De oranje velden

Net terug van een week Normandische kust. Dieppe, Varengeville, Veules les Roses, Etretat, Yport, dat werk. Op de dinsdag een wandeling gemaakt in de omgeving van Le Bourg d’Un, een gehucht in het boeren achterland, vijf kilometer van zee. In de oude gids uit 2001 wordt het Normandische land getypeerd als ‘bogasse’, een eeuwenoud coulissenlandschap. Toen al was er zorg of de ruilverkaveling daar geen einde aan zou maken, omdat het bijhouden van de heggen en bomenrijen grootschalige landbouw in de weg staat. Rond het dorp leven de coulissen nog. We horen veel vogels, er vliegen een paar fazanten weg als we te dichtbij komen. Verderop verandert alles in eindeloze akkers, voor de helft voorzien van een oranjebruine gloed. Aan de oranjegele grasranden maak ik op dat de glyfosaatspuit hier massaal gehanteerd wordt. Vogels horen we niet meer met uitzondering van een verdwaalde leeuwerik die omhoog schiet en de noodklok luidt.

Bij een onafzienbaar veld koolzaad staat een bord; “Ici, les chasseur agissent pour la biodiversite”. De jagers komen in het geweer voor de patrijzen, de ganzen en de hazen. Er is een experiment gaande in het veld met hokken en netten waar nieuwe populaties wilde dieren voor de toekomst veilig gesteld moeten worden. Het oogt lachwekkend naast de monoculturen die hier verbouwd worden of moeten gaan worden. Verderop, na het passeren van zo’n dorpje met idyllisch opgeknapte Normandes, lopen we door de glyfosaatvelden op twee boerderijen af. Links heeft de grootschalige vernieuwing toegeslagen; nieuwe grote schuren vol machines achter afgebroken resten van de oude gebouwen. Rechts een oud rommelig erf met mooie boomwallen. Vooruitgang is een relatief begrip. Als we dwars door de volgende glyfosaatakkers lopen, zien we voederbieten van het vorige oogstjaar liggen. Slechts enkelen zijn licht aangevreten door een klein knaagdier. De meeste zijn niet aangeroerd, waarschijnlijk omdat er hier bijna geen dieren meer zijn. Een boer rijdt aan de horizon in zijn tractor met de tien meter brede bespuitingsvleugels door het veld. In de verte staat een kleine nieuwbouwwijk. Een glyfosaatakker grenst aan hun tuinhekken. Arme kinderen die daar opgroeien. Woon je in de buitenlucht en heb je dat.

Thuis lees ik in Wolffers’ Overleven over de complexiteit van onze darmen en het belang van het behoud van de enorme diversiteit van de biotoop daarbinnen. Net als de levende bodem. Een theelepel levende aarde bevat 10 miljoen bacteriën. De aantasting van de biodiversiteit in de bodem weerspiegelt zich in de achteruitgang van de biodiversiteit van onze darmen. Met alle kwalen en welvaartziekten als gevolg voor onszelf, en het gemis aan patrijzen, vogels en hazen voor de jagers-eh… wandelaars.

Op de weg terug naar Amersfoort duiken de oranjekleurige en roestige velden continue op. Ook in Nederland zijn we nog ver af van de gifvrije kringlooplandbouwvisie van minister Schouten. Komende week gaat ze uitleggen waarom ze de vorig jaar aangenomen motie voor een algemeen verbod op glyfosaat nog niet uitgevoerd heeft. Heel actueel nu de tweede schadeclaim in de VS van ruim 70 miljoen is toegewezen is aan een man die dertig jaar met glyfosaat gewerkt heeft. Wie wint: het gebruiksgemak van het gif in de grootschalige landbouw en de economische belangen van Bayer of het belang van biodiversiteit en gezondheid? In de tussentijd moet de biologische landbouw zich verantwoorden als er contaminatiesporen van landbouwgif in gevonden worden. Hoe blijf je ervan gevrijwaard als het merendeel van de akkers bespoten wordt. Op naar gifvrij, te beginnen met een verbod op glyfosaat.

 

Nog één oogstverdubbeling…

Een van mijn favoriete romanpassages is de beschrijving van het experiment van charlatan-uitvinder des Pereires om radiotellurisch te gaan telen ((Dood op Krediet van Celine). Hij voorziet het veld van koperdraden en droomt van radijzen als appels en tomaten als pompoenen. Daaraan moest ik denken toen ik onlangs over de grote doorbraak in genetisch gemodificeerde veredeling las: 40% grotere tabaksbladeren dankzij een verbetering van het wonder van het leven, de fotosynthese. Jammer dat roken uit de mode is, maar ongetwijfeld kan deze techniek ook andere planten vooruit helpen in hun dienstbaarheid aan de mens.

