Biologisch en klimaat

Plaatje voeding en klimaat

Via diverse kanalen was er afgelopen week volop aandacht voor een Amerikaans-Zweedse studie in Nature.  Hun conclusie: biologische landbouw zou per kilogram product meer CO2 produceren dan intensieve conventionele productie. De studie introduceert een nieuwe berekeningsmethode voor het effect van CO2 emissies tussen landgebruik en natuur. Afbraak van natuur ten gunste van landbouw heeft een grote impact op de CO2 emissies. In de studie komt een vergelijking voor tussen gangbare en biologische bonen en graan (geteeld in Zweden) met de constatering dat biologisch per kilogram product een hogere CO2 emissie heeft, omdat er meer landbouw grond en dus afbraak van natuur voor nodig zou zijn.

Op zichzelf is zo’n vergelijking zinvol, maar deze twee voorbeelden zeggen niets over de algemene vergelijking van CO2 emissies in gangbare en biologische landbouw. Enerzijds omdat effecten als koolstoftoename in de (biologische) bodem, verhoging van biodiversiteit en schoon water niet zijn meegerekend. Anderzijds omdat er studies zijn van teeltvergelijkingen in andere landen waar de opbrengstverhouding veel gunstiger is voor biologische landbouw dan in deze twee voorbeelden. Ook de afbraak van bodemvruchtbaarheid van de gangbare landbouwsystemen is niet meegewogen. En dit was ook niet het doel van de studie. En de belangrijkste: de lagere biologische opbrengst zou tot gevolg hebben dat er minder ruimte overblijft voor de natuur.  Dus biologisch zou de reden zijn dat er wereldwijd natuur verdwijnt? Studies naar bijvoorbeeld boskap laten keer op keer zien dat er bos ontgonnen wordt voor de verbouw van soja, palmolieplantages, het houden van vee en voor het hout zelf.  Niet omdat er meer land voor biologische productie nodig is.

Wie op basis van deze studie de biologische landbouw probeert af te schrijven, diskwalificeert zichzelf. Van media kan je (misschien) een artikel van die strekking verwachten op basis van uitspraken over het onderzoek, maar een wetenschapper met een brede visie prikt deze conclusie meteen door. Bionext brengt graag een andere vergelijking naar voren: hoe kun je verwachten dat de intensieve productiewijze die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de huidige crisis op de terreinen van onder meer klimaat, bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit en waterkwaliteit ook de oplossing gaan brengen voor diezelfde problemen? Door nog intensiever te worden, in de vooronderstelling dat elke % opbrengst een groei van het aantal hectares natuur betekent? Mooi sprookje, de realiteit is helaas anders.

In de biologische landbouw kiezen we juist om met de natuur samen te werken. Die insteek kan zorgen voor een systeemverandering, waardoor natuur, bodem en water beschermd worden tegen uitputting en vervuiling.  Nu is die inclusieve vorm van landbouw nog duurder. Biologische boeren én consumenten kiezen hiervoor omdat ze geen landbouw willen die kosten afwentelt op de algemene maatschappij. Als nu de maatschappelijke kosten ook in het product opgenomen worden, gaat die systeemverandering een stuk sneller.  Alleen stoppen met externaliseren van de kosten naar de omgeving, kan tot een wezenlijke verandering leiden. Zolang een hamburger die 100 euro maatschappelijke kosten met zich meebrengt, voor de consument slechts 1 kost, staat er geen enkele rem op afbraak van natuur en oerwoud ten gunste van grootschalige en goedkope sojateelt en uitbreiding van het aantal palmolieplantages.

De biologische landbouw en voeding brengt als systeem alle onderdelen met elkaar in verbinding en in die samenhang zit de oplossing. Biologische boeren werken elke dag aan meer natuur. Als consument kan iedereen ook een bijdrage leveren: niet alleen door te kiezen voor producten uit de biologische of natuurinclusieve landbouw, maar ook door minder dierlijke consumptie (minder maar beter vlees), drastische verlaging  van de 30 tot 40% voedingsverspilling, een gezond voedingspatroon  en een eerlijke prijs voor de boer.

