De nieuwe norm

Vaak schrijf ik door een externe prikkel, zoals verschijnende glyphosaat velden in het voorjaar of nieuwe cijfers over de obesitas epidemie, een nieuwe blog in een opwelling van ergernis en boosheid. Dat overkwam me ook na de uitzending van Zembla over het belang van de bodem en het schrijnende gebrek aan investeringen van de Rabo in biologische landbouw omdat het te weinig financiële winst oplevert. Deze keer heb ik mezelf beheerst en de blog niet gepost. Hoe kijk je er met enige afstand naar, na de eerste opwinding?

De laatste tijd verdiep ik me wat meer in de veranderingen in de landbouw en voeding sinds mijn geboortejaar en wat die ontwikkeling tot op heden voortstuwt. Ik heb het voornemen daar nog dieper in te duiken, want de eerste feiten zijn al opmerkelijk. In 1960 telde Nederland nog meer dan 400.000 boerenbedrijven, bijvoorbeeld. Daar zijn er nu nog maar 53.000 van over, ruim eenachtste. De hongersnood moet toegeslagen zijn, denk je dan, maar het tegendeel is waar. Dankzij alle technische ontwikkelingen en innovaties, denk aan kunstmest, chemisch-synthetische bestrijdingmiddelen, veredeling van plant en dier, melkrobots, gps-systemen, steeds zwaardere machines en steeds grotere stalsystemen met steeds hogere aantallen dieren, is de productie juist tientallen keren toegenomen. Het is een mirakel. Nederland is dankzij de gespecialiseerde kostenefficiente landbouw tot tweede voedingsexporteur ter wereld uitgegroeid. Zelfs tijdens het afgelopen Coronajaar groeide de export nog met ruim een procent tot het duizelingwekkende bedrag van 95 miljard Euro. Bijna net zoveel als de Rabo wereldwijd in dat landbouwsysteem belegd heeft. ‘Stranded assets’ hoorde ik iemand vorige week die investeringen brandmerken; gestrande beleggingen.

Daarmee zitten we meteen in de kern van het probleem. Ook al begrijpt (bijna) iedereen dankzij de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis, de stikstofcrisis en de gezondheidscrisis dat het einde van het kostenefficiente landbouw- en voedingssysteem met zijn grenzeloze afwenteling van kosten op onze gezamenlijke balans nabij is, niemand die zijn ziel en geld daaraan verpand heeft, wil zijn verlies nemen. Daarom blijft het systeem van goedkope voedselproductie ten koste van klimaat, biodiversiteit, bodem en gezondheid nog gewoon doordraaien. Boer, bank, multinationals, pensioenfondsen en overheid, niemand kan ongestraft uit het systeem stappen. Het uitkopen van een klein deel van de varkensboeren kost de overheid (lees; wij de belastingbetaler) alleen al miljarden, dat grotendeels bij de banken terecht komt om de leningen af te lossen. Een recente toekomstverwachting van Friesland Campina geeft ook geen blijk van veranderingsnoodzaak: FC verwacht dat het aantal melkveehouders met 10% krimpt, maar dat het productieverlies bij de overblijvende melkveehouders wordt gecompenseerd door koeien die nog meer dan de huidige 9.000 liter per jaar gaan produceren. Nog efficienter dus, met risico op gelijkblijvende kostenafwenteling, want de melk mag niet duurder worden. Anders komt de export in gevaar…

En dan zwijg ik over de kosten van Covid, ‘veroorzaakt door het duurste stukje vlees ter wereld’, zoals Sheila Sitalsing onlangs de oorzaak en de gevolgen kernachtig duidde.

