Radicale transparantie

Onlangs was ik bij een stakeholderbijeenkomst over ‘radicale transparantie’ in de voedingsbranche, een hot issue. Er is een groot wantrouwen bij de burger over alles wat er te koop is, van hypotheken tot groene energie, van hamburgers tot borstimplantaten, van energiezuinige auto’s tot verzekeringspolissen.

Nu het technisch mogelijk is om alles in databases vast te leggen en via apps beschikbaar te maken, neemt de druk om transparant te zijn toe. We scannen een barcode in de supermarkt en krijgen ter plekke door of het milieuvriendelijk, diervriendelijk, gezond of sociaal is. De gedachte is dat men zo de juiste keuze kan bepalen.

Het idee is prachtig, maar de realisatie toch moeilijker dan gedacht. Duurzaamheid en gezondheid zijn nogal complex. Afhankelijk van wat je wel of niet in ogenschouw neemt en hoe zwaar je iets weegt, wordt de score bepaalt. Een onomstreden score bestaat niet. Je moet scherpe keuzen maken om echte verschillen te creëren en daar maak je nooit alleen maar vrienden mee. Want de belangen zijn groot.

Bij het vertrek kreeg ik een reepje fair trade chocolade mee, in een transparant doosje. Moet top zijn, dacht ik. Achteloos stak ik op de terugweg een stukje in mijn mond. Het riep herinnering op aan de butterscotch reep uit mijn jeugd: zoete melkchocolade met stukjes nougat die lekker tussen je tanden blijven kleven. Afwijkend daarvan proefde ik ineens een zoutexplosie. Na nog een stukje waren mijn smaakpapillen verdoofd. Thuis gekomen heb ik de ingrediënten bekeken: een en al suiker (60%), veel vet en bijna n halve gram zout, allemaal 100% slaafvrij…

slaafvrij met suiker en zout

Ik heb de volumes suiker en zout afgewogen en dan schrik je pas echt. Heb je een prachtig fairtrade product, is het vanuit gezondheidsoogpunt helemaal mis. ‘Radicale transparantie’ in voedingsland, het wordt een hete zomer! Tijd om van de vakantie te gaan genieten.

Dit kan niet waar zijn – onder professoren

Niemand minder dan WUR hoogleraar Tiny van Boekel is er in geslaagd mijn ‘writers blog-block’ te doorbreken. Ik ben hem dankbaar. Van Boekel hangt het adagium aan dat de industriële voedselvoorziening vol chemische E-nummers en goedkope suikers, vetten en zouten nog nooit zo veilig is geweest als heden. “De voedselindustrie heeft ons eten gezonder en beter gemaakt.” “Een hamburger van McDonalds is niet veel vetter dan een sudderlapje van moeder thuis.” “Als er geen E-nummers inzitten, eet ik het niet.”

Een ongezonde maaltijd bestaande uit cola, friet en hamburger voor nog geen 3 euro... Voor een broodje gezond met spa ben je meer kwijt!

Een gezonde maaltijd volgens professor Van Boekel

Tiny van Boekel provoceert graag. Het zit hem dwars dat de chemische middelen in het verdomhoekje zitten. De natuur is zo mogelijk nog gevaarlijker (rauwe bonen zijn toxisch) en een sinaasappel bestaat uit louter E-nummers als je hem ontleedt. Zonder kunstmest en pesticiden lukt het gewoon niet, verzucht hij.

Dat de biologische landbouw bewijst dat dit wel kan, doet hij af met de bewering dat zij de problemen van productieopschaling naar 9 miljard mensen niet kan oplossen. Ah, dat argument hebben we vaker gehoord in de afgelopen jaren… Ik heb daar eerder tegenin gebracht dat dit een drogredenering is. De helft van de wereld eet veel te veel en vooral te veel suiker, zout en vet, waardoor men zwak, ziek en dik wordt.

