Voedingsraad

Nu na de eindeloze reeks zelfhulpboeken voor overleven in de voedingsjungle, ook de Voedingsraad gesproken heeft, resteert er nog meer verwarring. Niet om de adviezen op zich, want daar is niet zoveel op aan te merken, hooguit dat ze obligaat zijn en de vinger niet op de zere plek zeggen. Meer peulvruchten, groenten, fruit en minder vlees en geen alcohol, dat was al jaren duidelijk, maar ze zullen weinig weerklank vinden tenzij het aanbod in de voedingsjungle drastisch zal wijzigen. Het aanbod stuurt de vraag!

Nee, wat mist zijn de heldere basisregels om de verhouding van de gemiddelde eter tot zijn voeding te herstellen: 1. Eet zoveel mogelijk verse biologische producten en alleen natuurlijk samengestelde voeding (dus biologisch!). 2. Kook zelf en eet samen. 3. Weet wie je producten geteeld en verwerkt heeft en op welke manier. 4. Neem de tijd voor je ontbijt, lunch en diner. 5 eet zo min mogelijk tussendoortjes. 6. Eet zo min mogelijk fastfood en producten waar suiker aan toegevoegd is, zoals frisdranken, sportdranken, zoete snacks etc. 8. Organiseer met de buurt en scholen moestuintjes waar de kinderen weer leren wat echt lekker is. 9. Eet zoveel mogelijk plantaardig. 10. Gooi zo min mogelijk weg. 11. Geniet van wat je eet!

Het zal wel weer 10 jaar duren voor er een nieuw Voedingsraad advies komt.  Wacht er niet op, ga vandaag nog aan de slag.

Wijze voedingsraad?

Onlangs kreeg ik het boek Suiker, het zoete vergif van Huib Stam onder ogen. Altijd weer schokkend om een verzameling feiten over deze uitwas van de voedingsindustrie te lezen. Zoals de gemiddelde inname van 100 tot 110 gram toegevoegde suiker per dag door kinderen (36,5 tot 40 kilo per jaar). Of het ontbreken van een suikerwaarschuwing in de aanbevelingen voor gezonde voeding op de website van de Hartstichting. En natuurlijk het succes van de suikerlobby om harde richtlijnen voor sterke terugdringing van de suikerinname te verhinderen. En de schijnoplossing van suikervrije producten die mierzoet zijn door twijfelachtige chemische zoetstoffen.

Het is knap hoe een industrie de zichtbaar verwoestende uitwerking van een haar van haar kaskrakers stelselmatig ontkend heeft en hoe de overheid daarin stelselmatig wegkijkt. Er is eerder bereidheid overgewicht en obesitas en de gevolgen daarvan zoals diabetes 2, hart en vaatziekten en kanker, tot norm te verheffen dan een van de oorzaken gericht aan te pakken.

Maar het is nooit te laat: volgende verschijnen de lang verwachte nieuwe richtlijnen gezonde voeding van de Gezondheidsraad. Zelf koken, samen eten, uitsluitend vers en zo min mogelijk bewerkte en ‘aangezoete, -zoute en -vette producten’, het wordt een feest! Hoop ik. De spanning stijgt, nog een paar dagen…

Voeding, vertrouwen en de Bio1000

Voeding heeft zich de afgelopen jaren in het centrum van de aandacht genesteld. In positieve en negatieve zin. Enerzijds zijn er de talloze calamiteiten en schandalen geweest en zijn er boeken vol geschreven over de trucs van het levensmiddelenkanaal om de consument te verleiden met goedkope rotzooi, waar we collectief ongezond van worden. Anderzijds wordt er steeds meer bekend over het effect van voeding op de gezondheid, ecologie en sociale verhoudingen. Er is een biotoop voor dieetgoeroes geschapen, waarbij afvallen niet meer centraal staat, maar gewoon gezond eten. De ene bestseller volgt de andere op. Topkoks hebben een front gevormd en brengen prachtige kookboeken uit waarin bij groenten en ambachtelijke producten uit de eigen regio in de hoofdrol staan.