Verder ter info:

Op de website van IFOAM is dit statement verschenen:

https://www.ifoam.bio/en/news/2018/12/19/statement-study-assessing-efficiency-changes-land-use-mitigating-climate-change

In de VS heeft het Rodale Institute deze verklaring afgegeven:

https://rodaleinstitute.org/blog/is-organic-really-worse-for-the-climate-a-response/

 

Een stille, groene revolutie

Wie de media de afgelopen weken gevolgd heeft, is getuige van een stille revolutie in landbouw- en voedingsland. Natuur-, klimaat-, bodem- en waterkenners luidden al jaren de noodklok. Het lijkt alsof de knop nu om is en iedereen begrijpt dat de chemie- en mestkraan dicht moet. Niet alleen in Groningen, maar in heel Nederland.

De Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur deed een behoorlijke duit in de zak met het advies om de veestapel in Nederland fors in te krimpen en te pleiten voor meer natuurinclusieve landbouw. Adviesbureau CE Delft berekende dat vlees 25% (kip), 40% (rund) of 53% (varken) duurder zou moeten zijn vanwege de verborgen kosten.

Ik had het genoegen om onlangs mee te discussiëren over de toekomst van het EU landbouwbeleid. Het ministerie van LNV organiseerde hiervoor een stakeholdersbijeenkomst. Geen moment te laat, want het beton voor het nieuwe GLB is al min of meer gestort. Brussel wil alle landbouwgelden inzetten op maatschappelijke doelen, zoals klimaat, biodiversiteit, water en regio. De lidstaten sturen nationaal aan, maar moeten wel bijdragen aan de EU doelen. Een mooie uitdaging voor Nederland met zijn hoog intensieve veeteelt en daarmee samenhangende derogatie voor fosfaat (lees: mest). De graadmeters voor het nieuwe landbouwbeleid worden: minder dierlijke en meer plantaardige productie, grondgebonden en natuurinclusieve landbouw en tenslotte bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals klimaat en biodiversiteit. Stuk voor stuk criteria die nauw aansluiten bij de grondgedachte van biologische landbouw. Deze kan ons dan ook prima in die richting gidsen.

Tot nu toe was de leidraad voor het landbouwbeleid gebaseerd op kostenefficiëntie en opbrengstvermeerdering, met andere woorden: hoge productie voor lage prijzen. Dit model lijkt hard op weg om failliet verklaard te worden. Hoge opbrengsten voor lage kosten plegen een vorm van roofbouw ten koste van publieke waarden, zoals natuur, biodiversiteit, klimaat, bodemvruchtbaarheid en water. Het begint tot de EU en onze nationale overheid door te dringen dat deze publieke waarden ook een economische waarde hebben. Het vernietigen ervan is een verborgen kostenpost, die de maatschappij nu al meer kost dan het oplevert. Met de visieverandering die nu doorbreekt, krijgen de maatschappelijke waarden, die bij de biologische landbouw in goede handen zijn, óok een economische waarde. Hiermee krijgt de stille groene revolutie – met méer biologische landbouw – echt vaart.

Bio, voedselvraagstuk en klimaat

Soms duurt het even voordat het gezonde verstand gelijk krijgt. En als het na zoveel jaren het geval is, dan sta je toch even te knipperen met je ogen. Begin 2000 suggereerde professor Rabbinge, een van de voormalige kopstukken van de WUR, dat biologische landbouw gevaarlijk is vanuit het oogpunt van voedselveiligheid. Zijn redenering was: de chemie beheerst het gevaarlijke bodemleven en de schadelijke bacteriën en schimmels. In de biologische teelt hebben die bacteriën en schimmels de vrije hand en dat kan alleen maar tot ziektes leiden; levensgevaarlijk… Zeven jaar later toonde vergelijkend bodemonderzoek (tussen bio en gangbaar) aan dat het omgekeerde het geval is. De chemie doodt veel schimmels en bacteriën en geeft schadelijke bacteriën en schimmels juist meer ruimte. Vergelijk het met antibioticagebruik voor de maag; de darmflora wordt verstoord en juist dan kunnen schadelijke bacteriën profiteren. In de biologische bodems ontstaat juist een natuurlijk en gezond evenwicht. Rabbinge zat inmiddels in China en liet niets meer van zich horen.

Nog zeer recent verkondigde professor Dijkhuizen, een ander voormalig kopstuk van de WUR, dat biologisch de wereldbevolking niet kan voeden. Hij baseerde zich daarbij op een journalist van de Volkskrant die zijn eigen mening gaf over het 100% biologische landbouw voedingsscenario van de toekomst in een Fibl-studie: draconisch, want dan zou er een derde minder vlees geconsumeerd moeten gaan worden en de helft minder verspild mogen worden. Een pittige opgave, zeker, maar wel precies wat nodig is om het huidige absurde voedselpatroon in het Westen bij te sturen in plaats van het massaal te exporteren naar opkomende landen.