Genetische manipulatie in de landbouw is niet onomstreden. De eerste generatie gentechgewassen heeft bij nader inzien meer nadelen dan voordelen: ze brengt ons kwetsbare monoculturen in de plaats van veerkrachtige soortenrijke systemen, ze levert op de lange termijn geen noemenswaardige opbrengstverbetering op en het maakt boeren tot moderne slaaf multinationals.

Niet elke technische vooruitgang is een verbetering. Zo brengt de uitvinding van de roltrap ons niet sneller boven, vreet het energie en maakt het ons luier en dikker. De risico’s van kernenergie, beter te vergelijken met genetische manipulatie, zijn algemeen bekend.

Maar ja, hogere voedselopbrengsten, tomaten als pompoenen, zeg daar maar eens nee tegen als je weet dat het aantal monden van 7 naar 10 miljard groeit…

De laatste jaren wordt in de landbouw en voeding de strijd tussen de technologen (wizzards) en de natuurlijken (profeten) steeds harder. De vooruitgangsoptimisten aan de ene kant met hun rotsvaste geloof dat ieder probleem door de slimme mensheid kan worden opgelost. De organische harmoniezoekers aan de andere kant die kiezen voor langzaam en veilig groeien in samenwerking met de natuur. Revolutionair versus evolutionair.

De natuurlijke benadering wint momenteel aan kracht. Ondanks de hoon van de wizzards zijn de biologische landbouw en alle daarvan afgeleide varianten aan een opmars bezig. Biodiversiteit, schoon water, bodemvruchtbaarheid, er is een schreeuwende behoefte aan, anders valt er sowieso niet veel te oogsten in de toekomst.

De landbouw staat voor een krachttoer en de komende twee decennia worden beslissend. De biologische sector heeft daarin haar eigen unieke rol als pionier in het innoveren met de natuur.

Hoe liep het af met het experiment van het radiotellurisch telen, vraagt u zich af? Niet zo goed helaas. De vrouw van des Pereires had de gewaskeuze bepaald: aardappelen en nog eens aardappelen. Overvloedige regenval deed het pootgoed geen goed, ondanks de koperdraden. De wormen namen bezit van de pootaardappelen en de oogst was mislukt. Les die hieruit geleerd kan worden: laat je niet gek maken door charlatans, zet nooit in op een gewas en hou rekening met wisselende weersomstandigheden. Maar dat weten verstandige boeren al eeuwen. En die wijsheid zal ook de komende decennia wel overleven.

 

Biologisch en klimaat

Plaatje voeding en klimaat

Via diverse kanalen was er afgelopen week volop aandacht voor een Amerikaans-Zweedse studie in Nature.  Hun conclusie: biologische landbouw zou per kilogram product meer CO2 produceren dan intensieve conventionele productie. De studie introduceert een nieuwe berekeningsmethode voor het effect van CO2 emissies tussen landgebruik en natuur. Afbraak van natuur ten gunste van landbouw heeft een grote impact op de CO2 emissies. In de studie komt een vergelijking voor tussen gangbare en biologische bonen en graan (geteeld in Zweden) met de constatering dat biologisch per kilogram product een hogere CO2 emissie heeft, omdat er meer landbouw grond en dus afbraak van natuur voor nodig zou zijn.

Op zichzelf is zo’n vergelijking zinvol, maar deze twee voorbeelden zeggen niets over de algemene vergelijking van CO2 emissies in gangbare en biologische landbouw. Enerzijds omdat effecten als koolstoftoename in de (biologische) bodem, verhoging van biodiversiteit en schoon water niet zijn meegerekend. Anderzijds omdat er studies zijn van teeltvergelijkingen in andere landen waar de opbrengstverhouding veel gunstiger is voor biologische landbouw dan in deze twee voorbeelden. Ook de afbraak van bodemvruchtbaarheid van de gangbare landbouwsystemen is niet meegewogen. En dit was ook niet het doel van de studie. En de belangrijkste: de lagere biologische opbrengst zou tot gevolg hebben dat er minder ruimte overblijft voor de natuur.  Dus biologisch zou de reden zijn dat er wereldwijd natuur verdwijnt? Studies naar bijvoorbeeld boskap laten keer op keer zien dat er bos ontgonnen wordt voor de verbouw van soja, palmolieplantages, het houden van vee en voor het hout zelf.  Niet omdat er meer land voor biologische productie nodig is.

