Bosatlas onder de kerstboom

Het is bijna Kerst, tijd voor bezinning. Ik zit met de Bosatlas van het Voedsel op schoot en val van de ene verbazing in de andere. Zo vlak voor het grote eetfestijn, dat Kerst toch vooral is in het Westen, vliegen ongemakkelijke feiten je om de oren. Een kleine greep uit het geheel:

– Er is genoeg voedsel in de wereld om alle mensen te voeden (p. 9); 2700 kilocalorieën per persoon (2500 kcal is wat we nodig hebben) per dag. Het is alleen niet eerlijk verdeeld: wij hebben gem 3500 kc tot onze beschikking, in Centraal-Afrika ligt het gemiddelde rantsoen onder de 2000 kcal. Het wereldvoedselvraagstuk is dus op de eerste plaats een verdelingsvraagstuk.

– Meer dan de helft van ons Westerse dieet van 3500 kc bestaat uit dierlijke eiwitten, olien en vetten en suikers (zonder granen!). In Azie is het ongeveer eenderde, terwijl begin jaren negentig daar nog maar een kwart van de voedingsschijf uit vlees, vet en suikers bestond.

– Nederland telt ongeveer 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens en 4 miljoen runderen.

– Nederland verzorgt ruim 1/3 van de zaden voor tuin- en akkerbouw wereldwijd en voor pootaardappelen zelfs 60%. En 1 kilo tomatenzaad kost 50.000 euro.

– Nederland is voedingsexportland nummer 2 met 83,5 miljard export in 2013.

– Nederland produceert 5,7 miljard kg suikerbieten, goed voor bijna 1 miljard kilo suiker.

– Wereldwijd wordt 1,5 biljard kcal aan voedsel verspild, ofwel zo’n 30% van het totaal.

– Wereldwijd lijden 2 miljard mensen aan overgewicht, ruim het dubbele van de mensen met honger. Mensen met overgewicht hebben grotere kans op ziekten. De toename van overgewicht bij kinderen is hoger dan bij volwassenen.

De explosie van overgewicht en daaraan gerelateerde ziektes kan moeilijk losgezien worden van het eenzijdige dieet met een overmaat aan suiker, vet en vlees. Niet alleen in het Westen, maar ook in toenemende mate in voormalige derde wereldlanden als India, waar al 150 miljoen mensen met diabetes II zijn. Het succes van onze voedingsindustrie en onze export heeft kennelijk ook een keerzijde, die nog niet meetelt in het streven naar duurzame productie. Uit de gemiddelde hoeveelheid kcal die per persoon mondiaal beschikbaar is, valt ook af te leiden dat het wereldvoedselvraagstuk vooral een verdelingsvraagstuk is.

In de zomeruitgave van de EZ uitgave Berichten Buitenland meldt Aalt Dijkhuizen, als Boegbeeld Topsector Agri&Food, dat er prachtige groeivooruitzichten zijn voor onze voedingsexport. Immers, de wereldbevolking rukt op naar 9 tot 10 miljard en de welvaart neem toe. ‘Dit laatste maakt dat circa 3 miljard mensen in met name China, India, Zuidoost-Azie, enkele landen van Afrika en in Latijns-Amerika doorgroeien van een laag naar een middeninkomen. Een zegen voor de betrokken mensen. Het geeft hun toegang tot betere voeding, tot hoogwaardige eiwitten als zuivel, vlees en groenten. De vraag hiernaar gaat naar verwachting de komende decennia dan ook verdubbelen.’

En dan volgt de Dijkhuizen doctrine: de beschikbare landbouwgrond verdubbelt niet, grondstoffen worden schaarser en dus duurder, ergo we zullen ‘dus meer moeten produceren per hectare, per dier, per liter water of wat ook. Dit alles met blijvende aandacht voor zaken als natuur, milieu en dierenwelzijn.’ En daar is Nederland volgens Dijkhuizen ‘wereldkampioen’ in. ‘Dankzij onze productiviteit, produceren wij voedsel met de minste grond, grondstoffen en stoten we per kg product de minste broeikasgassen uit.’

Het gemak waarmee Dijkhuizen voorbijgaat aan de echte voedingsthema’s (eerlijke verdeling, gezonde voeding en dus minder ‘hoogwaardige dierlijke eiwitten’ en dus minder suiker, zout en vet, stoppen van de voedselverspilling en behoud van bodemvruchtbaarheid op lange termijn), toont waar hij voor staat: handel ten koste van alles. Dat iemand geen voorstander van biologische landbouw is, prima, maar laat dat wereldvoedselvraagstuk er in 2015 buiten. De biologische landbouw wil kampioen van de duurzame meerkamp zijn en blijven. Dijkhuizen laat geen gelegenheid onbenut om te melden dat hij daar niets in ziet. Ten onrechte, want mede dankzij de Bosatlas kan een eenvoudige rekensom gemaakt worden die illustreert dat er geen tekort aan voeding is of zal zijn (als natuurrampen ten gevolge van de klimaatverandering uitblijven).

