondheid te laten classificeren in de EU (bron: Zembla). Het is de WUR en TNO gelukt om een veelbelovend onderzoeksresultaat van de gezondheidsvoordelen van biologische voer voor kippen in de kiem te smoren. (bron Zembla). Omdat er grote financiele belangen gemoeid zijn met het erkennen van de feiten. Dat brengt me bij de derde nieuwe spelregel: verbod op institutionele lobby. Voedingsbedrijven moeten een deel van hun omzet afstaan ten gunste van onafhankelijk onderzoek. Ze mogen de onderbouwing van hun claims en ‘echte prijs’ berekening niet zelf laten onderzoeken en met gekleurde resultaten de boer op gaan in Brussel en Den Haag. Er is een onafhankelijke toetsing en er vindt geen lobby plaats. Punt.

Ik overweeg nog een vierde nieuwe spelregel: geen reclame, in welke vorm dan ook, dus niet alleen stopzetting van productplacement via influencers op social media. Gewoon stopzetting van alle reclame voor voedingsmiddelen, zoals dat voor roken is ingevoerd. Het is ingrijpend en ik zal de ‘mooie verhalen’ gaan missen, maar reclame is in essentie ongewenste beïnvloeding van ons gedrag. En het zet aan tot (over)consumptie. Ja, de economie zal krimpen, maar dat geldt ook voor ons overgewicht, en de ecologie kan zich gaan herstellen.

Mexicaanse supermarkt

Mexicaanse Supermarkt

In een plaatsje in Mexico leeft een deel van de bevolking van het verkopen van fastfood in kleine kraampjes. Een makkelijke hap taco’s met cola. De arme mensen houden ervan en vullen voor weinig geld hun buik. Past precies, alleen jammer dat ze allemaal te dik worden. En dan komt Corona. Niet het bier, maar het virus. Het slaat ongenadig toe in het arme plaatsje en doodt er veel meer mensen, omdat ze weinig weerstand hebben door het ongezonde eten. De lokale burgermeester die al jaren vergeefs vecht om de cola aan banden te leggen, staat nu voor een dilemma; het optreden tegen de marktkraampjes zou velen werkloos maken en de voeding te duur voor de arme bevolking. Hij zit in een patstelling, alsof hij het stikstofprobleem in Nederland moet oplossen. En dus slaat de tweede golf Corona ongenadig toe in het plaatsje.

Dat gebeurt alleen in arme landen, denk je even, tot je het recent gepubliceerde rapport Superlijst gezondheid 2020 van Questionmark (www.thequestionmark.org) onder ogen krijgt over het aanbod van ongezonde producten in de Nederlandse supermarkten. Gemiddeld genomen past ruim tweederde van wat er op de schappen staat niet in het gezonde eetpatroon van het Voedingscentrum, de bekende Schijf van Vijf. Daaruit mag je afleiden dat die ongezonde voeding goed verkoopt. De gevulde muren met drank, chips, gezoete toetjes, snoepgoed, rood vlees, onvolwaardige kant-en-klaar pizza’s en pastabakjes bevestigen die snelle conclusie, net als de gemiddelde vulling van de klantkarren bij de kassa. Tranen schieten in je ogen. De vele kleine Mexicaanse junkfood standjes verenigd in supermarkten met tienduizend junkfoodproducten in gelikte verpakkingen die zichzelf aanprijzen als het beste en lekkerste wat er is. En die producten worden ook nog eens overwegend in de promotieacties gestopt, blijkt uit hetzelfde rapport; de kiloknaller, het bier en de chips. Meer dan de helft van de Nederlanders (en Europeanen) heeft overgewicht. Ongeveer 15 procent is obees. En het zijn vooral de mensen uit de lagere sociale klassen (dus een laag inkomen en minder opleiding) die hun kar volladen met ongezonde spullen. Zij krijgen rond hun vijfenvijftigste chronische ziekten en gaan zes jaar eerder dood. En het is bekend dat Corona ook harder toeslaat bij mensen met (veel) overgewicht en (dus) weinig weerstand.

Gelukkig is er een uitzondering op de regel: de biologische supermarkt Ekoplaza (en alle biologische winkels die niet in het onderzoek apart zijn meegenomen). Het assortiment van de biologische winkelketen past voor 60% in het gezonde voedingspatroon dat onze overheid propageert met de Schijf van Vijf. En die gezonde producten worden ook veel meer gepromoot. Als je dan ook nog de gezondheidswinst van de biologische natuurvoedingskwaliteit meerekent (gifvrij, geen chemische toevoegingen, zo min mogelijk bewerkt, minder suiker en zout, betere vetten en meer vezels) dan is de gezondheidswinst nog veel groter.