De andere helft die tekort heeft, zou genoeg hebben als wij ons voedingspatroon aanpassen naar meer plantaardig, minder dierlijk en veel minder bewerkt vol suiker, zout, vet en… chemie. Dat zou ook mondiaal enorm gaan besparen op de medische kosten om ziektes als gevolg van verkeerde voeding te bestrijden. En dan hebben we het nog niet eens over de winst voor het milieu, de bodemvruchtbaarheid en de biodiversiteit.

Een ware uitspraak van Van Boekel over voeding in het Chemietijdschrift (!) luidt: “De complexiteit van de voedselproductie is zo groot dat de gewone consument dat niet meer kan doorzien. Daar moet je bijna een studie levensmiddelentechnologie voor gedaan hebben.” Hier raakt hij de kern van het probleem. Het is in de chemische voedingsindustrie net zoals met de complexe financiële producten die tot de financiële crisis geleid hebben: ze zijn zo nodeloos ingewikkeld gemaakt om er zo veel mogelijk winst mee te maken. Van Boekel praat als de doorsnee financieel analist van voor de crisis: die producten zijn heel veilig. Hij negeert alle oranje en rode signalen die op het gebied van voeding en gezondheid afgaan.

Ministerie van voeding, milieu en gezondheid

Op de grootste biologische vakbeurs ter wereld, de BioFach in Neurenberg, heerste afgelopen week een optimistische stemming. Aan de horizon blinken jaren van onafgebroken groei: de bio omzet in de VS gaat de komende vijf jaar 10 tot 15% per jaar groeien en de EU tussen de 5 en 10%. Dat alleen al betekent een mondiaal een verdubbeling van de bio omzet in 5 jaar en dan tellen we de opkomende markten als Korea, Taiwan, China en Brazilië nog niet eens mee. Hosanna in de biosector, zo lijkt het.

Ik had de eer een workshop te leiden, waarin onderzoeker Harry Aiking (VU) en ondernemers Jaap Korteweg (De vegetarische slager) en Volkert Engelsman (Eosta) hun licht lieten schijnen over de vraag of biologische landbouw de wereldbevolking kan voeden. Aiking begon aan de andere kant van het spectrum: waar stevenen we met de gangbare landbouw en voeding op af? Drie van de acht indicatoren voor een veilige wereld voor mensen zijn inmiddels overschreden: biodiversiteitsverlies is al 10x overstretcht, de nitrogenen cyclus is 3,5 keer overschreden en de klimaatverandering is 1,1 tot 1,5 keer overbelast. Door het gebruik van kunstmest (nitraat), waarvan 50% via sloten en rivieren uitspoelt naar de zee, ontstaan dode zones in de kustgebieden waar 80% van de biodiversiteit in de zee zich ophoudt. De golf van Mexico en de Baltische zee zijn voorbeelden van klinisch dode zeeën.

De kunstmest wordt vooral ingezet voor de teelt van gewassen voor diervoeding: 40% van de globale graanoogst en 70% van de globale sojaoogst wordt gebruikt voor veevoer. De omzetting van plantaardig naar dierlijk eiwit is zeer ongunstig: er zijn gemiddeld vier tot vijf plantaardige eiwitten nodig om een dierlijk eiwit op het bord te krijgen. Volgens Aiking wordt het wereldvoedselprobleem danig onderschat en zou de wijziging van voedselgewoonten (meer plantaardig en minder vlees) met een wortel en stok methode gestimuleerd moeten worden, bijvoorbeeld door plantaardige voeding vrij te stellen van BTW en dierlijk juist extra te belasten.

Jaap Korteweg liet zien en proeven hoe je vanuit een persoonlijke drive vegetarisch vlees en vis met de juiste smaak kunt maken die zelfs ervaren culinaire journalisten niet meer van vees kunnen onderscheiden. Volkert Engelsman focuste vooral op het belang van bodemvruchtbaarheid om de wereldbevolking op de lange termijn te kunnen blijven voeden. En dan bleven de aspecten van voedselverspilling (mondiaal 30% van de beschikbare voeding), gezondheid (50% van de wereldbevolking heeft overgewicht en dat geeft verhoogde kans op ziekten) en het verdelingsvraagstuk (1 miljard mensen heeft te weinig eten) nog onderbelicht.