De show must go on, dat is het adagium, tegen beter weten in. Het is een potje poker tussen de hoofdrolspelers overheid, multinationals, supermarktgiganten, banken en boeren wie de roetpiet trekt en zijn faillissement kan aanvragen. Misschien is het tijd om een bad bank in het leven te roepen waar de riskante investeringen in worden ondergebracht, om de druk van het financiele systeem te halen. De overheid gaat deze bank beheren. De bank die zijn stranded assets heeft geparkeerd mag alleen nog in echt duurzame en gezonde landbouw en voeding (lees biologisch) investeren. De boer die overschakelt wordt van zijn oude schuld verlost. Nieuwe belastingmaatregelen zorgen ervoor dat de vervuiler nu echt gaat betalen en dat geldt ook voor de multinationals en supergiganten. Wie de gemeenschappelijke waarden niet respecteert wordt van de weg gehaald.

En dan accepteren we ook geen schijnbewegingen meer van supermarktorganisaties en multinationals die het met hun zoveelste zogenaamde duurzaamheidsconcept in eigen beheer proberen. AH adverteert al wekenlang in de zaterdagkranten met haar duurzame landbouwverhalen. De tranen schieten mij in de ogen en niet van ontroering, helaas. Dat de grootgrutter een beperkt korte termijn geheugen heeft blijkt uit hun duurzaamheidszeperd in 2008, toen zij ‘AH biologisch’ inruilde voor ‘AH puur&eerlijk’, een vergaarbak voor alles wat iets duurzamer, fair trade en biologisch was. De klant begreep er weinig van. Na 7 jaar verdween het merk en kwam AH biologisch weer terug op schap. Maar het is geen keuze uit overtuiging, want aan de gewone gangbare producten, de niet-duurzame producten, valt meer te verdienen. Daarom liever een slap duurzaam programma, met een paar kleine stapjes in de betere richting, dat AH zelf dicteert qua inhoud en prijs, dan op volle kracht vooruit met biologisch, dat wettelijk geborgd is. Zo blijft biologisch in Nederland dankzij de marktleider steken op 3 tot 4 procent marktaandeel en maken we geen meters ten gunste van klimaat, stikstof, biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en gezondheid. Supermarkten in Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland laten zien dat het 6 tot 20 procent kan zijn. Alleen al in Duitsland steeg de biologische consumptie vorig jaar met 17% naar ruim 14 miljard.

Het eerder genoemde Friesland Campina is ook net terug van een mislukt alternatief voor biologisch: er is weinig vraag naar de net geïntroduceerde Planetproof zuivel en dus worden de cooperatieleden met Planetproof afgeschaald en komt er meer ruimte voor biologisch. Logisch, want daar is wel behoefte aan en maakt zijn meerprijs waar.

Tenslotte. Tijdens de rijpingstijd van deze blog, is het initiatief van de Rabo voor een klimaatbank onder leiding van mevrouw Baarsma bekend gemaakt. Is dit een afleidingsmanoeuvre van de bank om haar met de dag onzekerder worden investeringen in de kostenefficiente landbouw te redden? Immers, als de wankele leningen aan een noodzakelijkerwijs aflopende vorm van bedrijfsvoering, gesteund worden door beloningen voor opslag van CO2 in de bodem, dan vallen ze te redden als ze maatregelen in de goede richting nemen en daar geld voor krijgen om het hoofd boven water te houden. Zo maak je business van CO2 en red je de grootste vervuilers, want zij kunnen de meeste CO2 reduceren en dus het meeste verdienen. Geen slecht idee. Een beetje teleurstellend dat het begint met een project ver weg van het CO2 rampgebied Nederland, in Afrika, met de aanplant van bomen waar de bank CO2 besparing mee reduceert en klanten in Nederland CO2 credits kunnen kopen om hun eigen uitstoot mee te compenseren. Nederland moet dus nog even wachten en al helemaal mijn vraag hoe dit uitpakt voor de biologische boeren met leningen bij de Rabo? Krijgen zij een bonus voor wat ze al jaren bespaard hebben op de CO2 uitstoot? Of kan je alleen CO2 rentenieren als je veel CO2 uitstoot en dat reduceert? In dat geval wordt de vervuiler beloond en grijpt de biologische boer opnieuw achter het net omdat hij zijn CO2 uitstoot al verkleind heeft. Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking van de reddingsoperatie van Klimaatbank Rabo in Nederland om te kunnen beoordelen welk business model hiermee ondersteund gaat worden; de oude of de nieuwe? En waarom niet meteen de biodiversiteit meenemen die al 65% tot 75% is afgenomen in de afgelopen decennia dankzij de kostenefficiente landbouw? En de effecten op de gezondheid?