Maar dat is voeding voor de elite, hoor ik wel eens zeggen, veel te duur voor Geert en Ingrid. Gemiddeld geeft de Nederlander nog geen dubbeltje per te bestede Euro uit voor zijn eten. In ons arme plaatsje in Mexico is dat snel bijna de helft van het geld waarvan men moet rondkomen. We verspillen bovendien veel voeding. En dan gooien wij nog eens collectief tientallen miljarden belastinggeld weg aan de chronische eetstijl gerelateerde ziekenboeg via het ministerie van ongezondheid. Nee, het is een schande dat de overheid haar kwetsbare burgers niet beter beschermt tegen de perverse levensmiddelenindustrie en supermarkten die hen volstouwen met ziekmakende rotzooi waar veel winst op gemaakt wordt. Want dat is de reden dat de groei van gezonde biologische voeding in gewone supermarkten in Nederland stagneert: ze maken er minder winst op dan op goedkope producten, zo blijkt uit de net gepubliceerde Agro-nutrimonitor 2020 van ACM (www.acm.nl) naar de prijsopbouw van zes producten in zowel de gangbare als de biologische keten. De biologische boer krijgt meer geld voor zijn product dan zijn gangbare collega en dat gaat ten koste van de winstmarge van de supermarkt. Its the economy, stupid!

Kan je nagaan hoe ongezond die goedkope voeding moet zijn, als de supermarkt daar meer op verdient.

Kan dat veranderen? Zijn er bestuurders in Nederland die de strijd durven aangaan tegen de ziekmakende eetcultuur in Nederland, of zit ook hier de goedwillende bestuurder met zijn of haar handen in het haar nu Corona weer toeslaat?

Wordt vervolgd.

Ratrace

Ratrace

Sinds 20 mei jl. is er iets fundamenteels veranderd in de wereld van landbouw en voeding. Op die dag heeft de Commissie twee strategieën gepubliceerd als onderdelen van de Green Deal, die als hoofddoel heeft om in 2050 als EU klimaatneutraal te zijn: de Farm to Fork en de Biodiversity strategies. Beide staan bol van de ambities en doorbreken grote taboes in landbouw en voedingsland. Enkele doelen zijn: 25% biologische landbouw, 50% reductie chemische middelen en antibiotica, 20% minder kunstmest, opschaling van beschermde natuur van 20 naar 30% van het EU areaal.

De Commissie zag in Covid geen reden om vaart te minderen met de Green Deal ambities. Integendeel, want: “The recent COVID-19 pandemic makes the need to protect and restore nature all the more urgent. The pandemic is raising awareness of the links between our own health and the health of ecosystems. It is demonstrating the need for sustainable supply chains and consumption patterns that do not exceed planetary boundaries. This reflects the fact that the risk of emergence and spread of infectious diseases increases as nature is destroyed. Protecting and restoring biodiversity and well-functioning ecosystems is therefore key to boost our resilience and prevent the emergence and spread of future diseases.”

De Commissie legt dus een directe link tussen het overspringen van gevaarlijke dierlijke virussen op mensen en de intensieve dierhouderijsystemen, de afbraak van biodiversiteit en het verdwijnen van robuuste ecosystemen. Ook landbouwgif en ongezonde voeding worden voor de eerste keer direct gelinkt aan vroegtijdig overlijden: in 2017 overleden bijna 1 miljoen mensen in de EU vroegtijdig door voedingsgerelateerde ziekten als kanker en hart en vastziekten. En de helft van de EU bevolking heeft overgewicht.

Iedereen begrijpt dat het roer om moet en een aantal EU landen maakt al flink vaart. Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland en Zweden zijn koplopers met circa 20% biologische landbouw en circa of plus 10% biologische consumptie. Duitsland, jarenlang gidsland en grootste biomarkt, is in 2019 voorbij gestreefd door de ambitieuze Fransen die met ruim 12 miljard bio omzet en jarenlange groeipercentages van rond 15% het klassement aanvoeren. En als de voortekenen niet bedriegen gaat Covid van 2020 alle groeirecords van de bio sector in de EU en de VS breken. Ook de consument lijkt het verband tussen gezondheid en biologisch te leggen.