De effecten van de aandacht voor voeding en gebrek aan vertrouwen in de bestaande instituties heeft de biologische voeding wereldwijd een boost gegeven. In de VS ligt het omzetaandeel al op 5% en de groei versnelt daar alleen maar. In Zweden bedraagt de groei dit voorjaar 50%, een ware explosie. In Nederland is biologisch ook in een nieuwe stroomversnelling terecht gekomen onder impulsen van de retail die biologisch veel breder heeft opgenomen in het assortiment en promoot. Zelfs McDonalds experimenteert met biologisch…

De diepere achtergronden van deze keuze voor biologische voeding zijn eenvoudig. De consument raakt zijn vertrouwen in de over geïndustrialiseerde voeding vol vet, suiker en zout kwijt. De overtollige kilo’s, de gezondheidsproblemen, ze dwingen ons om voor gezonder eten te kiezen. De voedingsindustrie heeft de signalen lang ontkent, zoals de rookindustrie in de vorige eeuw, maar begint nu toch nerveus te worden. Alle kennis over de kwalijke gevolgen van vooral teveel suiker zijn al jaren bekend. Toch is het willens en wetens ingezet in de jacht op smaakvoorkeur en dus winst. Staan de grote voedingsmultinationals voor dezelfde val die eerder de tabaksindustrie heeft getroffen en in zekere zin nu de auto-industrie doet kraken? Aan de andere kant is de levensmiddelenindustrie benauwd over de stagnerende oogstopbrengsten en de alarmerende berichten over de afname van de bodemvruchtbaarheid. Alle voorwaarden voor verandering zijn aanwezig.

Het is al weer een jaar geleden dat het WRR rapport “Naar een voedingsbeleid” aan premier Rutte is aangeboden. Dit rapport schetst haarfijn waar de schoen wringt: (on)eerlijke verdeling van voeding, de ecologische (on)houdbaarheid, de volks(on)gezondheid, voedsel(on)zekerheid op lange termijn en (on)eerlijke voedselketens. Het in verband brengen van deze thema’s en starten met een geïntegreerd voedingsbeleid is pure noodzaak.

En welke bijdragen gaat biologisch leveren aan de nieuwe eisen voor de toekomst? Boeren, burgers en buitenlui buigen zich zaterdag 10 oktober over die vraag op de Bio1000 in Ede, de eerste stad met een wethouder food. Als u er niet bij kan zijn, het is te volgen vanaf de live-stream http://www.bio1000.nl.

Meer samenhang tussen mens en natuur

‘Je zou het niet zeggen, maar het gaat best goed met het milieu.’  “Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond,” heb ik geen wonderlijker openingszin gelezen dan in het stuk van Hidde Boersma (Volkskrant van 29-8). Uit alle rapportages en onderzoeken blijkt dat het heel slecht gaat met het milieu. Een sterke afname van de beschikbare landbouwgronden door erosie, een sterke  toename van CO2 uitstoot en een schrikbarende afname van de biodiversiteit, om er een paar te noemen. Boersma bepleit mondialisering van het megastal productiemodel op basis van de spaarzame lichtpuntjes in cultuurpark Nederland: een paar uitgezette vissen en een verdwaalde wolf. De Nederlandse weilanden zien er groen uit, maar de biljardlakens van Engels raaigras (zonder koeien, schapen etc), zijn arm aan bodemleven, kruiden, insecten en vogels. De verschijning van een verdwaalde wolf kan dat verlies niet compenseren.

Loskoppeling van mens en natuur, zoals Boersma bepleit, leidt tot meer ongelukken. In het Westen hebben we er mede dankzij de industrialisering van de voeding een megaprobleem bij gekregen: welvaartsziekten die direct voeding gerelateerd zijn, zoals obesitas, diabetes 2, hart- en vaatziekten en kanker. In ons mooie landje met 17 miljoen inwoners geven we inmiddels meer dan 90 miljard uit aan gezondheidszorg, zo’n 15% van de totale overheidsbegroting. De export van de fastfood gewoonten leidt  ook in landen als India, China en Kenia tot een explosieve stijging van bijvoorbeeld obesitas en diabetes 2. Alleen India telt al meer dan 150 miljoen mensen met diabetes 2.

