De oranje velden

Net terug van een week Normandische kust. Dieppe, Varengeville, Veules les Roses, Etretat, Yport, dat werk. Op de dinsdag een wandeling gemaakt in de omgeving van Le Bourg d’Un, een gehucht in het boeren achterland, vijf kilometer van zee. In de oude gids uit 2001 wordt het Normandische land getypeerd als ‘bogasse’, een eeuwenoud coulissenlandschap. Toen al was er zorg of de ruilverkaveling daar geen einde aan zou maken, omdat het bijhouden van de heggen en bomenrijen grootschalige landbouw in de weg staat. Rond het dorp leven de coulissen nog. We horen veel vogels, er vliegen een paar fazanten weg als we te dichtbij komen. Verderop verandert alles in eindeloze akkers, voor de helft voorzien van een oranjebruine gloed. Aan de oranjegele grasranden maak ik op dat de glyfosaatspuit hier massaal gehanteerd wordt. Vogels horen we niet meer met uitzondering van een verdwaalde leeuwerik die omhoog schiet en de noodklok luidt.

Bij een onafzienbaar veld koolzaad staat een bord; “Ici, les chasseur agissent pour la biodiversite”. De jagers komen in het geweer voor de patrijzen, de ganzen en de hazen. Er is een experiment gaande in het veld met hokken en netten waar nieuwe populaties wilde dieren voor de toekomst veilig gesteld moeten worden. Het oogt lachwekkend naast de monoculturen die hier verbouwd worden of moeten gaan worden. Verderop, na het passeren van zo’n dorpje met idyllisch opgeknapte Normandes, lopen we door de glyfosaatvelden op twee boerderijen af. Links heeft de grootschalige vernieuwing toegeslagen; nieuwe grote schuren vol machines achter afgebroken resten van de oude gebouwen. Rechts een oud rommelig erf met mooie boomwallen. Vooruitgang is een relatief begrip. Als we dwars door de volgende glyfosaatakkers lopen, zien we voederbieten van het vorige oogstjaar liggen. Slechts enkelen zijn licht aangevreten door een klein knaagdier. De meeste zijn niet aangeroerd, waarschijnlijk omdat er hier bijna geen dieren meer zijn. Een boer rijdt aan de horizon in zijn tractor met de tien meter brede bespuitingsvleugels door het veld. In de verte staat een kleine nieuwbouwwijk. Een glyfosaatakker grenst aan hun tuinhekken. Arme kinderen die daar opgroeien. Woon je in de buitenlucht en heb je dat.

Thuis lees ik in Wolffers’ Overleven over de complexiteit van onze darmen en het belang van het behoud van de enorme diversiteit van de biotoop daarbinnen. Net als de levende bodem. Een theelepel levende aarde bevat 10 miljoen bacteriën. De aantasting van de biodiversiteit in de bodem weerspiegelt zich in de achteruitgang van de biodiversiteit van onze darmen. Met alle kwalen en welvaartziekten als gevolg voor onszelf, en het gemis aan patrijzen, vogels en hazen voor de jagers-eh… wandelaars.

Op de weg terug naar Amersfoort duiken de oranjekleurige en roestige velden continue op. Ook in Nederland zijn we nog ver af van de gifvrije kringlooplandbouwvisie van minister Schouten. Komende week gaat ze uitleggen waarom ze de vorig jaar aangenomen motie voor een algemeen verbod op glyfosaat nog niet uitgevoerd heeft. Heel actueel nu de tweede schadeclaim in de VS van ruim 70 miljoen is toegewezen is aan een man die dertig jaar met glyfosaat gewerkt heeft. Wie wint: het gebruiksgemak van het gif in de grootschalige landbouw en de economische belangen van Bayer of het belang van biodiversiteit en gezondheid? In de tussentijd moet de biologische landbouw zich verantwoorden als er contaminatiesporen van landbouwgif in gevonden worden. Hoe blijf je ervan gevrijwaard als het merendeel van de akkers bespoten wordt. Op naar gifvrij, te beginnen met een verbod op glyfosaat.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s