Iedereen begrijpt dat het roer om moet? Nederland, voedingsexporteur nummer twee van de wereld met de meest intensieve landbouwpraktijk, houdt moedig stand in het verdedigen van de kostenefficiente artificiele agro-industrie. We hebben onze eigentijdse Asterix en Obelisk, die met behulp van toverformules niet van wijken weten. Als je de stroom aan publicaties vanuit gezaghebbende instituten en adviesorganen bekijkt, begrijp je dat er zelfs hier getwijfeld wordt aan de oude doctrine, ooit in het leven geroepen door Mansholt om voldoende goedkope voeding beschikbaar te hebben. De Nederlandse Bank en het Planbureau voor de Leefomgeving schrijven dit voorjaar dat biodiversiteit goud waard is en dat de vernietiging ervan riskant is voor de vele miljarden die geïnvesteerd zijn in bedrijven die direct afhankelijk zijn van een gezonde biodiversiteit. De Gezondheidsraad bracht onlangs het advies uit om de chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw en voeding drastisch te verminderen. Een groep verlichte wetenschappers, foodspecialisten en biologische boeren publiceerde onder leiding van WUR onderzoeker Imre de Boer de ‘from more to better’ visie voor de Nederlandse landbouw in 2050.

Genoeg input voor een gezonde discussie zou je zeggen, maar niets in minder waar. Het debat zit op slot. De boeren onder leiding van de Farmers Defence Force trekken ten strijde tegen iedere berekening van het RIVM en iedere maatregel van minister Schouten. De tijdelijke stikstofmaatregel om minder krachtvoer aan de melkkoeien te voeren, heeft de dialoog gedomineerd de afgelopen tijd. De boeren zijn laaiend dat de politiek zich met hun bedrijfsvoering bemoeit en trekken er weer op uit. De provincies verbieden demonstraties met trekkers. De Kamer besluit maar weer tot een onderzoek en een ex-veearts spuwt zijn gal over de boeren die de maatregel afwijzen uit dierenwelzijn, terwijl ze in hun bedrijfsvoering al decennia alleen maar gericht zijn op zoveel mogelijk melk halen uit de koe dat deze zelfs nog melk geeft als ze van ellende omvalt. En over de noodzaak tot verandering heeft niemand het meer.

Onze overheid strompelt na decennia van toegeeflijke landbouwministers van CDA huize van het ene naar het andere gerechtelijke bevel om klimaat en natuur te beschermen. Eerst Urgenda met de grote zege dat de overheid haar klimaatdoelen serieus moet nemen. Toen de in landbouwkringen verguisde burger, die het door ex minister Bleeker in het leven geroepen POF-eh… PAS-systeem van stikstofreductie in de toekomst en het vergunningsvrij weiden van dieren en bemesten van grond onderuit haalde via de Raad van State, nadat het Europese Hof dit al eerder gedaan had.

Andere verontruste burgers ruiken hun kans en spannen nu voor hun eigen welzijn rechtszaken tegen de staat aan omdat zij faalt in het grondrecht om burgers te beschermen tegen de ziektekiemen verspreidende stank en fijnstof uit de megastallen in hun achtertuin.

Tussen de verontwaardigde stukken in de krant ontdekte ik een artikel over de nuchtere toekomstvisie van de beschermheilige aller melkvee, Friesland Campina. De boerencoöperatie voorziet dat de koe over een aantal jaren 10% meer melk gaat geven ter compensatie van 10% minder koeien. Want het aantal boeren zal blijven afnemen, zo luidt de redenering. FC zet in op verdere schaalvergroting van de bedrijven en het nog verder doorfokken van de melkkoe. De emissies worden met technologische innovaties verlaagd. Deze toekomstverwachting is om een aantal redenen interessant:

  1. FC, een multinational met 12 miljard omzet, streeft naar continuïteit van het heersende model: opschaling en kostprijsverlaging van de basis grondstof om zoveel mogelijk winst te maken in de ‘verwaarding’. De druk op noodzaak tot verandering van dat model gaat totaal langs FC heen. De technologische vooruitgang lost alle problemen vanzelf op. Waar ging het ook alweer fout met de PAS?
  2. FC beschouwt de koe als melkmachine die nog verder opgevoerd kan worden dan nu al het geval is. Dat betekent nog meer krachtvoer (mais en soja), nog meer doorfokken op melkafgifte, nog instabielere dieren die met kunstgrepen overeind gehouden moeten worden en het nog meer op stal houden van de weidedieren. Voor hun eigen bestwil en broze gezondheid natuurlijk.
  3. FC redeneert dat de vermindering van het aantal boeren een vaststaand gegeven is en de productie dus verder moet opschalen (om het huidige bedrijfsmodel in stand te houden). Zou niet het omgekeerde aan de hand zijn? De opschaling en drukkende prijs op de witte grondstof duwt steeds meer kleine boeren uit het systeem. Als de prijs van de grondstof verhoogd wordt, krijgen meer boeren een kans om hier te overleven.