Mens en natuur moeten juist weer beter geïntegreerd worden om de gezondheid van binnen en buiten te herstellen. Burgers organiseren zich momenteel zelf op lokaal gebeid om weer direct in verbinding te komen tot de boer, of nemen zelfs een moestuin. Dat leidt tot bewustwording en andere keuzen. Zoals meer verse groenten eten en dus minder vlees. Dat is goed voor de gezondheid, goed voor de natuur en een bijdrage aan de oplossing van het wereldvoedselvraagstuk. Daarom wordt het hoog tijd voor een ministerie van voeding, waarin gezondheid, milieu en landbouw&voeding in samenhang worden gebracht en echt herstel kan beginnen op die drie terreinen. En het beleid dat daarin gevoerd wordt mag niet technocratisch zijn, maar moet gedragen worden door de samenleving. Een brede initiatiefgroep van bedrijfsleven, banken, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke organisaties rond de biologische sector organiseert vooruitlopend op de vorming van een dergelijk ministerie van voeding alvast een Bio1000. Op 10 oktober komen 1000 boeren, burgers en buitenlui in Ede bijeen om te praten over de toekomst van voeding.

PS: Het kan geen toeval zijn dat uitgerekend Sarphati een enorme bijdrage heeft geleverd aan de verbetering van de eet- en leefomstandigheden van de minder bedeelden in het Amsterdam van de 19e eeuw. Hij doorbrak bestaande structuren in de toenmalige voedselvoorziening van de stad, waardoor onder meer brood bereikbaar werd voor arme mensen. Opnieuw hebben we de Sarphati mentaliteit nodig, nu om de milieubelastende en ongezonde voedingscirkel te doorbreken, juist ook voor de mensen met minder geld, die gemiddeld genomen zo’n 18 jaar eerder aan chronische ziekten lijden dan de rijker bedeelde burger.

Radicale transparantie

Onlangs was ik bij een stakeholderbijeenkomst over ‘radicale transparantie’ in de voedingsbranche, een hot issue. Er is een groot wantrouwen bij de burger over alles wat er te koop is, van hypotheken tot groene energie, van hamburgers tot borstimplantaten, van energiezuinige auto’s tot verzekeringspolissen.

Nu het technisch mogelijk is om alles in databases vast te leggen en via apps beschikbaar te maken, neemt de druk om transparant te zijn toe. We scannen een barcode in de supermarkt en krijgen ter plekke door of het milieuvriendelijk, diervriendelijk, gezond of sociaal is. De gedachte is dat men zo de juiste keuze kan bepalen.

Het idee is prachtig, maar de realisatie toch moeilijker dan gedacht. Duurzaamheid en gezondheid zijn nogal complex. Afhankelijk van wat je wel of niet in ogenschouw neemt en hoe zwaar je iets weegt, wordt de score bepaalt. Een onomstreden score bestaat niet. Je moet scherpe keuzen maken om echte verschillen te creëren en daar maak je nooit alleen maar vrienden mee. Want de belangen zijn groot.

Bij het vertrek kreeg ik een reepje fair trade chocolade mee, in een transparant doosje. Moet top zijn, dacht ik. Achteloos stak ik op de terugweg een stukje in mijn mond. Het riep herinnering op aan de butterscotch reep uit mijn jeugd: zoete melkchocolade met stukjes nougat die lekker tussen je tanden blijven kleven. Afwijkend daarvan proefde ik ineens een zoutexplosie. Na nog een stukje waren mijn smaakpapillen verdoofd. Thuis gekomen heb ik de ingrediënten bekeken: een en al suiker (60%), veel vet en bijna n halve gram zout, allemaal 100% slaafvrij…

slaafvrij met suiker en zout

Ik heb de volumes suiker en zout afgewogen en dan schrik je pas echt. Heb je een prachtig fairtrade product, is het vanuit gezondheidsoogpunt helemaal mis. ‘Radicale transparantie’ in voedingsland, het wordt een hete zomer! Tijd om van de vakantie te gaan genieten.

Dit kan niet waar zijn – onder professoren

Niemand minder dan WUR hoogleraar Tiny van Boekel is er in geslaagd mijn ‘writers blog-block’ te doorbreken. Ik ben hem dankbaar. Van Boekel hangt het adagium aan dat de industriële voedselvoorziening vol chemische E-nummers en goedkope suikers, vetten en zouten nog nooit zo veilig is geweest als heden. “De voedselindustrie heeft ons eten gezonder en beter gemaakt.” “Een hamburger van McDonalds is niet veel vetter dan een sudderlapje van moeder thuis.” “Als er geen E-nummers inzitten, eet ik het niet.”

Een ongezonde maaltijd bestaande uit cola, friet en hamburger voor nog geen 3 euro... Voor een broodje gezond met spa ben je meer kwijt!