Wie op basis van deze studie de biologische landbouw probeert af te schrijven, diskwalificeert zichzelf. Van media kan je (misschien) een artikel van die strekking verwachten op basis van uitspraken over het onderzoek, maar een wetenschapper met een brede visie prikt deze conclusie meteen door. Bionext brengt graag een andere vergelijking naar voren: hoe kun je verwachten dat de intensieve productiewijze die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de huidige crisis op de terreinen van onder meer klimaat, bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit en waterkwaliteit ook de oplossing gaan brengen voor diezelfde problemen? Door nog intensiever te worden, in de vooronderstelling dat elke % opbrengst een groei van het aantal hectares natuur betekent? Mooi sprookje, de realiteit is helaas anders.

In de biologische landbouw kiezen we juist om met de natuur samen te werken. Die insteek kan zorgen voor een systeemverandering, waardoor natuur, bodem en water beschermd worden tegen uitputting en vervuiling.  Nu is die inclusieve vorm van landbouw nog duurder. Biologische boeren én consumenten kiezen hiervoor omdat ze geen landbouw willen die kosten afwentelt op de algemene maatschappij. Als nu de maatschappelijke kosten ook in het product opgenomen worden, gaat die systeemverandering een stuk sneller.  Alleen stoppen met externaliseren van de kosten naar de omgeving, kan tot een wezenlijke verandering leiden. Zolang een hamburger die 100 euro maatschappelijke kosten met zich meebrengt, voor de consument slechts 1 kost, staat er geen enkele rem op afbraak van natuur en oerwoud ten gunste van grootschalige en goedkope sojateelt en uitbreiding van het aantal palmolieplantages.

De biologische landbouw en voeding brengt als systeem alle onderdelen met elkaar in verbinding en in die samenhang zit de oplossing. Biologische boeren werken elke dag aan meer natuur. Als consument kan iedereen ook een bijdrage leveren: niet alleen door te kiezen voor producten uit de biologische of natuurinclusieve landbouw, maar ook door minder dierlijke consumptie (minder maar beter vlees), drastische verlaging  van de 30 tot 40% voedingsverspilling, een gezond voedingspatroon  en een eerlijke prijs voor de boer.

Verder ter info:

Op de website van IFOAM is dit statement verschenen:

https://www.ifoam.bio/en/news/2018/12/19/statement-study-assessing-efficiency-changes-land-use-mitigating-climate-change

In de VS heeft het Rodale Institute deze verklaring afgegeven:

https://rodaleinstitute.org/blog/is-organic-really-worse-for-the-climate-a-response/

 

Een stille, groene revolutie

Wie de media de afgelopen weken gevolgd heeft, is getuige van een stille revolutie in landbouw- en voedingsland. Natuur-, klimaat-, bodem- en waterkenners luidden al jaren de noodklok. Het lijkt alsof de knop nu om is en iedereen begrijpt dat de chemie- en mestkraan dicht moet. Niet alleen in Groningen, maar in heel Nederland.

De Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur deed een behoorlijke duit in de zak met het advies om de veestapel in Nederland fors in te krimpen en te pleiten voor meer natuurinclusieve landbouw. Adviesbureau CE Delft berekende dat vlees 25% (kip), 40% (rund) of 53% (varken) duurder zou moeten zijn vanwege de verborgen kosten.

Ik had het genoegen om onlangs mee te discussiëren over de toekomst van het EU landbouwbeleid. Het ministerie van LNV organiseerde hiervoor een stakeholdersbijeenkomst. Geen moment te laat, want het beton voor het nieuwe GLB is al min of meer gestort. Brussel wil alle landbouwgelden inzetten op maatschappelijke doelen, zoals klimaat, biodiversiteit, water en regio. De lidstaten sturen nationaal aan, maar moeten wel bijdragen aan de EU doelen. Een mooie uitdaging voor Nederland met zijn hoog intensieve veeteelt en daarmee samenhangende derogatie voor fosfaat (lees: mest). De graadmeters voor het nieuwe landbouwbeleid worden: minder dierlijke en meer plantaardige productie, grondgebonden en natuurinclusieve landbouw en tenslotte bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals klimaat en biodiversiteit. Stuk voor stuk criteria die nauw aansluiten bij de grondgedachte van biologische landbouw. Deze kan ons dan ook prima in die richting gidsen.