Tijdens de afsluitende vragenronde vroeg iemand zich af waarom de overheid niet ingrijpt en via wetgeving afdwingt dat we gezonder, minder verspillend en meer plantaardig gaan eten. Het is geprobeerd in Denemarken met de zogenaamde vettax, maar weer teruggedraaid omdat mensen massaal de grens over gingen om goedkoper vlees in Duitsland te kopen. De suggestie was om de goede producten dan goedkoper te maken, bijvoorbeeld door de BTW erop af te schaffen.

De enige manier om het tij in hoog tempo te keren is via de portemonnee en via keiharde communicatie. ‘Je bent een rund als je met vlees stunt… Dit product kan uw gezondheid ernstig schaden…’ Ik lees net in de Volkskrant dat ouders van obese kinderen in Puerto Rico (30% van de kinderen is daar obees), boetes van 440 tot 700 euro riskeren als het gewicht van hun kind na inschakeling van een diëtist niet daalt. Dat is nog eens een no-nonsense beleid. Als aan de andere kant de prijs van vlees, snacks, magnums en frisdranken verdubbelt, dan nemen de milieu- en gezondheidsproblemen in rap tempo af. Laat het ministerie van voeding, milieu en gezondheid er maar snel komen.

Gezond Ottolenghi jaar 2015

Tijdens de feestdagen heb ik me, tussen alle gezellige familie- en vriendenbijeenkomsten met heerlijke (zelfgemaakte) lekkernijen door, verdiept in twee boeken en een tijdschrift: ‘Zout, suiker en vet’ van Michael Moss, Plenty More van Ottolenghi en Bouillon! van Will Jansen. Een boek om nog eens tot me door te laten dringen wat je niet moet eten en twee wat wel.

Het boek van Moss heeft een jaar op me liggen wachten. Ik heb de onhebbelijke gewoonte om een vouw in de pagina te maken bij iets wat ik nog eens wil herlezen. Dit boek zit nu vol vouwen (17) en ik ben heel selectief geweest, want je kan wel bezig blijven. De treffendste passages deel ik graag met u:

  • Het verhaal van de gebroeders Kellogg past in de Kain en Abel traditie. John Harvey was succesvol met een gezondheidscentrum waar een streng voedingsdieet deel uitmaakte van de behandeling. Op een reis bracht hij versnipperde tarwevlokken terug die als ontbijt goed aansloegen in het sanatorium. Hij moedigde zijn broer Will aan om verder te experimenteren met de ontbijtvlokken. Die voegde er suiker aan toe en dat sloeg in als een bom. John Harvey protesteerde en ze procedeerde tegen elkaar om de familienaam. Will won en de rest van het Kellogg succes is geschiedenis.
  • Jeffrey Dunn had alles uit de kast gehaald om bij Coca Cola in dienst te kunnen treden en werd een succesvol manager die begin van dit millennium voor Noord- en Zuid-Amerika verantwoordelijk was. Net als Nestlé en Kraft bezocht hij de slums van Rio de Janeiro om een strategie te bedenken om hun producten in deze opkomende markten te slijten. Kleinere hoeveelheden voor lage prijzen, was de strategie. Maar op zijn eigen verkenningsreis sprak een stem tot hem: ‘ “Deze mensen hebben een heleboel dingen nodig, maar geen cola.” Ik gaf bijna over. Vanaf dat moment was de lol er voor mij af.’ Een paar jaar later wordt hij ontslagen en sindsdien zet hij zijn marketingkennis in om gezonde producten, zoals snackworteltjes, aan de man te brengen.
  • Marketing is belangrijker dan het product zelf.
  • De shareholders value (en dus profit) is belangrijker dan het welzijn van de consument.
  • Niet frisdrank, maar chips is volgens Moss de grootste boosdoener als het aankomt op extra gewichtstoename (obesitas). Het is een laagje zout, bomvol vet en bomvol glucose. De laatste veroorzaakt sterke schommelingen in de bloedsuikerspiegel, waardoor snel opnieuw enorme trek in eten ontstaat.