Een gezonde maaltijd volgens professor Van Boekel

Tiny van Boekel provoceert graag. Het zit hem dwars dat de chemische middelen in het verdomhoekje zitten. De natuur is zo mogelijk nog gevaarlijker (rauwe bonen zijn toxisch) en een sinaasappel bestaat uit louter E-nummers als je hem ontleedt. Zonder kunstmest en pesticiden lukt het gewoon niet, verzucht hij.

Dat de biologische landbouw bewijst dat dit wel kan, doet hij af met de bewering dat zij de problemen van productieopschaling naar 9 miljard mensen niet kan oplossen. Ah, dat argument hebben we vaker gehoord in de afgelopen jaren… Ik heb daar eerder tegenin gebracht dat dit een drogredenering is. De helft van de wereld eet veel te veel en vooral te veel suiker, zout en vet, waardoor men zwak, ziek en dik wordt.

De andere helft die tekort heeft, zou genoeg hebben als wij ons voedingspatroon aanpassen naar meer plantaardig, minder dierlijk en veel minder bewerkt vol suiker, zout, vet en… chemie. Dat zou ook mondiaal enorm gaan besparen op de medische kosten om ziektes als gevolg van verkeerde voeding te bestrijden. En dan hebben we het nog niet eens over de winst voor het milieu, de bodemvruchtbaarheid en de biodiversiteit.

Een ware uitspraak van Van Boekel over voeding in het Chemietijdschrift (!) luidt: “De complexiteit van de voedselproductie is zo groot dat de gewone consument dat niet meer kan doorzien. Daar moet je bijna een studie levensmiddelentechnologie voor gedaan hebben.” Hier raakt hij de kern van het probleem. Het is in de chemische voedingsindustrie net zoals met de complexe financiële producten die tot de financiële crisis geleid hebben: ze zijn zo nodeloos ingewikkeld gemaakt om er zo veel mogelijk winst mee te maken. Van Boekel praat als de doorsnee financieel analist van voor de crisis: die producten zijn heel veilig. Hij negeert alle oranje en rode signalen die op het gebied van voeding en gezondheid afgaan.

Ministerie van voeding, milieu en gezondheid

Op de grootste biologische vakbeurs ter wereld, de BioFach in Neurenberg, heerste afgelopen week een optimistische stemming. Aan de horizon blinken jaren van onafgebroken groei: de bio omzet in de VS gaat de komende vijf jaar 10 tot 15% per jaar groeien en de EU tussen de 5 en 10%. Dat alleen al betekent een mondiaal een verdubbeling van de bio omzet in 5 jaar en dan tellen we de opkomende markten als Korea, Taiwan, China en Brazilië nog niet eens mee. Hosanna in de biosector, zo lijkt het.

Ik had de eer een workshop te leiden, waarin onderzoeker Harry Aiking (VU) en ondernemers Jaap Korteweg (De vegetarische slager) en Volkert Engelsman (Eosta) hun licht lieten schijnen over de vraag of biologische landbouw de wereldbevolking kan voeden. Aiking begon aan de andere kant van het spectrum: waar stevenen we met de gangbare landbouw en voeding op af? Drie van de acht indicatoren voor een veilige wereld voor mensen zijn inmiddels overschreden: biodiversiteitsverlies is al 10x overstretcht, de nitrogenen cyclus is 3,5 keer overschreden en de klimaatverandering is 1,1 tot 1,5 keer overbelast. Door het gebruik van kunstmest (nitraat), waarvan 50% via sloten en rivieren uitspoelt naar de zee, ontstaan dode zones in de kustgebieden waar 80% van de biodiversiteit in de zee zich ophoudt. De golf van Mexico en de Baltische zee zijn voorbeelden van klinisch dode zeeën.

De kunstmest wordt vooral ingezet voor de teelt van gewassen voor diervoeding: 40% van de globale graanoogst en 70% van de globale sojaoogst wordt gebruikt voor veevoer. De omzetting van plantaardig naar dierlijk eiwit is zeer ongunstig: er zijn gemiddeld vier tot vijf plantaardige eiwitten nodig om een dierlijk eiwit op het bord te krijgen. Volgens Aiking wordt het wereldvoedselprobleem danig onderschat en zou de wijziging van voedselgewoonten (meer plantaardig en minder vlees) met een wortel en stok methode gestimuleerd moeten worden, bijvoorbeeld door plantaardige voeding vrij te stellen van BTW en dierlijk juist extra te belasten.