Los van de noodzakelijke verandering van ons voedselpatroon, was een argument tegen biologisch als oplossing voor het wereldvoedselvraagstuk dat de opbrengsten lager zijn dan gangbaar. Een aantal jaren geleden werd al gepubliceerd dat de opbrengsten van biologische landbouw in derde wereldlanden hoger liggen dan de gewone landbouw. Crux daarvan is de bodemvruchtbaarheid die de biologische landbouwmethode oplevert.

Op 1 februari zijn de resultaten van een langjarig praktijkonderzoek in Brabant gepubliceerd die ook het opbrengstargument onder de bodem schoffelt. Biologische akkerbouw blijkt op proefboerderij Vredepeel na 13 jaar net zoveel opbrengst te geven als de gangbare landbouwmethode met chemie en kunstmest. En met aanmerkelijke voordelen: sterk verhoogde bodemvruchtbaarheid, 50% minder uitspoeling zoals nitraat en verhoogde vastlegging van koolstof in de bodem (en dus verminderde CO2 uitstoot). Biologische landbouw levert daarmee op de lange termijn een stabieler en efficiënter productiesysteem voor voedselzekerheid dan de chemie-landbouw.

Gelukkig is professor Dijkhuizen nog in Nederland en als voorzitter van de Topsector Agrifood bij machte sturing te geven aan de noodzakelijke transitie naar biologische landbouw en voedselzekerheid op lange termijn.

http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/nieuw-onderzoek-biolandbouw-even-productief-als-gangbare-landbouw/

Gewoon en normaal in Nederland

Een nieuw herfst, een nieuw kabinet, een oud landbouwbeleid. De voorzichtige transitie die het vorige kabinet trachtte te maken van kostenefficiënte productie naar duurzame consumptie was er al een van meer woorden dan daden. Het nieuwe regeerakkoord gaat verder op die voet en lijkt niet van plan veel vaart te maken met de noodzakelijke versnelling in de verduurzaming van landbouw en voeding. Enkele positieve maatregelen, zoals versterking van de kringlooplandbouw, aandacht voor dalende bodemvruchtbaarheid en het stimuleren van agrarisch natuurbeheer in de directe omgeving van Natura2000 gebieden worden afgewisseld met enkele fundamentele keuzen die de transitie tegenhouden. De reductiebijdrage van de landbouwsector van 3,5 Mton broeikasgasemissie in 2030 is slechts circa 6% van de totale reductie, terwijl landbouw een van de grootste vervuilers is. En dan wordt ook nog nagestreefd de reductie via vooral technische maatregelen te bereiken. Maar liefst 40% van de totale reductie aan broeikasgassen wordt onder de zoden gestopt, terwijl landbouw bij uitstek geschikt is de CO2 in de bodem zelf te binden.

De nummer twee positie op de wereldranglijst van exporterende voedingslanden moet verdedigd worden en dus gokt het kabinet erop dat alle mestoverschotten, dierenleed en CO2 uitstoot met technische innovaties en via opslaan in de bodem weggewerkt zullen worden. Een beleid van vooruitschuiven naar de toekomst en onder het tapijt vegen, wat zou getuigen van vertrouwen in de toekomst. Misschien onderschat ik de rentmeesters van de ChristenUnie, die sinds jaar en dag wel visie hebben op de noodzakelijke vergroening van het platteland en daarmee niet de lege biljartlakens van engels raaigras bedoelen.

Het voornemen om tot eerlijker productieketens te komen lijkt een lichtpuntje in het regeerakkoord, maar de verhoging van het lage BTW-tarief van 6 naar 9% is een zeer slechte start voor eerlijker ketens. Het zet direct druk op de prijzen en maakt het prijsverschil tussen goedkope junkfood en duurzame kwaliteitsvoeding, herkenbaar aan de Topkeurmerken, nog groter. En producten die rekening houden met de natuur, met dieren, met gezondheid en een eerlijke prijs voor de boer, dat lijkt me nu uitgerekend iets voor de ‘gewone en normale Nederlander’! Stel je voor dat we het CO2 probleem gewoon oplossen in de landbouw, in plaats van dumping in leeg gezogen gasvelden onder woonwijken? Stel je voor dat we obesitas gewoon oplossen door de keuze voor gezonde kwaliteitsvoeding weer ‘normaal en gewoon’ te maken? Zaken waar alle Nederlanders baat bij hebben.