Daar stellen Ottolenghi en Bouillon! gelukkig voldoende mooie alternatieven tegenover. Bouillon! met een mooi overzicht van goede eethuisjes in Utrecht en omgeving (lekker dichtbij dus). En Ottolenghi met honderden recepten waar alleen groenten, fruit, kruiden, kaas en olie aan te pas komen. Daar zal komend jaar veel uit gekookt worden in onze keuken.

Bosatlas onder de kerstboom

Het is bijna Kerst, tijd voor bezinning. Ik zit met de Bosatlas van het Voedsel op schoot en val van de ene verbazing in de andere. Zo vlak voor het grote eetfestijn, dat Kerst toch vooral is in het Westen, vliegen ongemakkelijke feiten je om de oren. Een kleine greep uit het geheel:

– Er is genoeg voedsel in de wereld om alle mensen te voeden (p. 9); 2700 kilocalorieën per persoon (2500 kcal is wat we nodig hebben) per dag. Het is alleen niet eerlijk verdeeld: wij hebben gem 3500 kc tot onze beschikking, in Centraal-Afrika ligt het gemiddelde rantsoen onder de 2000 kcal. Het wereldvoedselvraagstuk is dus op de eerste plaats een verdelingsvraagstuk.

– Meer dan de helft van ons Westerse dieet van 3500 kc bestaat uit dierlijke eiwitten, olien en vetten en suikers (zonder granen!). In Azie is het ongeveer eenderde, terwijl begin jaren negentig daar nog maar een kwart van de voedingsschijf uit vlees, vet en suikers bestond.

– Nederland telt ongeveer 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen runderen.

– Nederland verzorgt ruim 1/3 van de zaden voor tuin- en akkerbouw wereldwijd en voor pootaardappelen zelfs 60%. En 1 kilo tomatenzaad kost 50.000 euro.

– Nederland is voedingsexportland nummer 2 met 83,5 miljard export in 2013.

– Nederland produceert 5,7 miljard kg suikerbieten, goed voor bijna 1 miljard kilo suiker.

– Wereldwijd wordt 1,5 biljard kcal aan voedsel verspild, ofwel zo’n 30% van het totaal.

– Wereldwijd lijden 2 miljard mensen aan overgewicht, ruim het dubbele van de mensen met honger. Mensen met overgewicht hebben grotere kans op ziekten. De toename van overgewicht bij kinderen is hoger dan bij volwassenen.

De explosie van overgewicht en daaraan gerelateerde ziektes kan moeilijk losgezien worden van het eenzijdige dieet met een overmaat aan suiker, vet en vlees. Niet alleen in het Westen, maar ook in toenemende mate in voormalige derde wereldlanden als India, waar al 150 miljoen mensen met diabetes II zijn. Het succes van onze voedingsindustrie en onze export heeft kennelijk ook een keerzijde, die nog niet meetelt in het streven naar duurzame productie. Uit de gemiddelde hoeveelheid kcal die per persoon mondiaal beschikbaar is, valt ook af te leiden dat het wereldvoedselvraagstuk vooral een verdelingsvraagstuk is.

In de zomeruitgave van de EZ uitgave Berichten Buitenland meldt Aalt Dijkhuizen, als Boegbeeld Topsector Agri&Food, dat er prachtige groeivooruitzichten zijn voor onze voedingsexport. Immers, de wereldbevolking rukt op naar 9 tot 10 miljard en de welvaart neem toe. ‘Dit laatste maakt dat circa 3 miljard mensen in met name China, India, Zuidoost-Azie, enkele landen van Afrika en in Latijns-Amerika doorgroeien van een laag naar een middeninkomen. Een zegen voor de betrokken mensen. Het geeft hun toegang tot betere voeding, tot hoogwaardige eiwitten als zuivel, vlees en groenten. De vraag hiernaar gaat naar verwachting de komende decennia dan ook verdubbelen.’