Tot nu toe was de leidraad voor het landbouwbeleid gebaseerd op kostenefficiëntie en opbrengstvermeerdering, met andere woorden: hoge productie voor lage prijzen. Dit model lijkt hard op weg om failliet verklaard te worden. Hoge opbrengsten voor lage kosten plegen een vorm van roofbouw ten koste van publieke waarden, zoals natuur, biodiversiteit, klimaat, bodemvruchtbaarheid en water. Het begint tot de EU en onze nationale overheid door te dringen dat deze publieke waarden ook een economische waarde hebben. Het vernietigen ervan is een verborgen kostenpost, die de maatschappij nu al meer kost dan het oplevert. Met de visieverandering die nu doorbreekt, krijgen de maatschappelijke waarden, die bij de biologische landbouw in goede handen zijn, óok een economische waarde. Hiermee krijgt de stille groene revolutie – met méer biologische landbouw – echt vaart.

Bio, voedselvraagstuk en klimaat

Soms duurt het even voordat het gezonde verstand gelijk krijgt. En als het na zoveel jaren het geval is, dan sta je toch even te knipperen met je ogen. Begin 2000 suggereerde professor Rabbinge, een van de voormalige kopstukken van de WUR, dat biologische landbouw gevaarlijk is vanuit het oogpunt van voedselveiligheid. Zijn redenering was: de chemie beheerst het gevaarlijke bodemleven en de schadelijke bacteriën en schimmels. In de biologische teelt hebben die bacteriën en schimmels de vrije hand en dat kan alleen maar tot ziektes leiden; levensgevaarlijk… Zeven jaar later toonde vergelijkend bodemonderzoek (tussen bio en gangbaar) aan dat het omgekeerde het geval is. De chemie doodt veel schimmels en bacteriën en geeft schadelijke bacteriën en schimmels juist meer ruimte. Vergelijk het met antibioticagebruik voor de maag; de darmflora wordt verstoord en juist dan kunnen schadelijke bacteriën profiteren. In de biologische bodems ontstaat juist een natuurlijk en gezond evenwicht. Rabbinge zat inmiddels in China en liet niets meer van zich horen.

Nog zeer recent verkondigde professor Dijkhuizen, een ander voormalig kopstuk van de WUR, dat biologisch de wereldbevolking niet kan voeden. Hij baseerde zich daarbij op een journalist van de Volkskrant die zijn eigen mening gaf over het 100% biologische landbouw voedingsscenario van de toekomst in een Fibl-studie: draconisch, want dan zou er een derde minder vlees geconsumeerd moeten gaan worden en de helft minder verspild mogen worden. Een pittige opgave, zeker, maar wel precies wat nodig is om het huidige absurde voedselpatroon in het Westen bij te sturen in plaats van het massaal te exporteren naar opkomende landen.

Los van de noodzakelijke verandering van ons voedselpatroon, was een argument tegen biologisch als oplossing voor het wereldvoedselvraagstuk dat de opbrengsten lager zijn dan gangbaar. Een aantal jaren geleden werd al gepubliceerd dat de opbrengsten van biologische landbouw in derde wereldlanden hoger liggen dan de gewone landbouw. Crux daarvan is de bodemvruchtbaarheid die de biologische landbouwmethode oplevert.

Op 1 februari zijn de resultaten van een langjarig praktijkonderzoek in Brabant gepubliceerd die ook het opbrengstargument onder de bodem schoffelt. Biologische akkerbouw blijkt op proefboerderij Vredepeel na 13 jaar net zoveel opbrengst te geven als de gangbare landbouwmethode met chemie en kunstmest. En met aanmerkelijke voordelen: sterk verhoogde bodemvruchtbaarheid, 50% minder uitspoeling zoals nitraat en verhoogde vastlegging van koolstof in de bodem (en dus verminderde CO2 uitstoot). Biologische landbouw levert daarmee op de lange termijn een stabieler en efficiënter productiesysteem voor voedselzekerheid dan de chemie-landbouw.