In het nieuwe normaal, waarin alle negatieve impacts op natuur en mens worden afgerekend, is geen plaats meer voor kostenloze afwenteling op de gemeenschappelijke balans. Bankieren volgens de nieuwe norm wordt een veelzijdig vak voor boeren, bedrijven en burgers zonder een beperkte winst-verlies opvatting.

Revolutie!

Het stikstofoverschot en het boerenprotest maakt heel wat los. Een kleine revolutie gaat zich voltrekken in het land dat net als de rest van de wereld geloofde in het sprookje van onbeperkte groei. En nergens in Europa is de landbouw zo intensief en ‘efficiënt’ geworden als hier. De roep om halvering van de veestapel staat tegenover de noodkreet van boeren die de kritiek en gebrek aan waardering zat zijn. Arme boeren die nauwelijks iets overhouden staan tegenover rijke boeren die miljonair zijn en dat geldt maar liefst voor 17% van alle boeren (dankzij de hoge grondprijzen van circa een ton per hectare).
Boeren staan tegenover Schiphol, luchtvaart en industrie die weinig te duchten hebben omdat het grootste deel van de stikstofuitstoot in de landbouw plaats vindt. Milieuactivist Vollenbroek die het slappe overheidsbeleid letterlijk de PAS heeft afgesneden staat onverminderd fel tegenover de regering die volgens hem veel te slappe maatregelen heeft afgekondigd.
De zachte sanering voor de boeren rond natuurgebieden klinkt billijk, maar heeft ook een cynische kant: het ‘van de weg halen’ van vervuilers is toch een soort beloning voor slecht gedrag. Want het had wel anders gekund natuurlijk. De agrifood sector -boeren, banken, toeleveranciers en afnemers tot en met de retail- heeft zich na de start van de Mansholt doctrine onafwendbaar gericht op specialisatie, kostprijsverlaging door opschaling en afwenteling van de kosten op natuur en samenleving. Al in 1962 schudde het boek Silent Spring sommige mensen wakker voor het landbouwgif dat de lente het zwijgen zou gaan opleggen. Met een verlies van ruim zestig procent van de biodiversiteit in de afgelopen vijftig jaar is die waarschuwing aardig uitgekomen. Club van Rome lid Wouter van Dieren adviseert tegenwoordig cynisch om de champagne open te trekken en nog even te genieten met familie en goede vrienden voordat het doek valt. Nu is hij op leeftijd, dus ja, dan houdt het sowieso een keer op, maar de jeugd die nog geen geld heeft voor dure champagne en cynische bespiegelingen, legt zich hier niet bij neer. Zij gaan de straat op in navolging van Greta Thunberg. In een jaar tijd wist zij met haar goed gecommuniceerde klimaatstaking miljoenen scholieren te bewegen om in actie te komen. Haar speech op de klimaatactietop van de VN was ijzingwekkend: ga je schamen, machthebbers en blijf van mijn hoop af! De aanvallen op haar persoon via het collectieve darmkanaal van de mensheid, de sociaal media, tonen de huidige ‘condition humaine’: haat tegen alles en iedereen die de eigen comfortzone bedreigt. Dat wordt een feest op weg naar tien miljard mensen op aarde.