De toekomst verwachting van Friesland Campina staat model voor een groot deel van de Nederlandse agro-industrie. De tweede positie op de ranglijst van voedsel exporterende landen moet koste wat kost verdedigd worden. Er is 90 miljard aan exportomzet mee gemoeid en dat levert banen en winst op. Goed voor de BV Nederland dus, was de redenering tot voor kort. Maar dat beeld kantelt. Door de stikstof impasse kunnen bouw- en infrastructuurprojecten geen doorgang vinden, terwijl de woningnood snel toeneemt. En de landbouw neemt 41% van de stikstofuitstoot voor haar rekening. Als daar een heffing op zou komen, dan is deze sector failliet. Het ministerie heeft miljarden vrijgemaakt om boeren uit te kopen. Het zijn vooral de kleintjes die er gebruik van maken en zo komt de toekomstverwachting van Friesland Campina binnen handbereik. Iedere dag stoppen er drie boeren van de nog maar 50.000 die er over zijn.

Het bureau Ecorys berekende in opdracht van de overheid nieuwe toekomstscenario’s voor de Nederlandse landbouw. Uit deze economisch studie blijkt allereerst dat iedere Euro opbrengt in de reguliere landbouw en voedingsindustrie 96 eurocent kost aan subsidies en uitbestede kosten, zoals afbraak van biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaatopwarming. Wie de duizelingwekkende kostenberekeningen voor schade aan biodiversiteit en ecosystemen leest in de Farm to Fork en Biodiversity strategieën vermoedt dat de Ecorys berekeningen zelfs aan de lage kant zijn. De enorme export, waarvan de winsten terecht komen bij een selecte groep grote bedrijven, kost de Nederlandse samenleving, lees burgers, dus enorm veel geld. Ecorys heeft becijferd dat volledige omschakeling naar biologische landbouw 20 miljard Euro zou kosten en een veelvoud aan nieuwe economische activiteiten mogelijk maakt. Per saldo zou de economie fors kunnen groeien.

Sommigen in politiek Den Haag hebben hun nek uitgestoken de afgelopen jaren. Minister Schouten introduceerde de Kringloop landbouwvisie met een actieprogramma. Veel verder dan praten, een uitkoopregeling en een ad hoc maatregel voor veevoer is het nog niet verder gekomen. Tjeerd de Groot weerstond de hoon en agressie van zijn voormalige vrienden van de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) en pleit al geruime tijd voor halvering van de veestapel. Het landbouwministerie is de incidentenpolitiek zat en wil de blik vooruit hebben op de transformatie van de landbouw. Vasthouden aan de voermaatregel is een principekwestie geworden: er moet iets veranderen. De boerenbelangenorganisatie LTO heeft het overleg met het ministerie over stikstof gestaakt. De loopgravenstellingen zijn betrokken.

Hoe verder?

De impasse in de landbouw- en voedingssector schreeuwt om een oplossing. En dat dit gepaard gaat met een herijking van de uitgangspunten is evident. Te lang is in ingestuurd op kostenefficiëntie en technische innovaties. De boeren en de burgers zitten gevangen in dit systeem. De boeren hebben geïnvesteerd in opschaling en efficiëntie zonder er meer aan te verdienen, de burgers zijn verslaafd aan goedkoop en ongezond eten. Maar ook de banken en de multinationals zitten gevangen. De banken willen hun leningen terug hebben en de multinationals willen hun goedkope grondstoffen behouden om hun exportpositie vast te houden en de winst te maximaliseren. De redenen waarom het systeem moet wijzigen zijn urgent genoeg: het klimaat, de biodiversiteit, waterkwaliteit, bodemvruchtbaarheid, gezondheid, dierenwelzijn… Er zijn vooraanstaande wetenschappers die ons voorhouden dat het overleven van de mensheid afhangt van de keuzen die we de komende jaren maken. Er is teveel in disbalans op aarde wat hersteld kan worden ‘met een beetje minder’. Een paar innovaties gaan ons niet meer uit deze situatie helpen. Maar wat dan wel? Als ik in de Raad van Bestuur van Friesland Campina zou zitten, zou mijn toekomstverwachting er als volgt uitzien:

  1. We verwachten een halvering van de dierlijke consumptie en van de dierlijke productie in Nederland en daarom schalen we op nationaal niveau de omvang van de melkveebedrijven met gemiddeld 50% af bij een groei van het aantal melkveehouders van 15.500 naar 20.000 melkveehouders met een totaal van 1 miljoen melkkoeien (en maximaal 2 miljoen runderen incl. jongvee). De nationale melkproductie gaat in 5 tot 10 jaar terug van 13,8 miljard kg melk in 2019 naar 7,5 miljard kg melk in 2030.
  2. We schakelen voor 50% over op biologische melkveehouderij om de noodzakelijke doelen voor biodiversiteit, dierenwelzijn en gezondheid te realiseren en houden voor de gangbare melkveehouderij strikte regels aan om een bijdrage te leveren aan reductie van de uitstoot en versterking van het dierenwelzijn. Want FC wil een koploper zijn in verduurzaming en toegevoegde waarde.
  3. We compenseren de verminderde productie met een sterk verhoogde verwaarding van onze kostbare producten door onze maatschappelijke bijdrage aan klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit en gezondheid door te belasten in het product met een fiscale en wettelijke bescherming van het duurzame productiemodel voor de hele EU, zoals de Farm to Fork strategie voorstaat. Dit fiscaal-wettelijke productiemodel voorkomt dat grote inkopende partijen, zoals supermarkten, hun verantwoordelijk ontlopen.
  4. We zetten onze kennis en kunde in om opkomende landen te ondersteunen in het realiseren van een duurzaam productiemodel voor lokale en regionale markten, waarmee wij de 50% importreductie van krachtvoer en de 50% exportreductie van zuivelproducten kunnen realiseren, terwijl we onze doelstelling om de wereldbevolking te helpen voeden gestand doen.

En in iets andere bewoordingen en met andere getallen kunnen de toekomstverwachtingen van Unilever, Vion, Agrifirm, Agrico, Plukon, AH-Delhaize, Jumbo en al die andere grote Nederlandse spelers van de levensmiddelensector herschreven worden. Met steun van de banken, de Rabo voorop, want geld vloeit naar het model met de minste onzekerheid en de grootste winstverwachting.

De sleutel ligt dus niet zozeer bij burger, boer of politiek, maar bij de bedrijven en banken die grootverdiener zijn geworden in het huidige kostenefficiënte productiemodel. Daar ligt de verantwoordelijkheid en de mogelijkheid om het roer om te gooien en boer en burger daarin mee te nemen.

En ik begrijp dat het voor bedrijven lastig is om hun businessmodel aan te passen. Het lijkt eenvoudiger en veiliger om met kleine cosmetische aanpassingen verder te kunnen op de ingeslagen weg en te gokken op toekomstige innovaties die het probleem pijnloos wegnemen. Zij gaan liever te biecht bij de illusionisten van de eindeloze groei en onbeperkte innovatiemogelijkheden. Misschien dat lezing van het boek Scale (2017) van Geoffrey West hen tot andere inzichten kan brengen. Deze natuurkundige bestudeerde de wetten van schaalverhoudingen tussen de meest uiteenlopende en complexe systemen. De groei van onze samenleving is niet exponentieel, maar supra-exponentieel. Het substraat is de aarde, de energiebronnen, de landbouw en voeding. Maar die hangen samen met natuur, biodiversiteit en klimaat, waar grote verstoringen in plaats vinden. De supra-exponentiële groei is mogelijk gemaakt door innovaties, zoals de industriële revolutie, de telefonie, de landbouwrevolutie met chemische middelen, de computer, internet en social media. Om de groei aan de gang te houden wordt de noodzakelijke interval van de grote vernieuwingen steeds korter. Op dat punt trekt West de vergelijking met de rat in een carrousel die steeds harder gaat draven om vooruit te blijven. Voor het dier lijkt het een weg vooruit. Voor ons als toeschouwer zien we dat het arme beestje stil staat.

Om de bedrijven en alles wat met hen samenhangt uit de ratrace te bevrijden, komen de burger en de politiek om de hoek kijken. De burger kiest voor verandering: een leefbaar klimaat, gezonde voeding, toekomst voor de kinderen en kleinkinderen. De politiek legt een nieuw wettelijk en fiscaal kader op waarin de nieuwe doelen van het voeding en landbouwsysteem voor de komende decennia geborgd zijn: klimaatneutraal en met bescherming van biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, dierenwelzijn, gezondheid en eerlijke prijzen voor boer en burger.

ECOrona

De Coronacrisis legt een paar zwakten in ons economische systeem pijnlijk bloot. Het is nog maar kort geleden dat iedere activiteit werd afgemeten naar de markt: geen vraag, geen bestaansrecht. En veel activiteiten die vanuit een solide overheidsbemoeienis werden bestierd, zijn uitverkocht aan de vrije markt. Met enorme kostenstijgingen als gevolg op de onderdelen die noodzakelijk zijn, zoals sociale huurwoningen, energie, vervoer en gezondheidszorg; en drastische inkrimping van de kwetsbare onderdelen, zoals kunst & cultuur.