Dit kabinet kan in een keer onsterfelijk worden door de belasting op niet duurzame en ongezonde producten te verhogen en de belasting op gezonde, duurzame producten te schrappen, omdat zij de norm horen te zijn. Met het stimuleren van die ontwikkeling kan Nederland bovendien een belangrijk gidsland in landbouw en voeding blijven. Doorgaan op de pure kostenefficiënte weg is een doodlopende weg en het verder uitstellen van de echte omslag naar maatschappelijk inclusieve voeding is onverantwoord. Het roer moet om, nu. De Rabobank lijkt dat eindelijk te begrijpen met z’n driejarige duurzame food & agri transitieprogramma “Growing a better world together”. Nu het nieuwe kabinet nog.

Keep on dreaming

Martijn van Calmthout besteedde onlangs in zijn Volkskrant column ‘de roltrapparadox’ aandacht aan de keerzijde van de technische vooruitgang. De roltrap moest meer mensen sneller vervoeren, maar omdat iedereen blijft stilstaan, gaat het trager. De snelweg wordt verbreed om auto’s sneller te laten rijden, maar de grote toestroom veroorzaakt meer vertraging. Van die dingen en dat prikkelt mijn verbeelding.

Er zijn vanuit de medische wetenschap allerlei medicijnen ontwikkeld om ziektes te bestrijden of te voorkomen. Antibiotica en de preventieve inentingen maken onderdeel uit van dat soort medicatie. Voor het individu dat ziek is of het in de toekomst wenst te voorkomen is dit een voordeel. Geen gevaarlijke kinderziektes meer en vervelende ontstekingen lossen als sneeuw voor de zon op als de nood aan de man of vrouw is. Voor de soort als totaal is het effect negatief: de natuurlijke weerstand van het individu neemt af en dat wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Bovendien raken de gevreesde bacteriën en virussen langzaam aan immuun voor de medicatie. En zo kan een nieuwe griepvariant al veel schade aanrichten, laat staan een onbekend virus dat zich ineens razendsnel verspreidt.

De paradox van de medische wetenschap is dat we dankzij de technologische innovaties langer leven en minder gezond worden. We worden steeds afhankelijker van de technologische vooruitgang omdat we steeds kwetsbaarder worden. Geen nood, nog even en de celbiologie repareert complete organen en lichaamsdelen uit opgekweekte stamcellen en ons beperkte brein wordt bijgestaan door digitale hulpmiddelen die in verbinding staan met databases vol (on)gecontroleerde kennis die ons stuurt. Een lonkend perspectief van technische vooruitgang. Wat zou de keerzijde hiervan kunnen zijn?

Even tussendoor. In dezelfde editie van het Volkskrant magazine staat een interview met mevrouw Lunshof, de moedige Nederlandse ‘philosopher scientist’, die aan de bel getrokken heeft toen onlangs stamcellen zich spontaan organiseerden tot een ontluikend embryo. Het experiment is afgebroken en ze heeft het nieuws wereldkundig gemaakt. Moedig, want de verleiding zal groot geweest zijn om te volgen waar zo’n kunstmatig stamcel embryo in uitgroeit. Hoe gaat het nu verder in zo’n geval? Haar antwoordt op die vraag vind ik minder geruststellend? Ze stelt dat dit meestal leidt tot workshops en conferenties. ‘Want wetenschap is een sociaal ingebedde activiteit. De onderzoeksgemeenschap is nu aan zet.’ Zijn we zo ook aan de kernenergie en atoombom geraakt?

Terug naar de hoofdlijn van dit betoog. Bij het ontstaan van monoculturen in de landbouw, zoals mais, tarwe, soja, rijst en aardappel, is een soortgelijke vooruitgangsparadox werkzaam. De innovaties in de plantveredeling hebben deze soorten een exponentieel voordeel gegeven in termen van opbrengst. Door in feite al eeuwenlang te selecteren op gunstige eigenschappen zijn de maiskolven vijf keer zo groot en dik als honderd jaar geleden. We moeten tenslotte de groeiende wereldbevolking voeden. De levensmiddelenindustrie maakt bij voorkeur gebruik van deze soorten, die onderling concurreren, omdat zij tot uniforme en altijd beschikbare grondstofstromen leiden die bovendien laag in prijs zijn, juist omdat ze monocultuur en ongedifferentieerd zijn, waardoor een boer krijgt wat de wereldhandel ervoor geeft. In monoculturen zoals soja verandert de markt geleidelijk in monopolies, waardoor enkele wereldspelers onderling bepalen wat de prijs voor de boer is. Tot zover gaat alles goed, de positie van de boer in deze onevenwichtige keten buiten beschouwing gelaten.