Gelukkig is professor Dijkhuizen nog in Nederland en als voorzitter van de Topsector Agrifood bij machte sturing te geven aan de noodzakelijke transitie naar biologische landbouw en voedselzekerheid op lange termijn.

http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/nieuw-onderzoek-biolandbouw-even-productief-als-gangbare-landbouw/

Gewoon en normaal in Nederland

Een nieuw herfst, een nieuw kabinet, een oud landbouwbeleid. De voorzichtige transitie die het vorige kabinet trachtte te maken van kostenefficiënte productie naar duurzame consumptie was er al een van meer woorden dan daden. Het nieuwe regeerakkoord gaat verder op die voet en lijkt niet van plan veel vaart te maken met de noodzakelijke versnelling in de verduurzaming van landbouw en voeding. Enkele positieve maatregelen, zoals versterking van de kringlooplandbouw, aandacht voor dalende bodemvruchtbaarheid en het stimuleren van agrarisch natuurbeheer in de directe omgeving van Natura2000 gebieden worden afgewisseld met enkele fundamentele keuzen die de transitie tegenhouden. De reductiebijdrage van de landbouwsector van 3,5 Mton broeikasgasemissie in 2030 is slechts circa 6% van de totale reductie, terwijl landbouw een van de grootste vervuilers is. En dan wordt ook nog nagestreefd de reductie via vooral technische maatregelen te bereiken. Maar liefst 40% van de totale reductie aan broeikasgassen wordt onder de zoden gestopt, terwijl landbouw bij uitstek geschikt is de CO2 in de bodem zelf te binden.

De nummer twee positie op de wereldranglijst van exporterende voedingslanden moet verdedigd worden en dus gokt het kabinet erop dat alle mestoverschotten, dierenleed en CO2 uitstoot met technische innovaties en via opslaan in de bodem weggewerkt zullen worden. Een beleid van vooruitschuiven naar de toekomst en onder het tapijt vegen, wat zou getuigen van vertrouwen in de toekomst. Misschien onderschat ik de rentmeesters van de ChristenUnie, die sinds jaar en dag wel visie hebben op de noodzakelijke vergroening van het platteland en daarmee niet de lege biljartlakens van engels raaigras bedoelen.

Het voornemen om tot eerlijker productieketens te komen lijkt een lichtpuntje in het regeerakkoord, maar de verhoging van het lage BTW-tarief van 6 naar 9% is een zeer slechte start voor eerlijker ketens. Het zet direct druk op de prijzen en maakt het prijsverschil tussen goedkope junkfood en duurzame kwaliteitsvoeding, herkenbaar aan de Topkeurmerken, nog groter. En producten die rekening houden met de natuur, met dieren, met gezondheid en een eerlijke prijs voor de boer, dat lijkt me nu uitgerekend iets voor de ‘gewone en normale Nederlander’! Stel je voor dat we het CO2 probleem gewoon oplossen in de landbouw, in plaats van dumping in leeg gezogen gasvelden onder woonwijken? Stel je voor dat we obesitas gewoon oplossen door de keuze voor gezonde kwaliteitsvoeding weer ‘normaal en gewoon’ te maken? Zaken waar alle Nederlanders baat bij hebben.

Dit kabinet kan in een keer onsterfelijk worden door de belasting op niet duurzame en ongezonde producten te verhogen en de belasting op gezonde, duurzame producten te schrappen, omdat zij de norm horen te zijn. Met het stimuleren van die ontwikkeling kan Nederland bovendien een belangrijk gidsland in landbouw en voeding blijven. Doorgaan op de pure kostenefficiënte weg is een doodlopende weg en het verder uitstellen van de echte omslag naar maatschappelijk inclusieve voeding is onverantwoord. Het roer moet om, nu. De Rabobank lijkt dat eindelijk te begrijpen met z’n driejarige duurzame food & agri transitieprogramma “Growing a better world together”. Nu het nieuwe kabinet nog.

Keep on dreaming

Martijn van Calmthout besteedde onlangs in zijn Volkskrant column ‘de roltrapparadox’ aandacht aan de keerzijde van de technische vooruitgang. De roltrap moest meer mensen sneller vervoeren, maar omdat iedereen blijft stilstaan, gaat het trager. De snelweg wordt verbreed om auto’s sneller te laten rijden, maar de grote toestroom veroorzaakt meer vertraging. Van die dingen en dat prikkelt mijn verbeelding.

Er zijn vanuit de medische wetenschap allerlei medicijnen ontwikkeld om ziektes te bestrijden of te voorkomen. Antibiotica en de preventieve inentingen maken onderdeel uit van dat soort medicatie. Voor het individu dat ziek is of het in de toekomst wenst te voorkomen is dit een voordeel. Geen gevaarlijke kinderziektes meer en vervelende ontstekingen lossen als sneeuw voor de zon op als de nood aan de man of vrouw is. Voor de soort als totaal is het effect negatief: de natuurlijke weerstand van het individu neemt af en dat wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Bovendien raken de gevreesde bacteriën en virussen langzaam aan immuun voor de medicatie. En zo kan een nieuwe griepvariant al veel schade aanrichten, laat staan een onbekend virus dat zich ineens razendsnel verspreidt.