En dan volgt de Dijkhuizen doctrine: de beschikbare landbouwgrond verdubbelt niet, grondstoffen worden schaarser en dus duurder, ergo we zullen ‘dus meer moeten produceren per hectare, per dier, per liter water of wat ook. Dit alles met blijvende aandacht voor zaken als natuur, milieu en dierenwelzijn.’ En daar is Nederland volgens Dijkhuizen ‘wereldkampioen’ in. ‘Dankzij onze productiviteit, produceren wij voedsel met de minste grond, grondstoffen en stoten we per kg product de minste broeikasgassen uit.’

Het gemak waarmee Dijkhuizen voorbijgaat aan de echte voedingsthema’s (eerlijke verdeling, gezonde voeding en dus minder ‘hoogwaardige dierlijke eiwitten’ en dus minder suiker, zout en vet, stoppen van de voedselverspilling en behoud van bodemvruchtbaarheid op lange termijn), toont waar hij voor staat: handel ten koste van alles. Dat iemand geen voorstander van biologische landbouw is, prima, maar laat dat wereldvoedselvraagstuk er in 2015 buiten. De biologische landbouw wil kampioen van de duurzame meerkamp zijn en blijven. Dijkhuizen laat geen gelegenheid onbenut om te melden dat hij daar niets in ziet. Ten onrechte, want mede dankzij de Bosatlas kan een eenvoudige rekensom gemaakt worden die illustreert dat er geen tekort aan voeding is of zal zijn (als natuurrampen ten gevolge van de klimaatverandering uitblijven).

Als je het westerse eetpatroon van ziekmakende overconsumptie projecteert op de huidige wereldbevolking, dan zouden 7 miljard mensen 3500 kcal per persoon naar binnen moeten werken. Dit is ongeveer evenveel als wanneer 10 miljard mensen de gezonde hoeveelheid van 2500 kcal per persoon gebruiken. En die hoeveelheid kcal aan voeding is nu al beschikbaar, als we het vleesgebruik drastisch terugbrengen en de voedselverspilling halveren. Waar het om gaat, is dat we in het Westen anders gaan consumeren (minder calorieën, minder dierlijke eiwitten, minder suiker, meer groenten en fruit, minder voedselverspilling etc.) zodat we ziekte door overvoeding een halt toe roepen, onze aarde niet overmatig belasten én dat op een duurzame, toekomstbestendige manier voedsel geproduceerd wordt in de landen waar dat het ’t hardst nodig is.

Gezond eten is ook duurzaam

Natuurlijk heeft u het grote nieuws ook gelezen: eenderde van de jaarlijkse kankergevallen, 40.000 van de 120.000, zijn te wijten aan ongezond leven, zeg maar roken, eten en drinken. Een ongemakkelijke waarheid voor iedereen: de gebruiker (de consument), de aanbieder (de fabrikant) en de gedoger (de overheid). En wat voor kanker geldt, zal grosso modo ook voor veel andere ziektes gelden, zoals diabetes 2 en hart- en vaatziekten. Er valt miljarden te besparen op de collectieve gezondheidskosten als de consument minder gaat gebruiken, de fabrikant minder gaat aanbieden en de overheid stopt met gedogen.

Nu is het ook het seizoen voor de lijstjes in duurzaamheid en leiderschap. Veel mensen uit de voedings top 100 ontbreken in de lijstjes, terwijl Nederland toch voedingsexporteur nummer 2 in de wereld is met circa 75 miljard op jaarbasis. De enige van de grote jongens die wel hoog scoort is Paul Polman. Hij wordt geroemd om zijn visie en het elan waarmee hij duurzaamheid binnen en buiten zijn bedrijf propageert. Dat is prijzenswaardig, maar gezondheid maakt kennelijk geen deel uit van de duurzaamheidsvisie van Unilever. Want ook de producten van Unilever, zoals Magnum, Knorr en Lipton staan stijf van de suiker, zout en vet, de drie belangrijkste boosdoeners in het woud van samengestelde producten die net als de rookartikelen ten koste gaan van de gezondheid.