Monoculturen zijn echter kwetsbaar voor ziekten en plagen, dus vindt er een race plaats om de ziektes en plagen voor te blijven met veredeling en chemie. De genetische manipulatie van zaden in combinatie met bestrijdingsmiddelen als glyfosaat is een procesversneller geweest in die race. Het levert niet de beloofde opbrengstwinst en niet de gewenste afname van gifgebruik, vanwege het ontstaan van resistent superonkruid. Een formaat ‘roltrapparadox’ dat vergelijkbaar is met de kernenergie: onbeperkte mogelijkheden en een verwoestende tegenkant waar ze in Hiroshima, Tsjernobyl en Fukushima nog talloze eeuwen de gevolgen van zullen ondervinden.

Vanuit de zalige onwetendheid waarin we als individu door het leven gaan zijn dit soort bespiegelingen natuurlijk volstrekt irrelevant. Kijk om je heen wat er allemaal mogelijk is, zie hoe de armoede is afgenomen en welvaart bereikbaar is geworden voor iedereen. Jammer dat het snel went en dus jagen we door op nieuwe doorbraken die ons nog kortstondiger zullen bevredigen. Waarbij we, misschien wel het grootste verlies, elkaar helemaal uit het oog verliezen.

Wie de moeite neemt om verder te kijken dan zijn neus lang is, ziet dat niet alle technische vooruitgang ons echt verder brengt. Terwijl Elon Musk al werkt aan de voortzetting van de mensheid op Mars, droom ik van een wereld waarin mensen verleidingen kunnen weerstaan. Een droom zo oud als het scheppingsverhaal. Keep on dreaming.

Wat eten we vandaag?

De meest gestelde vraag in menig huishouden, maar niet in dat van wetenschapsjournalist Rosanne Hertzberger. Magnetronmaaltijd uit de vriezer, dat heeft alleen maar voordelen, zo leren we. Geen voedselverspilling, want eeuwig houdbaar in de vrieskou en net zo gezond als vers. Het interview maakt veel los in de hoek van de foodies. Voedingstechnisch vooral en dat valt te begrijpen. Zelfs het Voedingscentrum beveelt aan zoveel mogelijk versie groenten en fruit te eten en dat is toch geen bolwerk van revolutionair denken. Over de overdaad van suiker, zout en vet in alle verwerkte producten hoor je mevrouw Hertzberger niet en dat is toch zo’n beetje de hoofdoorzaak van de epidemie van obesitas, overgewicht, diabetes 2 en de bekende welvaartsziekten, zoals hart- en vaatziekten, die de westerse wereld de afgelopen decennia overspoeld heeft. En dan laten we de effecten van de kosten efficiënte landbouwproductie, waar de magnetronmaaltijden en aanverwante artikelen op gebouwd zijn, nog maar even buiten beschouwing.

Geen machines op brandstof

De wetenschappelijk benadering van voeding, als optelsom van voedingsstoffen die als brandstof dient voor het lichaam, gaat voorbij aan een paar belangrijke aspecten. Aandacht voor wat je eet en ervaren wat goed voor je is, begint bij verse producten, bij de wijze waarop ze verbouwd zijn, hoe de dieren gehouden worden en hoe je ze zelf bereidt. Mensen zijn geen machines die op een uniforme brandstof blijven draaien. Juist de fijne afstemming op de voeding die bij jou past is van groot belang voor de eigen gezondheid. Dat vereist aandacht en nauwkeurige waarneming. De magnetronmaaltijd biedt dat nu eenmaal niet.

Koplopers in duurzaamheid

Ook op de kosten efficiënte benadering van de logistiek op de winkelvloer valt wel iets af te dingen. De biologische winkels zijn in de afgelopen 15 jaar getransformeerd naar moderne speciaalzaken met een grote klandizie die dagelijks verse biologische producten kopen. Een gezonde omloopsnelheid die ondersteund wordt met een efficiënte en vergaand geautomatiseerde logistiek die derving tot een minimum beperkt. Daarnaast behoren de biologische winkels met de EKO winkelcertificering tot koplopers in duurzame retail, omdat ze vrijwel uitsluitend biologische producten verkopen, eerlijk met hun toeleveranciers en medewerkers omgaan, vooral acties voeren met verse en onbewerkte producten, groene energie gebruiken en het verbruik minimaliseren en alleen duurzame verpakkingen gebruiken.