Als voormalig vertegenwoordiger van de biologische sector in Nederland maakte ik mijn start in een tijd dat de overheid stopte met haar specifieke biologische landbouwbeleid. De sector moest na 10 jaar beleidsondersteuning op eigen benen staan. Sinds 2012 heeft de overheid de biologische sector niet of nauwelijks ondersteund, wat zeer recent bevestigd wordt door de Algemene Rekenkamer. Dankzij de groeiende vraag uit de markt, duizend georganiseerde biologische boeren, bedrijven en winkels en zeer bevlogen collegae is de biologische sector tussen 2012 en 2019 grofweg verdubbeld. Zonder overheidsbemoeienis, terwijl het prijsverschil met gangbare voeding tussen de 20 en 200 procent is. Bizarre marktwerking, maar steeds meer mensen hebben in de gaten gekregen dat goedkoop duurkoop is. Ik was nooit tegen de marktgerichte benadering, maar ook in die jaren werd die niet consequent uitgevoerd. De agrarische sector wordt sinds jaar en dag jaarlijks met miljarden ondersteund zonder echte tegenprestatie. Het heeft vooral geleid tot lage prijzen voor boeren die steeds kostenefficiënter zijn gaan produceren met zeer nadelige gevolgen voor de biodiversiteit, bodemkwaliteit, dierenwelzijn, lucht- en waterkwaliteit en de gezondheid. En dan de calamiteiten in deze kostenefficiente bedrijfstak. Varkensboeren in nood? De overheid sprong weer met honderden miljoenen bij. Glastuinbouw in nood? De overheid stond al weer klaar, maar werd gered door een misoogst in Spanje. En er zat al die jaren nog een balk in het oog van de liberale en christelijke bestuurders: de kostenafwenteling van de artificiele agro-industrie op natuur, biodiversiteit, dierenwelzijn, waterkwaliteit en gezondheid is gigantisch. Als je die kosten bij die goedkope producten optelt, zijn ze duurder dan biologische producten. Inderdaad, goedkoop is duurkoop.

Nu de Coronacrisis heeft toegeslagen zien we de neoliberale partij ten top toeschieten om overal blind geld bij te leggen. En niet een beetje, maar honderden miljarden. Bedrijven worden gered die alleen maar met het aandeelhoudersbelang bezig zijn geweest, zoals booking.com. En bedrijven die zonder drastische koerswijziging ten dode zijn opgeschreven in het licht van een transitie naar groen en duurzaam, zoals de ‘nationale blauwe trots’ en de artificiële agrifoodsector, die voor 80% op export gebouwd is. In plaats van deze crisis aan te grijpen om de noodzakelijke transitie naar groen en duurzaam te versnellen, wordt de gemiddelde burger met een collectieve schuld opgezadeld voor de redding van bedrijven en sectoren die ons collectieve systeem stelselmatig hebben ondergraven voor korte termijn winsten en de omgeving hebben getransformeerd in een schrale groene woestijn. Net als bij de redding van de banken gaan we er met zijn allen fors in achteruit om belachelijke salarissen en winsten van de zogenaamde ‘systeembedrijven’ en onze exportbelangen veilig te stellen. Terwijl het zonneklaar is waar onze echte economie op draait: mensen die zorg dragen voor elkaar en hun omgeving in plaats van hun eigen bankrekening en comfort. Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig dat zij straks opnieuw de buikriem moeten aanhalen en nog blij mogen zijn dat ze werk hebben. Het leger aan zzp’ers en ontslagen medewerkers wacht een nog beroerder lot. Het gratis is geld dan al vergeven aan de multinationals, de helden van de vrije markt… Ondraaglijk en dus moet dit stoppen. Nu!

In de voedingssector betekent dit dat het afgelopen moet zijn met het investeren van belastinggeld in de artificiële agro-industrie die schade toebrengt aan natuur en gezondheid en zeker niet voor het redden ervan als de markt even tegen zit.

En natuurlijk begrijp ik dat de Coronacrisis creatieve maatregelen vereist. Maar het steunen van bedrijven die zich nooit iets gelegen laten liggen aan het collectief belang, dat moet stoppen.