Het is nog niet zo lang geleden dat de voedingsindustrie zich collectief verschool achter het argument dat 1 magnum, cola, mars of lays geen kwaad kan. Kunnen zij er wat aan doen dat ze er maar van door blijven eten… Nu bekend is dat zoet, zout en vet net zo verslavend zijn als sigaretten, liggen de kaarten anders. De voedingsindustrie heeft zich suf getest om producten te maken die tot dooreten aanzetten en suiker, zout en vet spelen daarin een cruciale rol. De accijns op verslavende stoffen in eten moeten er nodig komen, anders blijft het dweilen met de kraan open. De CEO’s van levensmiddelengiganten die deze handschoen oppakken, kunnen zich onsterfelijk maken.

Vrijblijvendheid voor voedingsgiganten moet eraf

Meest opvallende voedingsnieuws van deze week is het opzeggen van het samenwerkingsverband met Nestle door de Amsterdamse wethouder Eric van der Burg. De steun van de multinational aan het Healthy Kids Programm omschrijft hij als een wassen neus. Leuk voor de Bühne, maar de obesitas percentages bij de Amsterdamse jeugd blijven maar stijgen. Dat bedraagt inmiddels 13% van de Amsterdamse kinderen. En meer dan de helft van de Amsterdamse jeugd heeft overgewicht. Er moet dus iets anders gebeuren, daarom geeft Van der Burg dit signaal af. Alleen wat geld overmaken is volgens de wethouder niet meer voldoende.

Onze overheid, die graag de verantwoordelijkheid bij de burger en bedrijfsleven legt, moet iets anders bedenken. Van der Burg, hoewel van liberale huize, wil dat de vrijblijvendheid eraf gaat. In Amsterdam is een programma opgezet rond scholen om via sport, voedingsvoorlichting en schooltuinen het overgewicht probleem te lijf te gaan. Binnenkort moet er een groot onderzoek van professor Jaap Seidell van start gaan naar effecten van gezonde voeding op leerprestaties, lichaamsgewicht en sociale cohesie in Amsterdamse achterstandswijken. Steun van het bedrijfsleven is noodzakelijk, niet via een donatie voor een fake-programma, maar door te stoppen met het verkopen van de echte boosdoeners: frisdranken, energydrinks, snoep, snacks, frituur en andere zoete suiker- of zoute vethoudende dikmakers. Geen vendingmachines meer in de scholen, geen ongezonde snack- en levensmiddelen aanbieders meer in een omtrek van 500 meter van scholen. En stoppen met reclame en sponsormogelijkheden voor dit soort producten, in combinatie met hoge belastingen. En voor die laatste maatregelen hebben we een overheid nodig, die de jeugd beschermt en het bedrijfsleven een halt toe roept. Daar hoort natuurlijk ook goed voedingsonderwijs bij.

Zelfregulering of keiharde regelgeving?

We eten ons ziek en hoe gaan we dat tij keren? De WRR (zie column Belasting op ongezond eten) adviseert de overheid om keiharde regels in te stellen die ongezonde voeding uit de markt moeten prijzen. Voorlichting alleen helpt niet en de gezondheidskosten lopen maar op bij een bevolking die al voor 50% overgewicht heeft. Martin van Hees, hoogleraar ethiek, en Mark van de Vlede, medewerker van de TeldersStichting, zijn tegen wetgeving op ongezonde voeding. Want: “Een officieel eetbeleid is een voedingsbodem voor onverdraagzaamheid jegens mensen die lang en gezond leven vast wel belangrijk vinden, maar niet tegen elke prijs.” (de Volkskrant, 14-10-14). En de overheid is geen bedrijf die ons mag beïnvloeden: “zij maakt en handhaaft wetten en heeft ons vertrouwen nodig.”