 De impact van de biologische boodschappenmand

En leidt dat ook ergens toe? Het antwoord is ja, volgens het zojuist gepubliceerde Louis Bolk Instituut onderzoek Impact van de biologische boodschappenmand van M. Batjes-Fries, L. van de Vijver, M. Jong en C. J. Koopmans. Zij vergeleken de boodschappenmandjes van consumenten uit de supermarkt en de biologische winkels. Biologisch etende consumenten hadden in hun boodschappenmandjes meer onbewerkte en gezonde producten als groente en fruit dan de regulier etende consumenten. Uit data over het voedingsgedrag van consumenten leken biologische consumenten meer conform de richtlijnen van gezonde voeding te eten dan de gangbare consumenten. Ook hadden ze minder plastic afval dan de gangbare consumenten. Duits onderzoek uit 2010 had al aangetoond dat biologisch etende consumenten gezonder zijn dan gangbaar etende consumenten.

Wat eten we vandaag?

De heftige reacties van de foodies op de visie van Rosanne Hertzberger en haar reactie daarop (eten is een geloof) tonen de kloof tussen de rationaliteit van de wetenschapper en de gevoeligheid van de consument. Achter de strijd tussen de magnetronmaaltijd met E-nummers en de verse biologische producten gaan twee belevingswerelden schuil met hun eigen waarheden. De vraag die resteert is: wat eten we vandaag? En welke impact heeft dat op onze gezondheid en de wereld om ons heen?

 

 

Het roer moet om

Hoe kunnen we de groeiende wereldbevolking voeden? Een prangende vraag met de groei van 7 naar 10 miljard mensen in 2050 in het verschiet en steeds meer signalen dat de huidige productie- en consumptiewijze spaak loopt. De FAO heeft er een nieuw rapport aan gewijd. Door de groeiende druk op de natuur, sociale ongelijkheid en klimaatverandering zijn onze voedselsystemen in gevaar. De oogstonzekerheid door klimaatverandering neemt toe, de opbrengstgroei in de reguliere landbouw stagneert, er vindt op grote schaal afbraak plaats van vruchtbare landbouwgronden en de biodiversiteit holt achteruit. Tijd voor actie en een totale omslag in denken en doen.

De FAO stelt dat er een oplossing is in de vorm van duurzame landbouw. De natuurinclusieve (lees: biologische) landbouw lost veel problemen op, maar zal snel massaal omarmd moeten worden. Business-as-usual is geen optie,’ volgens het FAO rapport. ‘Want landbouw die massale ontbossing, watergebrek, uitputting van de bodem en hoge CO2-uitstoot veroorzaakt, leidt niet tot voedselproductie voor de lange termijn.’ Volgens de FAO is het ook van groot belang dat boeren een betere inkomenspositie krijgen, met name in de derde wereld, en dat de landbouwsector beter bestand is tegen de klimaatverandering.

Naast de voedselzekerheid op lange termijn, behoud van biodiversiteit, schoon water en eerlijke ketens is er nog een belangrijke reden om over te schakelen op natuurinclusieve biologische landbouw: onze gezondheid. Recent onderzoek toont aan dat de gehalten aan vitaminen en mineralen in vollegrondsgroenten sterk is teruggelopen in de laatste twintig jaar, soms met meer dan 50%. Paul Blokker van de Vereniging tot behoud van boer en milieu, luidde begin deze week de noodklok in De Telegraaf. Samen met een aantal andere organisaties wijst hij het overdadig injecteren van mest en de afname van het bodemleven aan als oorzaak van de vermindering van vitaminen en mineralen in vollegrondsgroenten. Hij koppelt deze vermindering aan het hoge percentage mensen dat kanker krijgt in Nederland en de sterke stijging van obesitas en diabetes 2.

En zo stijgen de gezondheidskosten door naar 95 miljard euro per jaar, meer dan 15% van de totale overheidsbegroting. Massale omschakeling naar natuurinclusieve biologische landbouw kan ook hier een antwoord geven, omdat de bodem en de bodemvruchtbaarheid centraal staan in de biologische landbouw. Een mooi onderwerp voor de formatie van het nieuwe kabinet om aan de klimaatdoelen van Parijs te voldoen en de torenhoge kosten voor de gezondheidszorg te verlagen in plaats van nog verder op te laten lopen.