In dit licht is de presentatie op 20 mei 2020 van de Farm to Fork strategie en de Biodiversiteit strategie door de EU Commissie een verheugend feit. Eindelijk bestuurders die met het oog op de noodzakelijke transitie naar klimaatneutraal in 2050 bereid zijn het hele voedingssysteem op de schop te nemen. Een geïntegreerd plan van aanpak, waarin alle ketenschakels zijn meegenomen, van de chemische inputs tot transport, van bodemkwaliteit tot verpakking, van energieverbruik tot milieubeleid, van gezondheid tot prijsvorming en eerlijke prijzen voor de boer. De EU Commissie ziet wel het verband tussen de huidige Corona crisis en de urgentie om drastisch te verduurzamen en heeft zich door de crisislobbyisten van de artificiële agroindustrie niet laten verleiden de noodzakelijke maatregelen uit te stellen. Het doel van de EU Commissie om de biologische landbouw op te schalen van de huidige 8 a 9% naar 25% in 2030 is een erkenning voor de pioniers uit deze sector. Timmermans en Samson hebben op EU niveau gedaan wat minister Schouten wel wilde, maar niet aandurfde omdat de gangbare belangenkrachten In de Nederlandse polder te groot waren. Trots op de Nederlanders in Brussel, trots op de EU dat nu de lange termijn boven de korte termijn geplaatst wordt: wij nu, ik later.

Bezinning

Het Coronavirus dwingt tot bezinning. Nu het openbare leven stil valt en iedereen noodgedwongen zijn kring klein houdt, worden we allemaal uit onze routine gehaald. Hoe moeilijk dat is toonde premier Rutte nog geen week geleden na een TV aankondiging met de RIVM baas Van Dissel over enkele nieuwe normen, waaronder het stoppen met handen schudden. Met de kenmerkende jovialiteit schoot Rutte direct na de laatste woorden op Van Dissel af en greep zijn hand. De RIVM baas wees op de nieuwe norm. Mark schrok en probeerde dat te verhullen met een jolige grimas en amicaal schouderkloppen.

Niets zo moeilijk om je eigen gedrag te veranderen. En ons gedrag, daar mag je best een paar vraagtekens bij zetten. Wie goed waarneemt nu, leert veel over zichzelf, zijn familie, vrienden, leiders en vreemden. Van het beschimpen van Nederlanders met een Aziatisch uiterlijk tot het hamsteren van wc-papier. Van de spontane balkonzang uit Italiaanse stadswijken tot de hulp die mensen aan ouderen aanbieden om niet de deur uit te hoeven.

Deze onvrijwillige les is de komende tijd van betekenis zijn voor ons. Met pijnlijke aspecten van verdriet, verlies en noodzakelijke aanpassing van ons gedrag. Maar ook met de herontdekking van waarden die nieuw geluk en voorspoed zullen brengen. In dat opzicht kan deze virusramp een blessing in disguise zijn; ze toont onze kwetsbaarheid in een tijd dat onze overmoed geen grenzen kent. Ironisch, het Corona virus kent ook geen grenzen, ook al denken sommige leiders daar anders over. Ze reageren alsof het virus een vluchteling is, die de grens illegaal passeert en sluiten hun land voor de buitenwereld af, niet om anderen tegen zichzelf te beschermen, maar om de vijand buiten te houden. Maar het virus is al lang binnen de eigen poorten en zal zijn weg wel vinden. We kunnen het alleen vertragen, ‘de piek uitsmeren’, want over een paar jaar heeft bijna iedereen het virus onder de leden als een onschuldige loopneus of een zware griep.

De angst voor het virus zonder grenzen en de tijd die we nu binnenshuis doorbrengen geeft ruimte om je eigen gedrag onder de loep te nemen. Mijn aanvankelijke gemakzucht heeft plaats gemaakt voor zorgvuldig handelen en heel veel afzeggen. En veel meer contact via what’s app met familieleden, vrienden en collegae. Een gevoel van saamhorigheid in plaats van druk, druk, druk en val me niet lastig. Meer de natuur in en lange gesprekken in huis over hoe om te gaan met deze situatie.

En veel lezen, niet over de zenuwachtige opeenvolging van gebeurtenissen, maar Mak’s terugblik op de turbulente eerste twintig jaar van deze eeuw. Ik werd vanmiddag gegrepen door het verband dat hij trekt tussen het verhaal ‘Do you love me?’ van Peter Carey en het Friese landschap. In het verhaal vervagen nutteloze landschappen, zoals woestijnen, moerassen en kustgebieden, gebouwen, regio’s en mensen die ‘unloved’ verklaard worden. ‘Als ze al enig nut hadden, dan was het als symbolen voor onze dichters, schrijvers en filmmakers.’ (Nuttelozer kan eigenlijk niet en dus schrap je de middelen die ze in stand houden.)