In dezelfde editie van de Volkskrant fileert conceptmaker Scat van Opstall de ‘vage vinkjes’ van de stichting Ik Kies Bewust Stichting, waarin multinationals als Unilever met het door de overheid gefinancierde Voedingscentrum bepalen wat een gezonde en bewuste keuze is. Dat zijn de cola lights, de magere fruitmelk met 99% suiker en duizenden andere onzinproducten die voor het logo betalen en daarmee de consument collectief misleiden. “Den Haag geeft de regie volkomen uit handen gegeven,” stelt Van Opstall vast. “De directie van Suikermelk BV ligt in een deuk en ik neem het ze niet kwalijk. Bedrijven moeten winst maken om gezond te blijven. En de overheid moet beleid maken om de burgers gezond te houden. Kies bewust voor keiharde regulering, zou ik zeggen.”

We vinden het niet gek dat de overheid na heel veel leed met woekerpolissen en woekerhypotheekproducten paal en perk stelt aan de wanproducten uit de financiële hosannatijd. We vinden het ook niet gek dat de rookindustrie enigszins tot de orde is geroepen door de overheid. Daar heb ik nog ethicus over horen klagen. Zo zouden we het ook niet gek moeten vinden, na het uitbreken van de grootste ziekte-epidemie ter wereld, dat de makers van ongezonde voeding eindelijk worden aangepakt en ook hun producten via accijnzen veel duurder worden (dan gezonde producten). Als die situatie een feit is dan kan het ethische bezwaar van Van Hees en Van de Vlede herschreven worden: “Een officieel eetbeleid dat ongezonde voeding uit de markt prijs beschermt kwetsbare mensen tegen onverdraagzaamheid, omdat ze minder kans hebben op overgewicht en ziektes.” Zo levert gezonde voeding een bijdrage aan het Bruto Nationaal Geluk en wordt de afwenteling van de schade op de collectieve gezondheidszorg eindelijk gestopt.

Belasting op ongezond eten

Als het aan de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) ligt, gaat de overhead paal en perk stellen aan wat we eten. Suiker, zout, fout vet en dierlijke producten gaan in de ban of worden de markt uit geprijsd ten gunste van groenten, fruit, brood, peulvruchten en noten. Ongeveer de helft van de Nederlanders is voorstander, de andere helft is tegenstander, bleek

Een ongezonde maaltijd bestaande uit cola, friet en hamburger voor nog geen 3 euro... Voor een broodje gezond met spa ben je meer kwijt!
Een ongezonde maaltijd bestaande uit cola, friet en hamburger voor nog geen 3 euro… Voor een broodje gezond met spa ben je meer kwijt!

uit een meting in Standpunt NL. Mooi vertrekpunt.

Er is een parallel tussen de WRR voorstellen voor ongezond eten en het anti-rookbeleid. Om het ongezonde roken te ontmoedigen zijn de belastingen sterk verhoogd en moet op de verpakking gewaarschuwd worden dat het rookartikel dodelijk is. In Nederland gebeurt dat nog veel te slap in vergelijking met Australië. Daar kost een pakje sigaretten 20 euro, staan verziekte organen op de verpakking en mag je nergens in de openbare ruimten roken, zelfs niet op het terras of in de buurt daarvan. Australië is met Denemarken het land waar ook geëxperimenteerd is met belasting op ongezonde voedingsingrediënten, zoals suiker, vet en zout. De drijvende reden erachter is de voortdurende stijging van de gezondheidskosten. Het gezondheidszorg systeem in Australië is zeer toegankelijk voor iedereen. De schadelijke effecten van roken en ongezond eten worden afgewenteld op de gezondheidszorg. Ook in Nederland kennen we dat effect: het zorgbudget van meer dan 90 miljard euro maakt 15% van onze overheidsbegroting uit. Het dwingt de overheid maatregelen te nemen om de veroorzakers van de stijgende zorgkosten, waaronder ongezond eten, weg te nemen.