Links naar bronnen:

http://www.fao.org/publications/card/en/c/d24d2507-41d9-4ec2-a3f8-88a489bfe1ad/

http://www.telegraaf.nl/binnenland/20536216/__Vitamine_weg_uit_groenten__.html

 

Wij nu duurzaam!

Op de Bio-beurs in januari had ik de eer een workshop bij te wonen van Kitty Koelemeier, hoogleraar marketing en retail. Ze gaf haar visie op de ontwikkelingen in retailland en koning klant. De digitalisering, de verfijning van logistiek en het oprukkende hedonisme heeft ertoe geleid dat koning klant steeds makkelijker en sneller bevredigd wordt in zijn consumptieverslaving. Gisteren stelde ‘vandaag besteld, morgen geleverd’ iedereen tevreden, maar nu er bedrijven zijn die al binnen twee uur je bestelling afleveren, is dat de nieuwe norm. En het went heel snel. Waar we gisteren tevreden mee waren, dat stelt ons vandaag teleur. Misschien is het psychologische feit dat alles heel snel went, de reden dat we niet echt gelukkiger worden. Kennelijk zit geluk niet in goederen en gemak.

Koelemeier toonde een schema dat zich in mijn hoofd heeft vastgezet als ‘ik nu, wij later, zij nooit’. De zeven zekerheden van Jumbo zijn vrijwel allemaal gericht op ‘ik, nu’, zoals de laagste prijs garantie, minimale wachttijden en het grootste gemak. De biologische winkels met hun EKO certificering richten zich grotendeels op ‘wij, later’ met thema’s als klimaat, milieu, verpakkingen en sociale eerlijkheid. Alleen het thema gezondheid is ik-gericht, maar dat kan ook altijd later nog. De biologische winkels zouden volgens Koelemeier moeten nadenken hoe de ‘wij later’ thema’s voor ‘ik nu’ relevant gemaakt kunnen worden, dus zonder het eigen fundament te verlaten.

Thema’s als gezondheid, milieu en klimaat worden steeds relevanter, maar wanneer gaat het “wij later” prevaleren boven “ik, nu”? Wanneer transformeert “ik nu” naar “wij nu”? Een prangende vraag waar de transitie van het hele landbouw- en voedingssysteem mee samenhangt. In dat licht is het paniekerige bericht van Unilever geen goed signaal. Vanwege de mislukte overname door venture capitalist graaiers schakelt zij over van een lange naar een korte termijn strategie, gericht op het tevredenstellen van de aandeelhouders. Het “wij samen duurzaam” wijkt voor het “ik nu maximale winst” van de aandeelhouder.

Er zijn compleet nieuwe modellen en samenwerkingsverbanden nodig die het gemeenschappelijke belang van de landbouw – en voedingstransitie versnellen. Verbinding van boer tot en met burger is daarin noodzakelijk: burgers die boeren weer in staat stellen om tegen hogere kostprijzen (biologische) voeding te produceren, die een eind maakt aan de collectieve kostenafwenteling van de landbouw en levensmiddelenindustrie op onbetaalbare waarden als biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, schoon water, gezonde planten, gezonde dieren en dus ook gezonde mensen. Misschien dat de echte omslag snel gemaakt wordt als de kosten voor het afwentelsysteem (“ik nu zo goedkoop mogelijk”) doorbelast wordt naar de veroorzakers en de waarden-inclusieve (“wij nu biologisch en duurzaam”) per saldo goedkoper in het schap ligt.

Gezondheid in 2017

Begin december had ik het genoegen een ontbijt te nuttigen met Günter Lach en Sylke Bruns, twee experts op het gebied van restanten pesticiden in voeding en andere aspecten van levensmiddelenkwaliteit. Zij verzorgden een workshop over residuen, laboratoria en nieuwe trends op het gebied van dit onderwerp. In de zaal zaten twintig kwaliteitsmanagers die dagelijks hun hoofd breken op basis van welke feiten zij besluiten nemen over de aankoop van biologische grondstoffen. Dat is topsport geworden, want hoewel in de biologische landbouw geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden, rust de last van de residuen uit de gangbare landbouw grotendeels op de schouders van de biologische teelt. Ten onrechte, want het zou de vervuiler moeten zijn die betaalt, maar daarover een andere keer.