Jaap Korteweg liet zien en proeven hoe je vanuit een persoonlijke drive vegetarisch vlees en vis met de juiste smaak kunt maken die zelfs ervaren culinaire journalisten niet meer van vees kunnen onderscheiden. Volkert Engelsman focuste vooral op het belang van bodemvruchtbaarheid om de wereldbevolking op de lange termijn te kunnen blijven voeden. En dan bleven de aspecten van voedselverspilling (mondiaal 30% van de beschikbare voeding), gezondheid (50% van de wereldbevolking heeft overgewicht en dat geeft verhoogde kans op ziekten) en het verdelingsvraagstuk (1 miljard mensen heeft te weinig eten) nog onderbelicht.

Tijdens de afsluitende vragenronde vroeg iemand zich af waarom de overheid niet ingrijpt en via wetgeving afdwingt dat we gezonder, minder verspillend en meer plantaardig gaan eten. Het is geprobeerd in Denemarken met de zogenaamde vettax, maar weer teruggedraaid omdat mensen massaal de grens over gingen om goedkoper vlees in Duitsland te kopen. De suggestie was om de goede producten dan goedkoper te maken, bijvoorbeeld door de BTW erop af te schaffen.

De enige manier om het tij in hoog tempo te keren is via de portemonnee en via keiharde communicatie. ‘Je bent een rund als je met vlees stunt… Dit product kan uw gezondheid ernstig schaden…’ Ik lees net in de Volkskrant dat ouders van obese kinderen in Puerto Rico (30% van de kinderen is daar obees), boetes van 440 tot 700 euro riskeren als het gewicht van hun kind na inschakeling van een diëtist niet daalt. Dat is nog eens een no-nonsense beleid. Als aan de andere kant de prijs van vlees, snacks, magnums en frisdranken verdubbelt, dan nemen de milieu- en gezondheidsproblemen in rap tempo af. Laat het ministerie van voeding, milieu en gezondheid er maar snel komen.

Gezond Ottolenghi jaar 2015

Tijdens de feestdagen heb ik me, tussen alle gezellige familie- en vriendenbijeenkomsten met heerlijke (zelfgemaakte) lekkernijen door, verdiept in twee boeken en een tijdschrift: ‘Zout, suiker en vet’ van Michael Moss, Plenty More van Ottolenghi en Bouillon! van Will Jansen. Een boek om nog eens tot me door te laten dringen wat je niet moet eten en twee wat wel.

Het boek van Moss heeft een jaar op me liggen wachten. Ik heb de onhebbelijke gewoonte om een vouw in de pagina te maken bij iets wat ik nog eens wil herlezen. Dit boek zit nu vol vouwen (17) en ik ben heel selectief geweest, want je kan wel bezig blijven. De treffendste passages deel ik graag met u:

  • Het verhaal van de gebroeders Kellogg past in de Kain en Abel traditie. John Harvey was succesvol met een gezondheidscentrum waar een streng voedingsdieet deel uitmaakte van de behandeling. Op een reis bracht hij versnipperde tarwevlokken terug die als ontbijt goed aansloegen in het sanatorium. Hij moedigde zijn broer Will aan om verder te experimenteren met de ontbijtvlokken. Die voegde er suiker aan toe en dat sloeg in als een bom. John Harvey protesteerde en ze procedeerde tegen elkaar om de familienaam. Will won en de rest van het Kellogg succes is geschiedenis.
  • Jeffrey Dunn had alles uit de kast gehaald om bij Coca Cola in dienst te kunnen treden en werd een succesvol manager die begin van dit millennium voor Noord- en Zuid-Amerika verantwoordelijk was. Net als Nestlé en Kraft bezocht hij de slums van Rio de Janeiro om een strategie te bedenken om hun producten in deze opkomende markten te slijten. Kleinere hoeveelheden voor lage prijzen, was de strategie. Maar op zijn eigen verkenningsreis sprak een stem tot hem: ‘ “Deze mensen hebben een heleboel dingen nodig, maar geen cola.” Ik gaf bijna over. Vanaf dat moment was de lol er voor mij af.’ Een paar jaar later wordt hij ontslagen en sindsdien zet hij zijn marketingkennis in om gezonde producten, zoals snackworteltjes, aan de man te brengen.
  • Marketing is belangrijker dan het product zelf.
  • De shareholders value (en dus profit) is belangrijker dan het welzijn van de consument.
  • Niet frisdrank, maar chips is volgens Moss de grootste boosdoener als het aankomt op extra gewichtstoename (obesitas). Het is een laagje zout, bomvol vet en bomvol glucose. De laatste veroorzaakt sterke schommelingen in de bloedsuikerspiegel, waardoor snel opnieuw enorme trek in eten ontstaat.