De paradox van de medische wetenschap is dat we dankzij de technologische innovaties langer leven en minder gezond worden. We worden steeds afhankelijker van de technologische vooruitgang omdat we steeds kwetsbaarder worden. Geen nood, nog even en de celbiologie repareert complete organen en lichaamsdelen uit opgekweekte stamcellen en ons beperkte brein wordt bijgestaan door digitale hulpmiddelen die in verbinding staan met databases vol (on)gecontroleerde kennis die ons stuurt. Een lonkend perspectief van technische vooruitgang. Wat zou de keerzijde hiervan kunnen zijn?

Even tussendoor. In dezelfde editie van het Volkskrant magazine staat een interview met mevrouw Lunshof, de moedige Nederlandse ‘philosopher scientist’, die aan de bel getrokken heeft toen onlangs stamcellen zich spontaan organiseerden tot een ontluikend embryo. Het experiment is afgebroken en ze heeft het nieuws wereldkundig gemaakt. Moedig, want de verleiding zal groot geweest zijn om te volgen waar zo’n kunstmatig stamcel embryo in uitgroeit. Hoe gaat het nu verder in zo’n geval? Haar antwoordt op die vraag vind ik minder geruststellend? Ze stelt dat dit meestal leidt tot workshops en conferenties. ‘Want wetenschap is een sociaal ingebedde activiteit. De onderzoeksgemeenschap is nu aan zet.’ Zijn we zo ook aan de kernenergie en atoombom geraakt?

Terug naar de hoofdlijn van dit betoog. Bij het ontstaan van monoculturen in de landbouw, zoals mais, tarwe, soja, rijst en aardappel, is een soortgelijke vooruitgangsparadox werkzaam. De innovaties in de plantveredeling hebben deze soorten een exponentieel voordeel gegeven in termen van opbrengst. Door in feite al eeuwenlang te selecteren op gunstige eigenschappen zijn de maiskolven vijf keer zo groot en dik als honderd jaar geleden. We moeten tenslotte de groeiende wereldbevolking voeden. De levensmiddelenindustrie maakt bij voorkeur gebruik van deze soorten, die onderling concurreren, omdat zij tot uniforme en altijd beschikbare grondstofstromen leiden die bovendien laag in prijs zijn, juist omdat ze monocultuur en ongedifferentieerd zijn, waardoor een boer krijgt wat de wereldhandel ervoor geeft. In monoculturen zoals soja verandert de markt geleidelijk in monopolies, waardoor enkele wereldspelers onderling bepalen wat de prijs voor de boer is. Tot zover gaat alles goed, de positie van de boer in deze onevenwichtige keten buiten beschouwing gelaten.

Monoculturen zijn echter kwetsbaar voor ziekten en plagen, dus vindt er een race plaats om de ziektes en plagen voor te blijven met veredeling en chemie. De genetische manipulatie van zaden in combinatie met bestrijdingsmiddelen als glyfosaat is een procesversneller geweest in die race. Het levert niet de beloofde opbrengstwinst en niet de gewenste afname van gifgebruik, vanwege het ontstaan van resistent superonkruid. Een formaat ‘roltrapparadox’ dat vergelijkbaar is met de kernenergie: onbeperkte mogelijkheden en een verwoestende tegenkant waar ze in Hiroshima, Tsjernobyl en Fukushima nog talloze eeuwen de gevolgen van zullen ondervinden.

Vanuit de zalige onwetendheid waarin we als individu door het leven gaan zijn dit soort bespiegelingen natuurlijk volstrekt irrelevant. Kijk om je heen wat er allemaal mogelijk is, zie hoe de armoede is afgenomen en welvaart bereikbaar is geworden voor iedereen. Jammer dat het snel went en dus jagen we door op nieuwe doorbraken die ons nog kortstondiger zullen bevredigen. Waarbij we, misschien wel het grootste verlies, elkaar helemaal uit het oog verliezen.

Wie de moeite neemt om verder te kijken dan zijn neus lang is, ziet dat niet alle technische vooruitgang ons echt verder brengt. Terwijl Elon Musk al werkt aan de voortzetting van de mensheid op Mars, droom ik van een wereld waarin mensen verleidingen kunnen weerstaan. Een droom zo oud als het scheppingsverhaal. Keep on dreaming.