Tijdens het ontbijt hadden we het over de onmogelijkheid om in een vervuilde wereld volledig schoon te kunnen produceren. Als voorbeeld noemde ik de nanodeeltjes (nano = een miljardste meter) van plastic die overal in worden aangetroffen. Bruns sloeg aan op de nanotechnologie en vertelde over haar betrokkenheid bij de Duitse gezondheidsbeoordeling van deze nieuwe technologie in voeding. De nanotechnologie wordt al vol toegepast in voeding om de houdbaarheid, smaak, geur, kleur en vloeibaarheid te beïnvloeden. Als voorbeeld noemde ze Heinz tomatenketchup, waar de kleur van lupine door middel van de techniek in no time egaal door de substantie verspreid wordt.

De snelle en onzichtbare opkomst van de nanotechnologie in voeding kan eenvoudig verklaard worden door de enorme mogelijkheden die het fabrikanten biedt. Langer houdbaar; we verlagen de voedselverspilling! Smaak, geur en kleur; nu nog lekkerder en misschien wel gezonder, want met minder vet of suiker! Met de nanotechnologie kan de levensmiddelenindustrie weer lekker verder knutselen en verleiden. Breekt na de foute vetten en de overconsumptie van suiker en zout, nu het tijdperk aan van nanofrituur en -ijs?

Voor nieuwe technologieën zoals de inzet van nano’s bestaan geen wetgeving en geen etiketteringsvoorschriften. De BASF’s van deze wereld, die de technologie aanbieden, willen dat graag zo houden. Probleem is dat er nauwelijks onderzoek wordt verricht naar de gezondheidseffecten. Bruns was juist op gezondheidsgebied niet erg gerust. Ze vertelde dat nano’s makkelijk onze cellen kunnen binnendringen en de weg openen voor minder gewenste indringers…

Met dit schrikbeeld voor ogen verwacht ik dat de natuurlijke voedingstrend van vers, biologisch en zo min mogelijk bewerkt ook in 2017 zal aanhouden. Biologisch groeit mondiaal al jaren met gemiddeld 10% per jaar en dat zal ook in 2017 het geval zijn. Verse groenten en fruit zitten eindelijk weer in de lift. Steeds meer mensen maken zelf weer dagelijks werk van koken met verse ingrediënten. Het suikerrijke frisdrankenschap is in 2016 met 10% gedaald. Puur eten en drinken wordt de norm in 2017. Geniet ervan!

GMO en de valse beloften

Vorige week stond een opmerkelijk artikel in de New York Times waarin betoogd werd dat de gentech teelt haar beloften op hogere oogsten in combinatie met lagere bestrijdingsmiddelen nooit waargemaakt heeft. De auteur heeft een vergelijking getrokken tussen de ontwikkeling op oogsten en pesticidegebruik in bekende gentech gewassen in de VS, zoals soja en BT mais, en de ontwikkeling daarvan in Frankrijk. De conclusies zijn helder: de gangbare teelten in Frankrijk hebben een sterkere volume opbrengst gerealiseerd, terwijl het pesticidegebruik sterker zijn afgenomen in vergelijking met de gentech teelten in de VS.

Inmiddels zijn er heftige discussies ontstaan in de VS en worden de conclusies van de onderzoeksjournalist scherp aangevallen. Maar de knuppel ligt nu duidelijk in het hoenderhok: wat heeft de gentechniek in de landbouw nu eigenlijk opgeleverd, behalve winst voor de bedrijven die het verkopen? Een aspect dat nog nauwelijks aan bod komt is de sociale kant van het gentechverhaal. De zaden zijn allemaal gepatenteerd en worden in combinatie met de chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen verkocht, de boeren mogen geen zaad achterhouden en boeren die gentechvrij willen blijven telen en met ongewilde contaminaties van doen hebben, krijgen juristen achter zich aan die claimen dat hun gecontamineerde oogst eigendom is van het gentech zaadbedrijf. Onverteerbaar…

De EU heeft de enig juiste keuze gemaakt, maar die kan gaan wankelen. Ook in Nederland ligt er een basis voor een co-existentiebeleid die gentech teelten mogelijk moet gaan maken. De biologische sector wil dat de gentechsector in geval van een co-existentie beleid verantwoordelijk wordt gesteld voor alle vormen van contaminatie. Want, de vervuiler moet de rekening gaan betalen.