Als je het westerse eetpatroon van ziekmakende overconsumptie projecteert op de huidige wereldbevolking, dan zouden 7 miljard mensen 3500 kcal per persoon naar binnen moeten werken. Dit is ongeveer evenveel als wanneer 10 miljard mensen de gezonde hoeveelheid van 2500 kcal per persoon gebruiken. En die hoeveelheid kcal aan voeding is nu al beschikbaar, als we het vleesgebruik drastisch terugbrengen en de voedselverspilling halveren. Waar het om gaat, is dat we in het Westen anders gaan consumeren (minder calorieën, minder dierlijke eiwitten, minder suiker, meer groenten en fruit, minder voedselverspilling etc.) zodat we ziekte door overvoeding een halt toe roepen, onze aarde niet overmatig belasten én dat op een duurzame, toekomstbestendige manier voedsel geproduceerd wordt in de landen waar dat het ’t hardst nodig is.

Gezond eten is ook duurzaam

Natuurlijk heeft u het grote nieuws ook gelezen: eenderde van de jaarlijkse kankergevallen, 40.000 van de 120.000, zijn te wijten aan ongezond leven, zeg maar roken, eten en drinken. Een ongemakkelijke waarheid voor iedereen: de gebruiker (de consument), de aanbieder (de fabrikant) en de gedoger (de overheid). En wat voor kanker geldt, zal grosso modo ook voor veel andere ziektes gelden, zoals diabetes 2 en hart- en vaatziekten. Er valt miljarden te besparen op de collectieve gezondheidskosten als de consument minder gaat gebruiken, de fabrikant minder gaat aanbieden en de overheid stopt met gedogen.

Nu is het ook het seizoen voor de lijstjes in duurzaamheid en leiderschap. Veel mensen uit de voedings top 100 ontbreken in de lijstjes, terwijl Nederland toch voedingsexporteur nummer 2 in de wereld is met circa 75 miljard op jaarbasis. De enige van de grote jongens die wel hoog scoort is Paul Polman. Hij wordt geroemd om zijn visie en het elan waarmee hij duurzaamheid binnen en buiten zijn bedrijf propageert. Dat is prijzenswaardig, maar gezondheid maakt kennelijk geen deel uit van de duurzaamheidsvisie van Unilever. Want ook de producten van Unilever, zoals Magnum, Knorr en Lipton staan stijf van de suiker, zout en vet, de drie belangrijkste boosdoeners in het woud van samengestelde producten die net als de rookartikelen ten koste gaan van de gezondheid.

Het is nog niet zo lang geleden dat de voedingsindustrie zich collectief verschool achter het argument dat 1 magnum, cola, mars of lays geen kwaad kan. Kunnen zij er wat aan doen dat ze er maar van door blijven eten… Nu bekend is dat zoet, zout en vet net zo verslavend zijn als sigaretten, liggen de kaarten anders. De voedingsindustrie heeft zich suf getest om producten te maken die tot dooreten aanzetten en suiker, zout en vet spelen daarin een cruciale rol. De accijns op verslavende stoffen in eten moeten er nodig komen, anders blijft het dweilen met de kraan open. De CEO’s van levensmiddelengiganten die deze handschoen oppakken, kunnen zich onsterfelijk maken.

Vrijblijvendheid voor voedingsgiganten moet eraf

Meest opvallende voedingsnieuws van deze week is het opzeggen van het samenwerkingsverband met Nestle door de Amsterdamse wethouder Eric van der Burg. De steun van de multinational aan het Healthy Kids Programm omschrijft hij als een wassen neus. Leuk voor de Bühne, maar de obesitas percentages bij de Amsterdamse jeugd blijven maar stijgen. Dat bedraagt inmiddels 13% van de Amsterdamse kinderen. En meer dan de helft van de Amsterdamse jeugd heeft overgewicht. Er moet dus iets anders gebeuren, daarom geeft Van der Burg dit signaal af. Alleen wat geld overmaken is volgens de wethouder niet meer voldoende.

Onze overheid, die graag de verantwoordelijkheid bij de burger en bedrijfsleven legt, moet iets anders bedenken. Van der Burg, hoewel van liberale huize, wil dat de vrijblijvendheid eraf gaat. In Amsterdam is een programma opgezet rond scholen om via sport, voedingsvoorlichting en schooltuinen het overgewicht probleem te lijf te gaan. Binnenkort moet er een groot onderzoek van professor Jaap Seidell van start gaan naar effecten van gezonde voeding op leerprestaties, lichaamsgewicht en sociale cohesie in Amsterdamse achterstandswijken. Steun van het bedrijfsleven is noodzakelijk, niet via een donatie voor een fake-programma, maar door te stoppen met het verkopen van de echte boosdoeners: frisdranken, energydrinks, snoep, snacks, frituur en andere zoete suiker- of zoute vethoudende dikmakers. Geen vendingmachines meer in de scholen, geen ongezonde snack- en levensmiddelen aanbieders meer in een omtrek van 500 meter van scholen. En stoppen met reclame en sponsormogelijkheden voor dit soort producten, in combinatie met hoge belastingen. En voor die laatste maatregelen hebben we een overheid nodig, die de jeugd beschermt en het bedrijfsleven een halt toe roept. Daar hoort natuurlijk ook goed voedingsonderwijs bij.