Daar stellen Ottolenghi en Bouillon! gelukkig voldoende mooie alternatieven tegenover. Bouillon! met een mooi overzicht van goede eethuisjes in Utrecht en omgeving (lekker dichtbij dus). En Ottolenghi met honderden recepten waar alleen groenten, fruit, kruiden, kaas en olie aan te pas komen. Daar zal komend jaar veel uit gekookt worden in onze keuken.

Bosatlas onder de kerstboom

Het is bijna Kerst, tijd voor bezinning. Ik zit met de Bosatlas van het Voedsel op schoot en val van de ene verbazing in de andere. Zo vlak voor het grote eetfestijn, dat Kerst toch vooral is in het Westen, vliegen ongemakkelijke feiten je om de oren. Een kleine greep uit het geheel:

– Er is genoeg voedsel in de wereld om alle mensen te voeden (p. 9); 2700 kilocalorieën per persoon (2500 kcal is wat we nodig hebben) per dag. Het is alleen niet eerlijk verdeeld: wij hebben gem 3500 kc tot onze beschikking, in Centraal-Afrika ligt het gemiddelde rantsoen onder de 2000 kcal. Het wereldvoedselvraagstuk is dus op de eerste plaats een verdelingsvraagstuk.

– Meer dan de helft van ons Westerse dieet van 3500 kc bestaat uit dierlijke eiwitten, olien en vetten en suikers (zonder granen!). In Azie is het ongeveer eenderde, terwijl begin jaren negentig daar nog maar een kwart van de voedingsschijf uit vlees, vet en suikers bestond.

– Nederland telt ongeveer 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen runderen.

– Nederland verzorgt ruim 1/3 van de zaden voor tuin- en akkerbouw wereldwijd en voor pootaardappelen zelfs 60%. En 1 kilo tomatenzaad kost 50.000 euro.

– Nederland is voedingsexportland nummer 2 met 83,5 miljard export in 2013.

– Nederland produceert 5,7 miljard kg suikerbieten, goed voor bijna 1 miljard kilo suiker.

– Wereldwijd wordt 1,5 biljard kcal aan voedsel verspild, ofwel zo’n 30% van het totaal.

– Wereldwijd lijden 2 miljard mensen aan overgewicht, ruim het dubbele van de mensen met honger. Mensen met overgewicht hebben grotere kans op ziekten. De toename van overgewicht bij kinderen is hoger dan bij volwassenen.

De explosie van overgewicht en daaraan gerelateerde ziektes kan moeilijk losgezien worden van het eenzijdige dieet met een overmaat aan suiker, vet en vlees. Niet alleen in het Westen, maar ook in toenemende mate in voormalige derde wereldlanden als India, waar al 150 miljoen mensen met diabetes II zijn. Het succes van onze voedingsindustrie en onze export heeft kennelijk ook een keerzijde, die nog niet meetelt in het streven naar duurzame productie. Uit de gemiddelde hoeveelheid kcal die per persoon mondiaal beschikbaar is, valt ook af te leiden dat het wereldvoedselvraagstuk vooral een verdelingsvraagstuk is.

In de zomeruitgave van de EZ uitgave Berichten Buitenland meldt Aalt Dijkhuizen, als Boegbeeld Topsector Agri&Food, dat er prachtige groeivooruitzichten zijn voor onze voedingsexport. Immers, de wereldbevolking rukt op naar 9 tot 10 miljard en de welvaart neem toe. ‘Dit laatste maakt dat circa 3 miljard mensen in met name China, India, Zuidoost-Azie, enkele landen van Afrika en in Latijns-Amerika doorgroeien van een laag naar een middeninkomen. Een zegen voor de betrokken mensen. Het geeft hun toegang tot betere voeding, tot hoogwaardige eiwitten als zuivel, vlees en groenten. De vraag hiernaar gaat naar verwachting de komende decennia dan ook verdubbelen.’

En dan volgt de Dijkhuizen doctrine: de beschikbare landbouwgrond verdubbelt niet, grondstoffen worden schaarser en dus duurder, ergo we zullen ‘dus meer moeten produceren per hectare, per dier, per liter water of wat ook. Dit alles met blijvende aandacht voor zaken als natuur, milieu en dierenwelzijn.’ En daar is Nederland volgens Dijkhuizen ‘wereldkampioen’ in. ‘Dankzij onze productiviteit, produceren wij voedsel met de minste grond, grondstoffen en stoten we per kg product de minste broeikasgassen uit.’