In Nederland wordt momenteel getracht om met de kaasschaaf de zorgkosten in de klauwen te houden. Sluiting van zorgtehuizen, inperking van het persoonsgebonden budget en continue verhoging van het eigen risico voor de zorgverzekering zijn enkele voorbeelden. Veel logischer zou het zijn om aantoonbaar schadelijke voedingsingrediënten, zoals suiker, niet langer via EU-subsidies te ondersteunen, maar juist als basisgrondstof te belasten. Dat laatste geldt ook voor chemisch-synthetische zoetmakers – die eigenlijk gewoon verboden dienen te worden -, zout en transvetzuren. De biologische normen voor dierlijke productie zouden de minimumnorm moeten worden, waardoor de prijs stijgt en de consumptie ervan daalt.

Wie in afwachting van overheidsbeleid alvast gezond wil eten, kiest vooral voor vers, bij voorkeur biologisch. En neem de tijd om zelf de maaltijd te bereiden en er lekker van te genieten.

Wanneer gaat de vervuiler betalen?

Gezonde voeding begint bij een gezonde landbouwen een gezonde natuur. De biologische landbouw en voeding wordt door de wetgevers in Brussel als een soort ‘safe haven’ beschouwd voor consumenten die natuurlijk en gifvrij willen eten. Dat zijn er steeds meer en dus willen die wetgevers deze uitvluchtconsumenten ‘beschermen’ met strenge maatregelen op residuen van chemische bestrijdingsmiddelen en gmo’s in biologische producten. In het nieuwe wetgevingsvoorstel van de commissie mogen biologische producten die meer dan tien op een miljard deeltjes chemische bestrijdingsmiddelen bevatten niet meer als biologisch verkocht worden. De consument verwacht van biologische producten immers dat ze schoon en residuvrij zijn.

Was het leven maar zo eenvoudig… De biologische landbouw vindt niet onder een kaasstolp plaats en heeft dus ook gewoon te dealen met de invloeden van buitenaf. Via lucht, water en bodem kunnen vervuilingen van buitenaf neerstrijken op de biologische akker. Een Zwitserse onderzoeker heeft aangetoond dat bijna alle levensmiddelen, ook biologische, nanopartikels van plastics bevatten. De plastic soep in de oceanen vindt via de kringloop ook zijn weg naar de akker. Het zelfde effect zien we met bestrijdingsmiddelen uit de organochloorgroep en natuurlijk het ooit veelgeprezen wondermiddel Round-up van Monsanto. Deze middelen worden in heel veel grondstoffen aangetroffen waarop ze nooit actief gebruikt zijn. Om maar te zwijgen van de contaminatierisico’s van gmo’s.

Nu al geeft het Nederlandse biologische bedrijfsleven vermogens uit aan preventieve maatregelen en laboratoria voor residutesten om zoveel mogelijk te voldoen aan de consumentenverwachting. Het zou wel heel wrang zijn dat een biologische boer, die geen gebruik maakt van chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen en gmo’s, straks zijn producten bij de minste geringste contaminatie afgekeurd ziet worden vanwege gif dat door anderen in grote hoeveelheden gebruikt wordt.

Het is onbegrijpelijk dat de biologische landbouw- en voedingssector die geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt gestraft wordt voor de schade die vervuilers in omloop brengen. Als het principe dat de vervuiler betaald eindelijk toegepast zou worden, dan zouden de vervuilers heel snel minder vervuilen. Nu wordt de biologische landbouw en voeding in de onmogelijk positie gebracht om de oprukkende vervuiling te weren, terwijl zij juist een bijdrage levert aan gezonde landbouw en gezonde natuur.

Bij iedere contaminatie van een biologisch product raakt de op gezondheid beluste consument aan het twijfelen of biologisch voor hem wel de juiste oplossing biedt. Daarom geeft de biologische sector zo veel geld uit aan preventie en analyses. Maar op termijn is dit model niet houdbaar. Het is de vervuilende industrie en landbouw die zelf verantwoordelijk moet de schade en risico’s die zij aanrichten. Ondertussen rest er voor de consument met gezond verstand slechts een oplossing: koop zoveel mogelijk biologisch, want hoe meer biologische landbouw er is, des te groter de kans op schone en gezonde landbouwproducten.