En dan volgt Mak’s beschrijving van een voorjaarswandeling door het doodstille Friese landschap; de verpletterende ervaring van een Silent Spring. Waar het voor de eeuwwisseling nog een drukte van belang was in een kleurenzee van het voorjaar, zwegen de vogels in de groene woestijn. Pesticiden, engels raaigras en overbemesting hebben het nutteloze landschap van insecten, bloemen en vogels uitgegumd. Efficiëntie en productie voor de wereldmarkt, alles voor de handel en de stront blijft achter. Landschapspijn in Friesland. En die treffen we op veel plaatsen aan in Nederland en andere industriële landbouwgebieden in de wereld. Het wijdse zicht boven Hoorn heeft plaats gemaakt voor zielloze productiehuizen dat de glazen stad in Zuid-Holland naar de kroon strekt. En dan de groene biljartlakens die in het voorjaar ineens oranje tot roestbruin verkleuren door een glyphosaat behandeling. Vorig voorjaar op een tocht van midden-Nederland tot Normandie zag ik het aaneengeschakelde roestbruine lint van begin tot eindpunt. De wijdse akkers van Normandie zijn net zo doods en stil als de Friese weilanden. De restant voederbieten liggen vrijwel onaangevreten langs de bespoten velden. Zelfs geen muizen of ratten meer om ze op te ruimen. Bezinning… Is het toeval dat neuroloog Bas Bloem afgelopen week de ruimte kreeg om te waarschuwen tegen een andere pandemie die de wereld overtrekt? De pandemie van Parkinson treft in Nederland alleen al 50.000 mensen op dit moment. De jongste patient van Bloem is 13 jaar oud. Hij is door drie feiten tot het inzicht gekomen dat deze ziekte door landbouwgif (en andere industriele vervuiling) veroorzaakt wordt:

  1. Parkinson neemt wereldwijd sterk toe.
  2. Boeren hebben een verhoogd risico op Parkinson.
  3. Mensen die in een agrarische omgeving wonen waar veel landbouwgif gebruikt wordt, hebben een verhoogd risico op Parkinson.

Ook proeven met ratten en landbouwgif tonen aan dat ratten Parkinson verschijnselen vertonen. Maar dat geldt niet als wetenschappelijk bewijs, omdat mensen geen ratten zijn. En toch poneert deze wetenschapper zijn conclusie met grote zekerheid. Omdat hij de oorzaak wil wegnemen van de ziekte die steeds meer mensen treft. Hij doorbreekt het taboe dat de belanghebbenden van deze praktijk altijd tegenhouden met de stelling dat er geen wetenschappelijk bewijs voor is.

En dan spreekt hij het ineens uit: ‘We zouden in Nederland volledig moeten omschakelen naar biologische landbouw.’ Zo duidelijk heb ik het vanuit de medische hoek nog nooit gehoord. Wel vanuit de hoek van de natuurbeheerders en landschap liefhebbers, maar dat is toch een beetje het domein van de nuttelozen die we de laatste decennia hebben laten vervagen.

En al die jaren is ons voorgelogen dat het landbouwgif een onschuldig wondermiddel is dat ons voorspoed en overvloed brengt. De recente Zembla rapportage over het troetelkind van Monsanto, het meest gebruikte landbouwgif glyphosaat, toont de pijnlijke waarheid. Door fraude en bedrog is dit middel ten onrechte toegelaten in de EU. De wetenschappelijke rapporten waaraan het zijn toelating heeft te danken zijn gemanipuleerd. Onderzoek dat de schadelijkheid heeft aangetoond is jarenlang geheim gehouden. Sinds de eerste rechtszaken in De VS zijn verloren heeft Bayer-Monsanto 10 miljard gereserveerd om de miljoenen claims van kankerpatiënten die met het wondermiddel gewerkt hebben mee af te kopen. En in Europa (en Nederland) wordt het dit voorjaar weer massaal toegepast, terwijl het nooit toegelaten had mogen worden.

Terug naar de bezinning. Het coronavirus toont aan dat als het er echt op aankomt  onze eigen gezondheid veel belangrijker is dan de economie. We gaan nu miljarden investeren met zijn allen om deze uitbraak in te dammen en bij voorkeur zelf niet ziek te worden. Als we daarna nog eens 20 miljard investeren in de overstap naar gifvrije biologische landbouw, dan stoppen we ook de epidemie aan neurologische aandoeningen als Parkinson, verkleinen de kans op diverse welvaartsziekten, verkleinen de risico’s voor zwangere vrouwen en babies en de natuur kan weer herstellen. En we besparen direct op de perverse miljardensteun aan verkeerde landbouwpraktijken en op de topzware begroting voor ongezondheid. Het wordt tijd om het ziekmakende agro-industriële landschap uit te wissen en de verbinding met de natuur te herstellen. Dan is er ook weer budget voor kunst en cultuur.