Het gemak waarmee Dijkhuizen voorbijgaat aan de echte voedingsthema’s (eerlijke verdeling, gezonde voeding en dus minder ‘hoogwaardige dierlijke eiwitten’ en dus minder suiker, zout en vet, stoppen van de voedselverspilling en behoud van bodemvruchtbaarheid op lange termijn), toont waar hij voor staat: handel ten koste van alles. Dat iemand geen voorstander van biologische landbouw is, prima, maar laat dat wereldvoedselvraagstuk er in 2015 buiten. De biologische landbouw wil kampioen van de duurzame meerkamp zijn en blijven. Dijkhuizen laat geen gelegenheid onbenut om te melden dat hij daar niets in ziet. Ten onrechte, want mede dankzij de Bosatlas kan een eenvoudige rekensom gemaakt worden die illustreert dat er geen tekort aan voeding is of zal zijn (als natuurrampen ten gevolge van de klimaatverandering uitblijven).

Als je het westerse eetpatroon van ziekmakende overconsumptie projecteert op de huidige wereldbevolking, dan zouden 7 miljard mensen 3500 kcal per persoon naar binnen moeten werken. Dit is ongeveer evenveel als wanneer 10 miljard mensen de gezonde hoeveelheid van 2500 kcal per persoon gebruiken. En die hoeveelheid kcal aan voeding is nu al beschikbaar, als we het vleesgebruik drastisch terugbrengen en de voedselverspilling halveren. Waar het om gaat, is dat we in het Westen anders gaan consumeren (minder calorieën, minder dierlijke eiwitten, minder suiker, meer groenten en fruit, minder voedselverspilling etc.) zodat we ziekte door overvoeding een halt toe roepen, onze aarde niet overmatig belasten én dat op een duurzame, toekomstbestendige manier voedsel geproduceerd wordt in de landen waar dat het ’t hardst nodig is.

Gezond eten is ook duurzaam

Natuurlijk heeft u het grote nieuws ook gelezen: eenderde van de jaarlijkse kankergevallen, 40.000 van de 120.000, zijn te wijten aan ongezond leven, zeg maar roken, eten en drinken. Een ongemakkelijke waarheid voor iedereen: de gebruiker (de consument), de aanbieder (de fabrikant) en de gedoger (de overheid). En wat voor kanker geldt, zal grosso modo ook voor veel andere ziektes gelden, zoals diabetes 2 en hart- en vaatziekten. Er valt miljarden te besparen op de collectieve gezondheidskosten als de consument minder gaat gebruiken, de fabrikant minder gaat aanbieden en de overheid stopt met gedogen.

Nu is het ook het seizoen voor de lijstjes in duurzaamheid en leiderschap. Veel mensen uit de voedings top 100 ontbreken in de lijstjes, terwijl Nederland toch voedingsexporteur nummer 2 in de wereld is met circa 75 miljard op jaarbasis. De enige van de grote jongens die wel hoog scoort is Paul Polman. Hij wordt geroemd om zijn visie en het elan waarmee hij duurzaamheid binnen en buiten zijn bedrijf propageert. Dat is prijzenswaardig, maar gezondheid maakt kennelijk geen deel uit van de duurzaamheidsvisie van Unilever. Want ook de producten van Unilever, zoals Magnum, Knorr en Lipton staan stijf van de suiker, zout en vet, de drie belangrijkste boosdoeners in het woud van samengestelde producten die net als de rookartikelen ten koste gaan van de gezondheid.

Het is nog niet zo lang geleden dat de voedingsindustrie zich collectief verschool achter het argument dat 1 magnum, cola, mars of lays geen kwaad kan. Kunnen zij er wat aan doen dat ze er maar van door blijven eten… Nu bekend is dat zoet, zout en vet net zo verslavend zijn als sigaretten, liggen de kaarten anders. De voedingsindustrie heeft zich suf getest om producten te maken die tot dooreten aanzetten en suiker, zout en vet spelen daarin een cruciale rol. De accijns op verslavende stoffen in eten moeten er nodig komen, anders blijft het dweilen met de kraan open. De CEO’s van levensmiddelengiganten die deze handschoen oppakken, kunnen zich onsterfelijk maken.