Soms verbaas ik me over de redelijkheid van een deel van de mensen. Gisteren hoorde ik over de burgergroepen Bollenboos en Metenisweten, die zich te weer stellen tegen het excessieve gebruik van landbouwgif in de oprukkende bollenteelt rond Dwingeloo. Tegenlicht heeft er een uitzending aan gewijd. De moestuinen zijn besmet met het gif en na een bespuiting blijft het 5 tot 7 dagen rondhangen in de omgeving. Mensen die zich uitspreken over de schadelijkheid ervan voor gezondheid en natuur worden bedreigd. De man die mij erover vertelde, toonde ook begrip voor de boze boeren, omdat ze economisch in de knel zitten. En ook dat is waar natuurlijk. Veel boeren zitten in de knel. Ze zijn de zwakste schakel en leggen het af tegen de inkoopmacht van multinationals en supermarkten. Dan maar investeren in schaalvergroting, meer koeien, meer varkens, meer kippen, grotere akkerbouwpercelen die dan wel even snel platgespoten moeten worden met glyphosaat om geen seconde te verliezen. En dan komt de wetgever en moet er geïnvesteerd worden in luchtwassers of moet je ten onrechte koeien inleveren vanwege het fosfaatprobleem dat jij niet veroorzaakt hebt omdat je grondgebonden bent. En dan zijn de burgers ook nog ontevreden met de boerenpraktijk in hun omgeving. De burgerbevolking rond Dwingeloo springt de sloot in om de reusachtige trekkers van de boze boeren te ontwijken. En de banken draaien de duimschroeven aan van de boeren die zich hebben laten verleiden tot hoge investeringen in efficiëntie en schaalvergroting.
Het is een kwestie van tijd dat de jeugdige klimaatactivisten die hun toekomst verneukt zien, lijnrecht tegenover de boze boeren staan die zich verneukt voelen door de overheid, het systeem en de burger die veel wil maar weinig betaalt.
Revolutie!

Revolutie betekent omwenteling. En die is heel hard nodig om te voorkomen dat de klimaatcrisis straks grootschalige honger, dorst, vluchtelingen, migratie en oorlog zal veroorzaken tot in onze achtertuin. Voor de boze boeren ontving ik via Linkedin een praktijkadvies over stikstof van Arjen van Buuren, die boert op landgoed Velhorst. Hij brengt de omwenteling dagelijks in de praktijk. Lees dit:
‘Landbouw is de kunst om met stikstof en koolstof om te gaan. In evenwicht samen in staat om een vruchtbare bodem te maken waar een plant op groeit met een hoge voedingskwaliteit. Een voorbeeld hoe dit lukt: na een #mengteelt triticale/ veldboon de grond #nietkerendegrondbewerking bewerkt met de schijveneg en ingezaaid met een grasklaver mengsel. Geen kunstmest en geen drijfmest gebruikt. De stikstof is afkomstig van de veldboon en van de klavers. Koolstof is afkomstig van de gewasresten die in de bovenlaag (10cm) zijn ingewerkt. De natuur doet de rest.’

Gisteren zag ik oud-staatssecretaris Bleker, een van de pleitbezorgers van het failliete landbouwsysteem. Hij schoffelde in 2010-2011 het natuurbeleid onder ten gunste van ruimte voor grootschalige en intensieve landbouw en brak bewegingen naar duurzaam landbouwbeleid als staatssecretaris hardhandig af. Nu roert hij in het onrustige potje van boze boeren, altijd in voor wat trammelant. Als het erop komt heeft hij de beste kaartjes om vanaf de tribune toe te kijken. Er wordt door hem zelfs gespeculeerd over een nieuwe Boerenpartij. ‘Goed voor vijftien zetels,’ roept hij. Bleker als koekoeksjong, dat kan er ook nog wel bij.
Nee, dan heeft een Klimaatpartij toch meer kans van slagen. En in die partij is natuurlijk volop ruimte voor boeren die de Kringlooplandbouw in praktijk brengen en ondernemers die eerlijke prijzen aan boeren betalen, waar investeringen in natuur, gezonde bodems, biodiversiteit en diervriendelijkheid zijn opgenomen. Want zonder eerlijke prijzen voor producten die onze omgeving leefbaar en het lichaam gezond houden, drijven we straks allemaal met onze obesitasbuik in brak water vol mest en plastic.